Henk Strootman
Misdaad

MISDAADCOLUMN: Is Europa het verloren continent?

Elke week schrijft misdaadverslaggever Henk Strootman een column over wat hem opvalt in de crimewereld. Deze week: de verloedering van Europese steden.

Henk Strootman Leestijd 3 minuten
Misdaadcolumn

Ik heb zin om in deze column eens even lekker ongenuanceerd tekeer te gaan. Weg voorzichtigheid, de groeten met politieke correctheid. Onlangs moest ik, om redenen waar ik u niet mee zal vermoeien, maar die te maken hadden met ontregeld vliegverkeer, via Parijs naar mijn bestemming in het Midden-Oosten. Dit betekende de Eurostar naar Gare du Nord en van daaruit naar vliegveld Charles de Gaulle. So far so good. Omdat niets menselijks mij vreemd is en gemak de mens dient, nam ik niet de metro naar het vliegveld, maar een taxi.

Voor ik verder ga even dit: er bestaat zoiets als een Parijs-syndroom. Wikipedia beschrijft het zo: “Het Parijs-syndroom is een acute psychologische aandoening, vaak ervaren door Japanse toeristen, die ontstaat door een extreme cultuurschok. Het treedt op wanneer het geromantiseerde, geïdealiseerde beeld van Parijs botst met de realiteit van drukte, onvriendelijkheid of vuilnis, wat leidt tot diepe teleurstelling, angst, waanbeelden en fysieke klachten zoals duizeligheid.”

Een syndroom heb ik tijdens mijn rit door Parijs niet opgelopen, maar merde, wat is het er een klerebende. Een serie als Emily in Paris moet wel in alle vroegte of met hulp van AI-ingrepen zijn gedraaid, want van het mooie en romantische Parijs is zo midden op de dag weinig over. In de ene straat waande ik me in Senegal, een straat verderop in Tanger of Algiers. Veel lui die doelloos op straat hangen, tegen een decor van onooglijke en uiterst vage winkels. Het straatleven vormde een haast surrealistisch contrast met de architectuur uit betere tijden. Georges-Eugène Haussmann, de beeldbepalende stedenbouwkundige die aan de basis stond van het mooie Parijs van weleer, zou zich in zijn graf omdraaien.

Merde, wat een klerebende is Parijs. De zakkenrollers, de straatverkopers, de oplichters; ze kunnen vrijelijk hun gang gaan

En het werd nog erger tijdens mijn stadssafari. Op sommige straten hebben gelukszoekers tentenkampen gebouwd. Je weet niet wat je ziet. Arm, arm Parijs. De hele stad ademt bestuurlijke wanhoop en onmacht. Men weet het gewoon niet meer. De zakkenrollers, de straatverkopers, de oplichters; ze kunnen vrijelijk hun gang gaan. En met veel brutaliteit, ook dat nog. Kijk maar eens naar de filmpjes van YouTubers die de straat op gaan om uit te zoeken hoe welkom ze nog zijn in hun ‘eigen stad’. De taferelen spreken voor zich. Gespuis uit allerlei windstreken verbiedt de YouTubers te filmen, probeert camera’s uit hun handen te slaan en zet soms zelf de achtervolging in.

Parijs.

Is dit kenmerkend voor Parijs? Nee hoor, het is een vloek die alle Europese steden lijkt te treffen. Londen: niet veel beter. Barcelona: om te janken. Rome: vergane glorie. En Amsterdam? Vraag het de Amsterdammers. Kijk naar het huisvuil dat zich ophoopt. Woon eens een van de talloze demonstraties bij op de Dam, waar iemand ongestoord mag roepen dat Hitler zijn karwei niet heeft afgemaakt.

Ja, ik ben erg negatief in mijn column en dat komt niet alleen door mijn ontluisterende taxirit. Het is allemaal al lang aan de gang. Ik ben niet van gisteren en heb genoeg gereisd om de veranderingen met eigen ogen te zien. Positieve uitzonderingen heb ik eigenlijk alleen buiten Europa waargenomen en dat zegt natuurlijk veel. Want ook in Nederland zie je vooral veel politieke onmacht en onwil. Onlangs nog bij Vandaag Inside. Jesse Klaver kwam niet verder dan het versleten ‘We moeten met elkaar in gesprek blijven’. Je zou het een variant kunnen noemen op het theedrinken van oud-burgemeester Job Cohen, die dacht op deze manier de problemen van Amsterdam te kunnen beteugelen. Er wordt genoeg gepraat in Den Haag. Maar daadkracht is ver te zoeken. Wie wil weten waar dat toe kan leiden, moet maar even de trein pakken naar Parijs en een taxi nemen naar vliegveld CDG.