Henk Strootman
Misdaad

MISDAADCOLUMN: Tip Tanja Groen: waarom nu pas?

Elke week schrijft misdaadverslaggever Henk Strootman een column over wat hem opvalt in de crimewereld. Deze week: Tanja Groen

Henk Strootman
3 minuten
Cold case

Een miljoen. Dat was het bedrag dat de Peter R. de Vries Foundation in 2021 uitloofde voor de gouden tip in de zaak Tanja Groen. Ik zeg het nog eens: een miljoen. Dat is serieus veel geld. De verwachtingen waren dan ook hooggespannen. Als dat enorme bedrag niemand over de drempel zou trekken, wat dan nog wel?

In coldcasezaken hoopt de recherche altijd op het voordeel dat het verstrijken van de tijd kan opleveren. Iemand die vroeger uit angst of loyaliteit niet naar de politie durfde te stappen, durft dat na een scheiding of het overlijden van een verdachte misschien wel. De Foundation pakte flink uit en aan publiciteit was er bepaald geen gebrek, tot ver over onze grenzen. Maar het bleef stil. Ik zal niet zeggen ‘oorverdovend stil’, want er zullen best wat goedbedoelde reacties van meedenkers zijn binnengekomen. Maar de gouden tip bleef uit.

Daarom was ik nogal verbaasd toen ik onlangs las dat iemand in een Belgische gevangenis opeens zegt te weten wat er met Tanja is gebeurd en waar ze is begraven. Ik moet het nog zien. Voor de ouders is natuurlijk te hopen dat het waar is, want die mensen leven al in tergende onzekerheid sinds 1993, toen hun dochter tijdens een fietstochtje door nachtelijk Maastricht verdween. Maar waarom komt die tipgever er nu pas mee? Zou hij niets hebben meegekregen van het tipgeld dat ooit is uitgeloofd? (Waar inmiddels trouwens geen aanspraak meer op kan worden gemaakt.) Het zou natuurlijk kunnen dat de tipgever het pas recent heeft opgevangen, maar dat zou betekenen dat zijn bron heeft zitten slapen.

Tanja Groen verdween in 1993.

Het is niet de eerste keer dat er zo’n veelbelovende tip is binnengekomen. In 2020 ging het OM zelfs over tot een ingrijpende zoekactie op een begraafplaats in Maastricht, na een tip die door het coldcaseteam als ‘zeer serieus’ werd bestempeld. De gedachte was even simpel als macaber: Tanja Groen zou kort na haar dood in een vers gedolven graf zijn gelegd. Op 1 september 1993 – de dag na haar verdwijning – vond op die begraafplaats in de Maastrichtse wijk Heugem daadwerkelijk een begrafenis plaats van een man die verder niets met de zaak te maken had. Volgens de tipgever was Tanja’s lichaam mogelijk in dat graf verborgen.

Waarom niet in stilte zoiets uitzoeken? Vind je niets, dan bespaar je de ouders een volgende dreun

De politie besloot het zekere voor het onzekere te nemen. Met zwaar materieel werd het graf geopend, waarna forensisch specialisten van het NFI onder toeziend oog van Peter R. de Vies laag voor laag te werk gingen. Elk spoor, hoe klein ook, moest veiliggesteld worden. De locatie paste eigenlijk precies in het plaatje en wakkerde de hoop verder aan. Een van de mogelijke fietsroutes van Tanja liep namelijk langs de begraafplaats, op zo’n 25 minuten van haar studentenkamer in Gronsveld.

Voor de nabestaanden van de man die er begraven lag, kwam het verzoek als een schok, maar zij verleenden wel hun medewerking. Ook de ouders van Tanja waren vooraf geïnformeerd. Voor hen was het weer zo’n moment waarop hoop en vrees hand in hand gaan. Misschien, eindelijk, een antwoord. Maar dat antwoord kwam er niet; de zoektocht in het graf leverde niets op. Het is overbodig om uit te leggen hoe zo’n afloop voor de ouders binnenkomt, dat gaat veel verder dan teleursteling. 

Met de nieuwe tip vanuit de Belgische bajes is er nieuwe hoop. Bij de ouders, bij de recherche. Maar ik vraag me af of de volgorde van zo’n ontwikkeling, zoals die nu in net nieuws is gekomen, wel de juiste is. Waarom niet in stilte zoiets uitzoeken? Vind je iets, dan kun je altijd nog pers mobiliseren. Vind je niets, dan bespaar je de ouders een volgende dreun.


Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct