Henk Strootman
Misdaad

MISDAADCOLUMN: Met een lichte vorm van professionele jaloezie kijken naar Amerikaanse truecrimeseries

Elke week schrijft misdaadverslaggever Henk Strootman een column over wat hem opvalt in de crimewereld. Deze week: Amerikaanse truecrimeseries.

Henk Strootman
Televisie

Steeds als ik naar een Amerikaanse truecrimeserie kijk, denk ik: hoe krijgen ze daar toch al dat materiaal bij elkaar? Bodycambeelden van agenten die een huis binnenstormen, politieverhoren, 911-gesprekken waarin iemand in paniek om hulp belt. Foto’s van de PD, met het bebloede moordwapen op het aanrecht. En dan ook nog eens familieleden en rechercheurs die zonder veel terughoudendheid voor de camera hun verhaal doen.

Ik kijk er graag naar, maar wel met een lichte vorm van professionele jaloezie. In de loop der jaren heb ik regelmatig meegewerkt aan misdaadprogramma’s. Interessant, maar lastig werk, want welbeschouwd zit niemand op je te wachten. Meestal begint een reportage met een telefoontje naar politie of justitie met een vrij bescheiden vraag: mogen we het dossier inzien? Dan volgt vrijwel altijd dezelfde reactie. “Dat moeten we eerst intern bespreken, we komen erop terug.”

Klinkt veelbelovend, maar meestal betekent het dat je een paar weken niets hoort, met als uitkomst een keurig mailtje waarin staat dat het ‘helaas niet mogelijk is om aan het verzoek te voldoen’. Privacy meneer. Opsporingsbelangen mevrouw. Er is één uitzondering. Als politie of justitie zelf belang heeft bij publiciteit, kan er ineens veel. Dan gaan archiefkasten wél open en blijken er toch beelden te bestaan. Voorwaarde is wel dat je een deel van de regie uit handen geeft: welke beelden beschikbaar zijn en welke vragen gesteld mogen worden. Zo werkt het hier nu eenmaal: voorzichtig en juridisch dichtgetimmerd.

Waarom doen we zo krampachtig over zaken die allang zijn opgelost of ergens in een archiefkast liggen te verstoffen?

Nee, dan Amerika. Ook wat misdaadprogramma’s betreft is dat een land van onbegrensde mogelijkheden. In programma’s als The First 48 of Murdertown krijg je alles te zien: de PD, de verhoren en uiteindelijk het vonnis bij de rechtbank. En er is nog iets wat me opvalt. Nabestaanden en getuigen praten in keurige quotes die rechtstreeks de montage in kunnen. “He always seemed like a nice guy.” Of: “You never think something like this can happen in your neighborhood.” Probeer dat hier maar eens. In Nederland verzandt zo’n interview al snel in gehakkel of het obligate zinnetje dat we inmiddels allemaal kennen: “Het komt wel erg dichtbij...”

Waarom kan in de VS zoveel meer dan hier? Het antwoord is vrij simpel. Een groot deel van politie- en justitiemateriaal is daar na afloop van een zaak openbaar. Journalisten en documentairemakers kunnen via public-records-wetten documenten en beeldmateriaal opvragen: bodycambeelden, dashcams, verhoorvideo’s en 911-gesprekken. Zodra een zaak is afgerond, ligt er dus een complete visuele geschiedenis van het onderzoek klaar. Daar komt bij dat Amerikaanse politiediensten gewend zijn aan media-aandacht. Televisieprogramma’s worden vaak gezien als een kans om het werk van de politie te laten zien. In Nederland ligt dat gevoeliger, al heeft televisiemaker Ewout Genemans laten zien dat de politie ook hier langzaam begint te ontdooien.

The First 48.

Terughoudendheid bij lopende onderzoeken kan ik goed begrijpen. Niemand zit te wachten op televisiecamera’s die een zaak in de war schoppen. Wat ik minder goed begrijp, is de krampachtigheid rond zaken die allang zijn opgelost of ergens in een archiefkast liggen te verstoffen. Ook daar lijkt opsporingsinformatie koste wat kost binnenskamers te moeten blijven. Het resultaat is dat Nederlandse misdaadprogramma’s het vaak moeten doen met reconstructies, interviews en krantenknipsels.

Sinds het programma Peter R. de Vries, misdaadverslaggever van de buis verdween, is er in Nederland eigenlijk nooit meer een serieus misdaadprogramma voor in de plaats gekomen. Dat kan moeilijk komen doordat hier ineens geen criminaliteit meer bestaat. Ik pleit er niet voor om de Amerikaanse aanpak klakkeloos over te nemen. Past ook niet bij ons calvinistische landje. Maar met een beetje goede wil en iets minder krampachtigheid bij politie en justitie moet het toch mogelijk zijn om een waardige opvolger te maken van het programma dat Peter R. de Vries jarenlang zo succesvol maakte.