EDWIN STRUIS: Heb jij dat weleens meegemaakt? Dat je een kwartier voor aanvang van een profduel aan komt rijden bij een stadion dat nog op slot blijkt te zitten en waar een handjevol mensen je aankijkt alsof je net bent uitgespuugd door de Etna? We waren met de vriendengroep namelijk neergestreken in het oosten van Sicilië en omdat we tijdens zo’n trip graag een potje voetbal meepikken onder het motto: hoe lager, hoe beter, kwamen we uit in Paternò, een onooglijk stadje niet al te ver van Catania.
Aan de timing lag het niet. Toen Italië laatst voor de derde keer op rij WK-kwalificatie misliep, kon ik een glimlach namelijk niet onderdrukken. Dat trotse voetballand, dat ons sterren als Riva, Pirlo en Totti schonk, moet straks toekijken terwijl laagvliegers als Irak, Kaapverdië en Curaçao straks wel de mondiale schijnwerpers op zich gericht weten. Dat konden we onze pasta-etende vrienden op Sicilië nog even fijntjes inwrijven. Maar het liep toch even anders: als ze al teleurgesteld waren, wisten ze dat heel goed te verbergen. Het openbare leven ging gewoon z’n gang in de rauwe stad Catania en in wat meer opgepoetste plekjes als Siracusa en Taormina.
Wist je trouwens dat in die laatste parel Jim Kerr, de leadzanger van de Simple Minds een leuk optrekje bezit? Toen hij werd gevraagd om de plaatselijke voetbalclub te sponsoren, hapte deze Celtic-fan meteen toe, op één voorwaarde: dat Taormina FC de blauwe clubkleur zou inruilen voor een groen-witte. Omdat het seizoen er voor Taormina alweer opzat, kwamen wij terecht bij het Serie D-duel tussen ASD Paternò Calcio en SS Milazzo in het Falcone-Borsellino-stadion, vernoemd naar de moedige rechters die het begin jaren negentig aandurfden om de maffia aan te pakken en dat moesten bekopen met hun leven. Helaas was ook uit dit verveloze onderkomen alle leven verdwenen, zo bleek toen we een tribune beklommen met uitzicht op een knollentuin die ook nog eens werd omzoomd door een soort plexiglas wand, waardoor je de zijlijn niet eens kon ontwaren.
Van wat volgde, gingen onze voetbalharten ook niet harder kloppen, zelfs op het vierde niveau van Italië volhardde men in aanstellerij met bijpassende lippendiarree in plaats van een poging tot fatsoenlijk voetbal. Logisch dus dat er bijna twee uur later een 0-0 op het – imaginaire – scorebord stond.
Het fraaie uitzicht op de besneeuwde flanken van de Etna vergoedde wel iets, toch wisten we niet hoe snel we weer terug in Catania moesten komen. Het duurde heel wat grappa’s voor we de teleurstelling hadden weggespoeld.
MICHA JACOBS: Net als al die Sicilianen slaap ik er geen seconde slechter van dat Italië er wéér niet bij is, maar wat ik wél een misdaad tegen de menselijkheid vind, is dat we het mooiste volkslied ter wereld weer niet te horen krijgen. Dat pompende Il Canto degli Italiani dus (Het lied van de Italianen), een opzwepende mars die klinkt alsof er elf op hol geslagen paarden op je af komen gerend en je als tegenstander al bij voorbaat met 1-0 achterstaat. Zoals een goed volkslied betaamt natuurlijk.
Elke keer als ik het hoor, en dat is dus veel te weinig, zijn er minstens tien haartjes op mijn arm die richting voetbalhemel wijzen, wat er nog altijd negen meer zijn dan wanneer ik ons trage, al het leven uit ons zuigende Wilhelmus hoor. Zoals de Italianen vooraf al met 1-0 leiden, zo staan wij met 1-0 achter, omdat we bij de aftrap al in slaap zijn gesukkeld. Onbegrijpelijk eigenlijk dat Italië met zo’n volkslied niet elke wedstrijd wint, maar we leven inderdaad niet meer in de tijden van Totti, Del Piero en Bonucci. Sterker nog, tijdens die beslissende play-off tegen Bosnië en Herzegovina kende ik meer Bosniërs dan Italianen aan de aftrap, om de val van het moderne Romeinse voetbalrijk nog maar eens te benadrukken.
Wat mij op het volgende idee brengt: denk je dat we dat volkslied van Italië mogen lenen tijdens het WK? Of desnoods voor een zacht prijsje mogen kopen, bij wijze van volksliedtransfer? Genoeg Italianen in Amerika trouwens die ons alleen al om die reden zullen aanmoedigen, maar ik vind het niet eens zo’n gek idee. De tekst hoeft niemand uit zijn hoofd te leren, ik zie nooit een speler van Oranje het volkslied uit volle borst meezingen, dus neuriën vind ik ook al acceptabel. Als iedereen maar een oerkreet op het einde slaakt, zoals die Italianen dat ook altijd doen, waardoor het lijf volstroomt met adrenaline en zelfs die hangende oogleden van Ryan Gravenberch spontaan de lucht in vliegen door die decibellendoping.
Als KNVB zijnde zou ik iets minder winstpremie uitkeren en een poging wagen om het Italiaanse volkslied voor een week of zes los te peuteren op het bondsbureau in Rome. Desnoods sturen we Rijkaard, Gullit en Van Basten ernaartoe om een goed Italiaans woordje voor ons te doen en vliegen we Andrea Bocelli in om het ten gehore te brengen als we met die wereldbeker door de grachten varen, toch? Om het Marco Borsato te laten zingen, vind ik ook weer zo wat.
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct