Een van de meest sneue dingen die ik ooit op televisie heb gezien, speelde zich af op een winderige spottersplek bij Schiphol. Kleine man in pilotenuniform. Handen diep in de zakken. Jasje een maat te groot, vier gouden banden om de mouwen; gezagvoerder dus. Hij keek wat rond, probeerde nonchalant te doen. Het was duidelijk dat hij stond te wachten tot iemand hem zou aanspreken.
En dat gebeurde ook. Alleen niet door een vliegtuigspotter, maar door Alberto Stegeman. Met nepbaard en een mal vissershoedje. Undercover in Nederland. Onze ‘gezagvoerder’ vertelde dat hij net terug was van een lange intercontinentale vlucht. En wat doe je dan na zo’n reis? Naar huis? Douchen? Slapen? Nee hoor. Dan ga je blijkbaar eerst even in uniform rondhangen op een winderige spottersplek bij Schiphol. Stegeman had maar een paar vragen nodig om de man te ontmaskeren als neppiloot.
Ik moest daaraan denken toen ik op de rechtbankrol een opmerkelijke zaak zag. Volgens justitie heeft een 22-jarige Groninger zich meerdere keren voorgedaan als ambulancebroeder. Met zwaailichten, sirene en een voertuig dat was omgebouwd tot ambulance zou hij op meldingen van hulpdiensten zijn afgekomen. Zo verscheen hij onder meer bij een ongeval waarbij een vrouw door pijn aan haar voet niet meer kon staan. Hij onderzocht haar, concludeerde dat er waarschijnlijk niets gebroken was en gaf papieren mee die sterk leken op formulieren van de ambulancedienst.
De 22-jarige Groninger ging met zwaailichten, sirene en een nep-ambulance op meldingen van hulpdiensten af
Als ik zoiets lees, probeer ik me de situatie voor te stellen. Je ligt op straat na een ongeluk. Voet doet pijn en zwelt met de minuut. Mensen staan om je heen. Dan komt er een ambulance aanrijden met zwaailicht. Iemand stapt uit in uniform, knielt naast je en zegt dat hij even naar je voet gaat kijken. Dat stelt gerust. En dat blijkt dat die man helemaal geen ambulancebroeder was. Kan het nog gekker? Ja, want volgens justitie zou de verdachte ook politiepassen hebben vervalst, een AED hebben meegenomen toen hij nog vrijwilliger was bij het Rode Kruis en meerdere keren met sirene hebben gereden terwijl hij daar geen toestemming voor had.
Blijkbaar kon hij een tijdje ongestoord zijn gang gaan. Een uniform doet iets met mensen. Trek iemand een herkenbaar pak aan, geef hem een paar overtuigende accessoires en de meeste omstanders nemen aan dat het allemaal wel snor zit. In een noodsituatie ga je niet eerst iemands bevoegdheid controleren. Autoriteit zit soms gewoon in een reflecterend hesje, een portofoon en een pet; de meeste mensen doen dan automatisch een stap opzij.
Misschien is dat ook de reden dat dit soort figuren blijven opduiken. Niet alleen nep-piloten en nep ambulancebroeders, maar ook nep-oorlogsveteranen. Mannen die op herdenkingen verschijnen met een borst vol lintjes en medailles. Soms indrukwekkende onderscheidingen waar echte militairen hun leven voor hebben gewaagd. Het gaat meestal een tijdje goed. Totdat iemand ziet dat er één verkeerd lintje tussen zit. Een onderscheiding die nooit samen met de andere wordt gedragen. Of een medaille die pas twintig jaar later werd ingesteld. Dan sneuvelt de zorgvuldig opgebouwde heldenstatus binnen een paar seconden.
Het motief is meestal niet zo ingewikkeld. Aanzien. Respect. Even iemand zijn. Toch zit er een verschil tussen de man bij Schiphol en de Groningse ambulancebroeder. De nep-piloot stond vooral te wachten tot iemand hem aansprak. Hij wilde gezien worden. De Groninger ging daadwerkelijk op noodmeldingen af. Hij bemoeide zich met echte ongelukken en echte slachtoffers. En dan wordt het ineens een stuk minder grappig. Inmiddels heeft de rechtbank in Groningen zich over de zaak gebogen. De strafmaat was bij het schrijven van deze column nog niet bekend. Maar één ding lijkt wel duidelijk: de hulpverlener kan zelf ook wel wat hulp gebruiken.
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct