Micha Jacobs & Edwin Struis
Sport

SPORTCOLUMN: Soms zou ik willen dat ik in Noorwegen was geboren

Iedere week schrijven onze Panorama-verslaggevers een column over wat hen opvalt in de sportwereld. Deze week: de liefde voor Noorwegen.

Voetbal

EDWIN STRUIS: Vooropgesteld: we hebben in dit land weinig te klagen, hoewel het volkssport nummer 1 is. De armste Nederlander zou nog miljonair zijn in tal van landen, er stroomt schoon en drinkbaar water uit de kraan, als je op een knop drukt, gaat het licht aan en je mag zelfs stemmen op deerniswekkende types als Geert Wilders en Lidewij de Vos, maar toch, soms zou ik willen dat ik in Noorwegen was geboren. 

Oké, de prijs van een pils zou wat lager kunnen en ook daar lopen gedegenereerde types rond tot in het koningshuis aan toe, maar verder zitten er niet heel veel nadelen aan het Noor-zijn. Wat een ruimte ook, wat een natuur, al die wolven ook die niet over hekken hoeven te springen voor een stukje vers schapenvlees en zelden een hond-uitlatend mens op hun pad tegenkomen. Ook op cultureel gebied staan ze hun mannetje. Laatst wonnen ze een Oscar voor beste buitenlandse rolprent voor de Trier-film Affeksjonsverdi, waar wij niet verder komen dan treurfilms als Bad Slippers en Champagne.

En ook de sportfan komt aan zijn trekken. Op de laatste Winterspelen kaapten de Noren de meeste gouden medailles weg en kroonde langlaufer Johannes Høsflot Klaebo zich tot meest gelauwerde winterse olympiër ever. Of neem de indrukwekkende kwalificatie van het Noorse nationale elftal voor het komende WK. Acht duels gespeeld, acht gewonnen. De Italianen in eigen huis vernederd met 1-4, thuis Moldavië verpulverd met 11-1.   

Graag had ik deze ronkende opsomming afgesloten met alle loftuitingen die de voetballers van Bødo/Glimt ten deel vielen na hun glanzende plaatsing voor de kwartfinale van de Champions League, na eerdere zeges op Manchester City en Internazionale. Alleen werkte Sporting Clube de Portugal even niet mee. Ach, wat had ik een medelijden met de doorweekte Noorse fans op de tribune van het Estadio José Alvalade.

Weggespeeld en -geregend op één avond, dat is bijna meer dan je kan verdragen. Gelukkig scheen ook hier de Noorse nuchterheid al snel door bij spelers en publiek. Zij mochten weer terug naar hun vertrouwde paradijsje boven de poolcirkel, de armoedzaaiers uit Lissabon moesten zich weer tevreden stellen met fado, vinho verde en die niet weg te krijgen bacalhau.

Afijn, wij mogen ons komende vrijdag (27 maart) gaan laven aan het Noorse voetbal, als Haaland en de zijnen onze nationale trots even laten zien waarom zij straks wél een van de favorieten zijn voor de wereldtitel. Of sla ik nu een beetje door in mijn noorkeuren?

Superspits Erling Haaland tijdens het WK-kwalificatieduel Italiƫ-Noorwegen.

MICHA JACOBS: Ach Noorwegen. Op voorhand hebben ze het niet getroffen met de WK-loting, met Frankrijk en Senegal in de poule, maar van Senegal schijn je tegenwoordig niet te kunnen verliezen. Zij winnen misschien wel van je, maar twee maanden later krijg je alsnog de overwinning in de schoot geworpen als je maar lang genoeg tiert, zuigt en een paar centjes neerlegt bij een malafide voetbalorganisatie. 

Ik weet niet hoe schoon het geweten van de Noren is, ergens lijkt het mij het minst corrupte land op aarde, dus voor advies moeten ze maar aankloppen bij Marokko. Oranje kan ook alleen maar leren van dat bloedzuigende, verwerpelijke en ronduit gênante optreden van de Marokkanen tijdens die afgelopen finale van de Afrika Cup (Marokko-Senegal 0-1, maar 3-0 reglementair na protest van Marokko), want met een beetje pech komen we ze direct na de poulefase op het WK tegen. En met nóg meer pech Brazilië, over bloedzuigende onderkruipsels als Viniciús Junior gesproken.

Nee, dan ben ik meer fan van de Noren. Nooit geweest trouwens, Noorwegen, maar ik leef met het op niks gebaseerde idee dat de mensen daar gemiddeld tien jaar ouder worden dan in de rest van de wereld – als je niet iemand als Anders Breivik tegenkomt – je je als vrouw altijd en overal veilig voelt – als je geen wandelende testosteronfabriek met een godscomplex tegenkomt wiens moeder toevallig met de Noorse kroonprins is getrouwd – en dat elke fjord zo mooi is dat ie alleen maar door AI kan zijn gemaakt. En dan hebben ze ook nog eens een jaloersmakend goed voetbalelftal dat ook nepper lijkt dan het sixpackje van Gordon op de aankomende Men’s Health-cover.

Perfect geboetseerde, overwegend blonde jongens als Haaland, Ødegaard en Sørloth en nog zeker acht anderen. Zeg ik overigens niet op verlekkerde toon. Al hadden ze een bochel op hun rug en aan elke arm drie handen: ik ben meer geïnteresseerd in de ballen op het veld dan die in hun broek. Wel opvallend dat iemand als Haaland niet eens een tattoo op z’n Sanex-huidje heeft, net als iemand als Kylian Mbappé overigens. Aankomende zomer staan ze in Boston tegenover elkaar, de wedstrijd waar ik van alle poulewedstrijden misschien wel het meest naar uitkijk.

Eerst aankomende vrijdag dus Holland-Haaland en dinsdag tegen die Ecuadoriaanse scheermessen, twee compleet verschillende potjes. De ene wedstrijd om het zelfvertrouwen niet aan gruzelementen te laten slaan en die andere om de ledematen heel te houden. Gaat in beide gevallen niet lukken, vrees ik.