Mensen zijn snel geneigd te zeggen dat toeval niet bestaat. Vooral degenen die ontvankelijk zijn voor het spirituele, voor alles wat zich ergens tussen hemel en aarde zou afspelen. Ik ben daar in de loop der jaren wat nuchterder in geworden. Mijn uitgangspunt is simpel: toeval bestaat wél. En vaker dan je lief is.
Toen kortgeleden twee vrouwen onafhankelijk van elkaar dood werden gevonden en al snel duidelijk werd dat ze collega’s waren bij dezelfde bank, wist ik precies welke kant het op zou gaan in de publieke opinie. Dit kon geen toeval zijn. Twee slachtoffers, één werkgever, korte tijdspanne; daar moest wel een verband tussen zijn. Maar ik was er niet van overtuigd.
Want wie lang genoeg meeloopt, herkent het mechanisme: twee losse zaken worden naast elkaar gelegd en ineens lijkt alles samen te vallen. Het patroon ligt er al voordat iemand het hardop heeft uitgesproken. Een van de meest illustratieve voorbeelden blijft de vermeende link tussen Maria van der Zanden en Ilona Németh. Twee jonge vrouwen, ogenschijnlijk zonder enige connectie. Er zat ook nog eens tien jaar tussen hun verdwijning en dood. Totdat die ene groepsfoto opdook.
Twee collega’s bij een bank worden, los van elkaar, dood gevonden. Daar moest een verband tussen zijn
Op die foto stonden ze allebei, als tieners, bij een christelijke club. Meer had je eigenlijk niet nodig om de fantasie aan te slingeren. Twee slachtoffers, één beeld, één verleden. De suggestie was helder: hier moest iets achter zitten. De politie deed wat moest. Iedereen op die foto werd nagelopen. Achtergronden naast elkaar gelegd. Oude sporen opnieuw bekeken. Want als het géén toeval was, dan zat hier de sleutel. Die sleutel bleek er niet te zijn.
De zaak van Maria kreeg pas veel later een wrange wending. Zij verdween in 1994 tijdens een fietstocht. Jarenlang bleef ze spoorloos. Tot bleek dat haar lichaam al kort na haar verdwijning in Duitsland was gevonden, maar dat ze nooit was herkend. Ze lag bijna dertig jaar als naamloze dode begraven. Pas recent kwam haar identiteit vast te staan. Wat er precies is gebeurd, blijft onduidelijk. Inmiddels wordt een misdrijf weer serieus onderzocht.
De zaak van Ilona liep anders. Zij verdween in 2004 op weg naar haar werk. Haar fiets werd teruggevonden, haar lichaam later in een plantsoen. Er kwam uiteindelijk een verdachte in beeld die haar had omgebracht en begraven. Daarmee kreeg die zaak een dader. Maar die uitkomst bracht de twee dossiers geen millimeter dichter bij elkaar. Twee zaken dus. Twee slachtoffers. Geen verband.
Hetzelfde mechanisme zie je vaker. Er gebeuren in korte tijd meerdere incidenten die op elkaar lijken. Zelfde type slachtoffer, zelfde omgeving, soms zelfs hetzelfde moment van de dag. Al snel ontstaat het idee dat er één dader achter zit. Dat heeft ook te maken met de behoefte om dingen te verklaren. Toeval voelt onbevredigend. Het geeft geen houvast. Dus verzinnen we een reden. Een prinses kan niet zomaar verongelukken, daar moet iets achter zitten. Een populaire politicus wordt niet op klaarlichte dag vermoord zonder dat er ergens aan de touwtjes wordt getrokken. Het idee dat iets ‘gewoon gebeurt’ is voor veel mensen moeilijk te accepteren. En dus zoeken we naar patronen. Naar verbanden. Naar een verhaal dat klopt, ook als de feiten dat nog niet doen.
Terug naar nu, naar Amsterdam-Zuid en Nieuw-Vennep. Twee vrouwen, dezelfde werkgever. Het klinkt meteen groter dan het is. Maar als je naar de feiten kijkt, zie je iets anders. In de ene zaak zit een verdachte vast die vermoedelijk rondzwierf. In de andere zaak wordt nog gezocht. Verschillende plekken, verschillende omstandigheden, verschillende richtingen.
Misschien komt er alsnog een link. Dat gebeurt soms. Maar net zo vaak ook niet. En dan blijft er weinig over. Twee dossiers. Twee slachtoffers. En één overeenkomst waar iedereen meteen een verhaal van maakt.
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct