Entertainment

Week van Toen: Dobbelsteen gooide altijd zes (1991)

Elke week poetsen we een pareltje op uit het rijke archief van Panorama (anno 1913). Deze week, uit editie 16, 1991: ‘Mannen schieten mentaal tekort’

Micha Jacobs Leestijd 2 minuten
Week van Toen
BN'ers
Week van Toen
Artikel uit Panorama 16, 1991.

Carry Tefsen is niet bang voor de dood, zei ze eind vorig jaar nog op de radio. Sterker nog, ze houdt er zelfs rekening mee, wat ook niet heel gek is als je de respectabele leeftijd van 87 hebt. Dat geef je haar overigens niet, zoveel levensvreugde straalt ze nog altijd uit.

Deze week precies 35 jaar geleden deelde zij een stukje van haar levensvreugde met ons. We schrijven het jaar 1991, Tefsen is op dat moment mateloos populair door haar vertolking van Mien Dobbelsteen in Zeg ’ns Aaa en als presentatrice van het datingprogramma Op goed geluk, al heeft ze er dan al een roemruchtig leven op zitten, vooral ook met mannen. Met haar huidige partner Ger, met wie ze twee kinderen heeft, is ze al meer dan zestig jaar samen; uit een eerder huwelijk heeft ze een dochter. 

In 1991 kende ze Ger zo’n twintig jaar, zei ze tegen ons: “Tot ik hem ontmoette, leidde ik een rusteloos en ‘fladderig’ leven. Er zijn nogal wat mannen in mijn leven geweest. Je kunt je afvragen waarom je bij iemand weggaat, maar meestal is het gewoon omdat de koek op is. Geld of de angst om alleen te blijven, heb ik nooit een eerlijke drijfveer gevonden om bij iemand te blijven. Zoiets vind ik hetzelfde als je ziel verkopen.”

Tefsen in 1991: ‘De hoeren die dagelijks hun beroep uitoefenen hebben vaak een heel goeie kijk op het leven’

Met de meeste mannen van haar generatie had ze niet zoveel, zei ze: “Die schieten over het algemeen tekort in hun emoties. Mentaal zijn ze ook niet sterker dan vrouwen. Mannen van mijn leeftijd die zijn opgevoed door een moeder die alles maar voor hen opruimde en waar thuis over bepaalde zaken niet werd gesproken, zoals seks, zulke mannen schamen zich om zich bloot te geven. De kinderen van nu zijn wat dat betreft veel openhartiger, die praten ook meer en zijn daardoor niet zo verknipt naar binnen gekeerd.”

Tefsen hield van sterke vrouwen, van de Mienen in de Jordaan waar ze tussen opgroeide, maar ook van de sterke vrouwenrollen in het theater, zoals die van Dulcinea in De man van La Mancha, ‘een boerenmeid die met veehoeders het hooi induikt om wat bij te verdienen’.

Panorama editie 16, 1991.

Tefsen: “Ik heb haar bewust rauw en hoerig neergezet, wat mij wel ligt. Ik heb in mijn leven nogal wat hoeren ontmoet waar ik best bewondering voor heb. Een hoer zit in een specifieke hoek van het leven waarin ze aan de ene kant keihard moet zijn en aan de andere kant weer zoveel gevoel in haar donder moet hebben dat een man met een bepaald vertrouwen naar haar toe komt. Want als ie dat niet heeft, komt ie niet. De meiden die dat beroep dagelijks uitoefenen, hebben vaak een heel goeie kijk op het leven, vooral op maatschappelijk gebied. Want een minister wil uiteindelijk toch hetzelfde als de kruidenier op de hoek.”

Waarheden als een koe, ook nu nog, maar wat wil je ook met zoveel levenswijsheid. Lang leve Carry!


Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct
Meer Entertainment