MICHA JACOBS: Weet je nog, speelronde 1 van dit seizoen? Ajax mocht van de KNVB ‘makkelijk’ beginnen met een thuiswedstrijd tegen Telstar, dat net was gepromoveerd na 47 jaar eerste divisie en net genoeg geld had om de benzine van de spelersbus te kunnen betalen. Perfect kanonnenvoer voor de Amsterdammers dus die een seizoen eerder, onder Farioli, op dramatische wijze het kampioenschap hadden verspeeld en dat verdriet van de KNVB mochten wegspoelen met een doelpuntenregen van jewelste. Telstar vond het allemaal prima: als je dan toch met een uitwedstrijd moet beginnen (in hun eigen piepkleine stadionnetje kon nog niet worden gevoetbald, omdat daar nog in allerijl van steigers een extra tribune moest worden gebouwd), dan maar meteen een van de zwaarste.
Het voelt allemaal als een leven geleden, zeker als je bedenkt dat ene John Heitinga op de bank zat bij Ajax en van ene Jordi Cruijff nog niet werd gerept in Amsterdam. Ik weet dan ook niet of jij je nog iets van die wedstrijd kunt herinneren, maar het was behoorlijk hallucinant. Eenrichtingsverkeer op de helft van Ajax dat alleen al in de eerste vijf minuten drie doelpunten om de oren had moeten hebben. Was dit hetzelfde Telstar dat dit seizoen volgens de kenners door elke tegenstander naar de slachtbank zou worden geleid? Diezelfde Witte Leeuwen waar ook jij en ik ons over hadden verkneukeld in onze voorbeschouwing? Jij kon je nog een Ajax-Telstar uit 1972 herinneren, doelend op de 9-2 die toen op het scorebord stond en een uitslag die vooraf ook nu niet onmogelijk leek.
Hoe anders was het wedstrijdverloop afgelopen augustus... Het is dat Wout Weghorst geheel tegen de verhouding in 1-0 maakte, de gelijkmaker van de mannen van wondertrainer Anthony Correia uitbleef en hij, Weghorst, er vlak voor tijd nog eentje inprikte (Ajax-Telstar 2-0), maar wat overbleef was de gedachte dat Telstar zich dit seizoen niet zomaar gewonnen zou geven. Wat heet: PSV-Telstar eind augustus 0-2, Telstar-PSV in maart 3-1. Deed niemand hen na.
Ronald Koeman zei het laatst nog bij Studio Voetbal: handhaving van Telstar is méér dan een kampioenschap. Natúúrlijk zei hij dat, wetende dat zijn eigen zoon daar onder de lat staat en al tijdrekkend Telstar in veilige haven probeert te loodsen, maar aanstaande zondag kan het zowaar gebeuren als ze voor een heuse degradatiekraker op de slotdag op bezoek moeten bij directe concurrent Volendam. Als Telstar zondag om half vijf lacht, lach ik met ze mee: jij?
EDWIN STRUIS: Fijn als columns een ietwat provocerend karakter hebben. Ik probeerde jou vorige week met succes uit de tent te lokken over het invoeren van play-offs om de landstitel, wetende dat jij er een bloedhekel aan hebt, en nu wil je mij iets ontlokken over Telstar, de vroegere (snik) aartsrivaal van ‘mijn’ HFC Haarlem (1889-2010). Dat gedweep, ook in de media, met die Witte – dus kleurloze – Leeuwen, daar wordt een mens onpasselijk van. Het wordt mij ook regelmatig gevraagd: ga je nu niet naar Telstar? Heb je al een seizoenkaart? Wat spelen ze leuk, hè? Nee, nee, driewerf nee.
Ja, ik heb iets met die club gehad. In mijn verslaggeverstijd kwam ik er veelvuldig. Bij de sportredactie van het Haarlems Dagblad dachten ze wellicht dat ik iets te veel van mijn Haarlem-liefde zou door laten schemeren in mijn verhalen, dus stuurden ze me naar de buren. Als Telstar-trainer Simon Kistemaker me ontwaarde, was het meteen van: “Zo Struis, kom je de boel weer kapot schrijven?”
Ja, ontkennen had geen zin. Ik deed er alles aan om Telstar onder Haarlem te houden, en dat lukte vrij aardig, ook al omdat de club er zelf gretig aan meewerkte. Het waren de tijden van een trainer als Niels Overweg die op een dag liet optekenen ‘niet meer met de spelers in één ruimte te willen zitten’. Van het niet op komen dagen tegen RBC en dus twee punten in mindering krijgen, wat leidde tot de kolderieke eindstand in een periode: acht gespeeld, min 1 punt. Van het aantrekken van Jan(tje) Mulder die een wedstrijd verkocht tegen FC Zwolle, door eerst opzichtig hands te maken in het strafschopgebied (penalty: 1-1) en in de laatste minuut van de wedstrijd de bal in eigen doel te schieten (1-2). “Niet in de krant schrijven, hoor,” zei elftalleider Han de Haan destijds. “Want ze staan voor je deur en schieten je in de knie.” Ik schreef het toch op en loop nog steeds zonder stok of rollator.
Kortom, een club waarvan ik dacht dat ze het 50-jarig bestaan in de eerste divisie met gemak zouden halen, maar het lot besliste anders. Ja, inderdaad, via die door jou verfoeide play-offs, want ze eindigden vorig seizoen dus gewoon als zevende in de eerste divisie. En van die club zou ik een seizoenkaart moeten aanschaffen en meeliften in het Tata-treintje vol met successupporters? M’n ouders zouden zich omdraaien in hun graf. Dus nee, ze hoeven van mij niet te degraderen, maar ik zou er geen traan om laten. Hup Volendam!
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct