MICHA JACOBS: Dat Nederland in 1988 Europees kampioen werd in West-Duitsland hoef ik je natuurlijk niet te vertellen, maar wist je dat dat EK eigenlijk in Engeland had moeten plaatsvinden? En dat dat die Engelsen door de neus werd geboord door onder anderen de hooligans van Millwall? Millwall ja, de club met de meest gewelddadige harde kern van Engeland die momenteel op de drempel van de Premier League staat.
Vorige week las ik een verhaal over de club uit Zuidoost-Londen die in 1985, een dag voordat de UEFA het EK van 1988 zou toewijzen, een FA Cup-wedstrijd speelde bij Luton Town. Ik heb die wedstrijd natuurlijk niet bewust meegemaakt, ik at toen nog zandkoekjes uit de zandbak en stopte nog Lego-blokjes in mijn neus, maar ik las in The Guardian dat het de dag was waarop ‘football slowly died’. Niet alleen het geweld in het stadion, waar geen stoel nog op zijn plek zat, agenten werden bekogeld met biljart- en golfballen en de keeper van Luton met een mes werd belaagd, was van ongekende proporties: ook de omringende auto’s en zelfs huizen werden geplunderd door voornamelijk Millwall-hooligans, de zogenaamde Bushwackers, die het Engelse voetbal gijzelden met gewelddadige acties als deze. Het zou voor de UEFA de druppel zijn geweest: Engeland, dat volgens de overlevering topfavoriet was om het EK in 1988 te organiseren, kon het toernooi door deze ongeregeldheden op zijn dikke bierpens schrijven. Dat ging op het allerlaatste moment nog naar West-Duitsland, waarvoor dank nog.
Millwall heeft mede door dit soort verhalen altijd tot mijn verbeelding gesproken, om de verkeerde redenen misschien, maar toch. Ik groeide op met veldslagen in het Zuiderpark, een staafincident in De Meer en een bom in de Kuip waardoor we bijna dat EK in 1988 misten (tijdens de EK-kwalificatiewedstrijd Nederland-Cyprus in 1987 had de Cypriotische keeper bijna geen oren meer over toen een vuurwerkbom vlak voor zijn neus ontplofte), maar de Bushwackers, de Lions of hoe je de harde kern van Millwall ook wilt noemen, staken daar in mijn beleving altijd bovenuit. Geen idee waarom, ik had en heb nog nooit een stap binnen The Den (Het Hol) gezet, maar ze boezemden me toch een kruimeltje angst in, zelfs nu ze in de bovenste regionen van The Championship staan en een zeer reële kans op promotie naar de Premier League maken. Ik verheerlijk geen geweld, maar ik vind het wel mooi dat er nog clubs bestaan waar je voor je gevoel drie keer over je schouder moet kijken voordat je hun stadion betreedt, wat jij?
EDWIN STRUIS: En het klinkt zo onschuldig in onze oren, The Den. Als een verstuiver met de lucht van sparren. Ik wist werkelijk niet dat het staat voor Het Hol, maar het verklaart wel een hoop. Als je een beetje behept bent met hersens loop je daar niet zomaar naar binnen, al ken ik wel iemand die zelfs een seizoenskaart heeft voor Millwall en hij vermaakt zich er kostelijk.
Het is natuurlijk ook een beetje een cultclub geworden, juist door al die ellende uit de jaren tachtig. “No one likes us, we don’t care,” zongen ze er altijd en als alles een beetje meezit, krijgt komend seizoen de Premier League voor het eerst te maken met deze ooit door Schotse havenwerkers opgerichte club die destijds een pub gebruikte als kleedkamer. Altijd handig voor na de wedstrijd.
Elk land heeft wel zo’n zwarte schaap in de voetbalfamilie. Met onze vriendengroep deden we ooit Buenos Aires aan. We zaten op de tribune in La Bombonera, de thuishaven van Boca Juniors, waar we ons vergaapten aan de doldwaze barras bravas die voor een waar pandemonium zorgden achter een van de doelen, pikten een wedstrijdje mee van Estudiantes (ooit tegenstander van Feyenoord in de strijd om de Wereldcup) en kregen een rondleiding in El Monumental, waar in 1978 de WK-finale werd gespeeld en we opeens weer geconfronteerd werden met de paal van Rob Rensenbrink die een wereldtitel in de weg stond.
Toen we ons verlustigd hadden aan al het moois dat het Argentijnse voetbal ons te bieden had, gingen er in de groep stemmen op om ook eens in een lagere divisie rond te kijken, en zo kwamen we uit bij Dock Sud, een vereniging uit een haveloze havenwijk ten zuiden van Buenos Aires. Wat we destijds aanzagen voor een cultplek was in werkelijkheid een omgeving waar drugsbendes vrij spel hadden en waar de politie zich liever niet liet zien. Dat Dock Sud er een zeer kwalijke reputatie op nahield en zelfs te boek stond als de gevaarlijkste club van Argentinië, was ons niet bekend. Het is wel veelzeggend in een land waar clubrivaliteit van een iets andere orde is dan hier. Vergeleken met de haat tussen bijvoorbeeld fans van Boca Juniors en River Plate is onze Klassieker een theekransje.
“Willen jullie echt naar Dock Sud?” schudde een taxichauffeur het wijze hoofd toen hij onze bestemming vernam. “Daar zou ik mijn hond nog niet eens naartoe sturen.” We wisten niet hoe snel we onze reisplannen moesten wijzigen. Dock Sud houdt nog een bezoekje van ons tegoed. En ook The Den staat niet bovenaan ons to-dolijstje.
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct