Wilco Polinder uit Harderwijk is al zes jaar bezig aan een bijzonder project: als ‘groundspotter’ trekt hij langs álle ruim 2400 amateurvoetbalclubs in Nederland. Hij wil ze echt allemaal beschrijven en op de foto schieten voor op zijn website. Het schiet al op want op de dag dat wij met hem mogen vergezellen, is voetbalbalcomplex 1832 aan de beurt. “Ik stuur soms een foto naar mijn vrouw met de woorden: kijk schat, hier doe ik het nou voor.”
“Nu zie ik iets…” Wilco Polinder (42) loopt met ferme passen over het hoofdveld van amateurvoetbalclub Moerse Boys in Zundert, een Brabants dorpje tegen de Belgische grens, om van dichtbij te bekijken wat zijn ogen al van ver hebben waargenomen. “Kijk, hier hou ik van,” zegt hij wijzend naar het naambord van Moerse Boys, dat recht en symmetrisch boven de kleine tribune hangt. “Dit zou elke tribune moeten hebben.” Dan: “Even een selfie maken.”
Polinder zet op deze koude maar zonnige donderdagochtend zijn rugtas neer, haalt er een statief uit en meteen ook zijn kladblok, waarin hij de capaciteit en het bouwjaar van de tribune schrijft. Moerse Boys (‘een voetbalclub met pit, in de kleuren oranje-wit’) is halte nummer 1832 in de indrukwekkende reis die Polinder zes jaar geleden is begonnen. Hij heeft zich tot doel gesteld om álle ruim 2400 Nederlandse amateurvoetbalclubs op de foto te zetten. “Een uit de hand gelopen hobby,” noemt hij het zelf.
Voor zijn socialemedia-account ‘Nederlandse velden’ bedient hij op Facebook (ruim 18 duizend leden) en Instagram (ruim 7600 volgers) duizenden liefhebbers van het amateurvoetbal. Over elke club schrijft hij een leuk verhaal met daarin de historie, leuke wetenswaardigheden en feitjes, wat begeleidt wordt met foto’s van de ingang van het complex, het hoofdveld, de al dan niet aanwezige tribune(s) en de kantine.
“Laatst was ik bij HKW’21 in Hoedekenskerke, een klein plaatsje in Zeeland,” vertelt Polinder, terwijl hij zijn spullen inpakt voor een bezoek aan de volgende club. “Zij hebben een kantine met houten meubilair, vloerkleedjes op de tafel en houten plavuizen. Op de achtergrond van het complex zie je een kerk staan. Nou, dan heb je mij, hoor. Ik stuurde een foto naar mijn vrouw met de woorden: Kijk schat, hier doe ik het nou voor.”
Club van Jaap Stam
Hoe het zo is gekomen? Polinder, woonachtig in Harderwijk, vertelt zijn verhaal al rijdend in zijn zilverkleurige Renault Megane, waarin hij zijn navigatie heeft ingesteld op het adres van de volgende club: VV Achtmaal in Achtmaal. “Eigenlijk komt dit door mijn vrouw,” lacht hij. Met pretoogjes vervolgt hij: “Het was 2020. Coronatijd. Mijn vrouw had voor onze dochter zo’n Tripp Trapp-stoel gekocht via Marktplaats. Of ik die even wilde ophalen in Genemuiden? Ja hoor. Het was een mooie lentedag, één van de eerste zonnige dagen van het jaar, en ik dacht: ik ben eindelijk weer even buiten, ik neem het ervan. Ik wist: onderweg kom ik langs DOS/Kampen, de club van Jaap Stam, en vervolgens kan ik ook nog naar SC Genemuiden. Ik had wat foto’s van de verlaten velden gemaakt, zette die op de sociale media en vervolgens kreeg ik daar best leuke reacties op. Zo is het balletje gaan rollen.”
'Ik heb niets met de Champions League, dat gesmijt met geld. Ik kijk veel liever naar de eerste ronde van de beker, als amateurclubs de profs ontvangen. Dat vind ik prachtig'
Hoewel Wilco Polinder aanvankelijk dacht om elk jaar de amateurclubs van één provincie te portretteren, kreeg het virus hem al snel te pakken en voerde hij onbewust het tempo op. Gemiddeld twee keer per maand trekt hij er op uit met zijn kladblok, fotocamera en statief. Inmiddels is hij fysiek aanbeland in Noord-Brabant, terwijl hij op sociale media nog elke dag een verhaaltje post van een amateurclub uit Zeeland. Als een provincie is afgerond, dan begint de verkiezing van mooiste tribune van de provincie. “Wat is een tribune?” vraagt Polinder aan ons, terwijl we over het hoofdveld van VV Wernhout lopen. “Dat is nog wel een grappige discussie. Een tribune is geen rij stoelen – overkapt of niet. Nee, een tribune is pas een tribune als hij meerdere rijen stoelen heeft die op- of aflopen.”
Waar zijn hart sneller van gaat kloppen? “Hoe authentieker hoe beter,” vindt Polinder. “HSV Hoek vind ik wel een mooie club. Qua prestaties op het veld zijn ze erg groot, maar qua complex is het nog lekker oubollig en kneuterig. Dat is voor mij een gouden combinatie.” En dat doet iets met hem. Dat blijkt ook wel als Wilco bij het startpunt van deze dag, voetbalvereniging Schijf, een blik naar binnen werpt door het raam van de kantine. Houten barkrukken in de clubkleuren van VV Schijf, sjaaltjes van bekende en minder bekende clubs hangen aan het plafond en het middelpunt wordt gevormd door een klassieke houten bar met biertap.
“Hier word ik nou blij en gelukkig van,” zegt Polinder met twinkelende oogjes. Dan, serieus: “Kijk, je moet wel van voetbal houden, anders doe je dit niet. Ik heb alleen niets met de Champions League, dat gesmijt met geld. Ik zie het wel eens, maar ik kijk veel liever naar de eerste en tweede ronde van de KNVB-beker, als veel amateurvoetbalclubs de profs ontvangen. Dat vind ik prachtig. ESPN heeft dan zo’n schakelprogramma. Ik zei al tegen mijn vrouw: volgend jaar ga ik drie dagen verlof vragen. Ik moet dat zien. Dat is toch prachtig?”
Wilco Polinder is één brok energie en zo blij als een kind als hij zijn auto in gang zet voor een nieuw dagje ‘groundspotting’. Elke maand is het weer puzzelen voor Wilco om zijn hobby uit te kunnen voeren. De maandagen en donderdagen zijn de enige opties, omdat zijn kinderen dan naar de BSO gaan. Maandagen zijn z’n favoriet, omdat er dan vaak veel vrijwilligers rondlopen op het terrein en hij soms prachtige taferelen aantreft, zoals drogende shirts aan een waslijn bij SV Heinenoord of FC Lemmer.
Maar ja, er is ook nog zoiets als het werkschema van zijn vrouw, fysiotherapeute in een verzorgingstehuis, en zijn eigen baan als MER (Medewerker Exploitatie en Reserve) bij het openbaar vervoersbedrijf in Utrecht. Als Wilco Polinder ochtenddienst heeft, dan gaat zijn wekker om drie uur ’s nachts om vanaf vijf uur de lijnbussen gereed te maken voor een nieuwe dag. “Dat is soms pittig,” bekent hij. “Want na een dag clubs bezoeken ben ik echt kapot.”
Privacyschending
Toch is Wilco Polinder, voorzien van een zwarte donsjas met het opdruk ‘Nederlandse velden’, intussen een bekende figuur in de wereld van het amateurvoetbal. Dat blijkt ook wel als hij zijn gezicht laat zien in de kantine van VV Wernhout, waar net wat pensionado’s zijn aangeschoven voor een kop koffie na een potje walking football. De terreinbeheerder haalt meteen een rood-witte sjaal en een vaantje van VV Wernhout uit een hok.
Polinder legt zijn intenties uit, krijgt goedkeuring en trekt over het bescheiden terrein. Is hij wel eens níét welkom op een accommodatie? Hij noemt meteen VV Hellevoetsluis, vlakbij Rotterdam. “‘Dat mag niet’, hoorde ik achter me, terwijl ik bezig was. Een meneer vond dat ik aan privacyschending deed. Dat was gek, omdat ik juist nooit mensen op mijn foto’s zet. Ik fotografeer het liefst kale complexen. Deze meneer vond dat ik aan privacyschending deed, omdat ik ook foto’s maakte van reclameborden met daarop namen van sponsors.” Hoofdschuddend: “We kwamen er niet uit.”
Toch ligt het privacy-verhaal wel gevoelig, zegt Wilco als hij over het veld loopt. “Veel amateurvoetbalclubs zijn doordeweeks een kinderopvang geworden,” weet hij. “Daar ga je gewoon heel voorzichtig mee om. Zodra ik het terrein oploop en zie dat er kinderopvang plaatsvindt, dan ga ik als eerste naar de leiding. Dan leg ik uit wat ik doe en als ze het dan nog niet vertrouwen, dan laat ik de foto’s zien die ik heb gemaakt. Ik kom ook veel kaartclubs tegen. Zoals laatst bij VELO in Wateringen: daar zat de kantine vol met leden van een patience-vereniging. Schitterend toch?”
Wilco Polinder doet vrijwel geen research voordat hij op pad gaat. Hij maakt een routekaart met daarop de clubs – met als leidraad het boek De Bosatlas van het Nederlandse voetbal – en zet zijn wagen in gang. Soms komt hij voor een gesloten deur, omdat een vereniging gefuseerd is, en ook blijkt het betreden van een complex af en toe een flinke uitdaging. Polinder weet: hoe groter de gemeente, des te groter de kans dat de toegangspoort hermetisch is afgesloten. “Ik heb één regel: ik verniel niets,” zweert de Harderwijker. “Maar als er al een gat in het hek zit, dan klim ik er doorheen.” In Brabant is het gemoedelijkheid troef met makkelijk te betreden sportparken. Alleen bij SV Sprundel wordt ’s middags wat creativiteit gevraagd. Wilco gaat bukkend onder een hek door om alsnog het terrein te betreden. “Pfoeh.” Maar het was het waard. “Mooie kantine hebben ze hier.”
Voetbalclub met tbs’ers
In al die jaren is Polinder één keer de toegang geweigerd tot een complex. “Dat is Jonker Boys in Nijmegen,” vertelt hij. “Die spelen ook alleen maar thuis. Dat is een voetbalclub met tbs’ers. Ik heb een verzoek ingediend om een keer langs te komen, maar dat is helaas geweigerd.” Jammer, maar voor Polinder mag het de pret niet drukken. Zeker niet als hij een ‘gouden combinatie’ aantreft: een voetbalclub met op de achtergrond een kerk én een molen. Smakelijke anekdotes heeft hij over zijn ritjes door de polders van Nederland. “Dat je ineens achter een rouwstoet rijdt in het Groningse dorpje Doodstil,” grinnikt hij.
Wilco is één keer de toegang geweigerd. 'Dat was bij Jonker Boys in Nijmegen. Dat is een voetbalclub met tbs'er, die spelen ook alleen maar thuis'
“Dat verzin je toch niet? Of dat VV De Kogelvangers uit Willemstad buurman is van VV De Schutters?” Of, ook onvergetelijk: zijn memorabele bezoek aan VVO in Velp. “Zij hebben zo’n mooie, oude houten tribune, waarover ik had gelezen dat er in de oorlog een Joods gezin zat ondergedoken,” vertelt Polinder. “Een vrijwilliger leidde mij rond. Hij vertelde mij over de clubkleuren van VVO, geelzwart, en dat ze dat een beetje wilde veranderen. Niet meer dat felgele, maar juist richting okergeel, omdat dat meer historie uitstraalt. Op een gegeven moment vroeg ik waar die Joodse familie had gezeten. Die vrijwilliger trok wat deurtjes onder die tribune open, totdat er ineens een kat tevoorschijn springt. Wat denk je? Heeft die kat witte, zwarte en okergele kleuren! Ik rende die kat achterna, want ik wilde per se een foto van het complex met daarop die kat. Achter mij hoorde ik: Wilco, waar ben je nou? Maar dit moest ik echt even vastleggen.”
De voetballiefhebber maakt er een sport van om bijzondere verhalen op te duikelen. Hij noemt zich geen journalist of fotograaf, maar meer verhalenverteller. Het meest bijzondere verhaal? Terwijl VVR in Rijsbergen net afgevinkt is en Polinder zijn auto start voor het bezoek aan een trio clubs in Etten-Leur (DSE, Internos, Unitas’30) vertelt hij een ontroerend verhaal over zijn bezoek aan VV Veere, een club in Zeeland. “Zeeland is voor mij natuurlijk ver weg, dus ik had een heel schema gemaakt om in vier dagen, inclusief drie hotelovernachtingen, de hele provincie te doen,” herinnert hij.
“Vlak voor vertrek kreeg ik een appje van Marcel de Haan, een jeugdidool van VVOG, waarmee hij in 1997 landskampioen bij de amateurs werd. Hij wist van mijn reis en wilde graag een keer mee. Zo gezegd, zo gedaan. Na tweeënhalf uur rijden komen we aan in Veere. Ik moest pissen als een reiger. Toen ik uit de wc kwam, viel mijn oog op een groen-witte sjaal die aan een verwarmingsbuis hing; de enige sjaal in die hele kantine. Wat bleek? Het was een sjaal van VVOG. Marcel dacht eerst dat ik een grapje maakte. Het was te bizar voor woorden. Hier moet een verhaal achter zitten, dacht ik. Maar niemand kon het ons vertellen. Mijn contactpersoon beloofde erachteraan te gaan. Op de terugreis naar Harderwijk belde hij op. Zit je? vroeg hij. Wat volgde was een ongelofelijk relaas: op het Griekse eiland Zakynthos was ooit consternatie ontstaan omdat er op een vakantieresort een peuter vermist was. Een man, VVOG-supporter, besloot te helpen met zoeken en zag de peuter net op tijd in het water liggen. Hij redde daarmee het leven van het jongetje. Zijn ouders, bestuursleden van VV Veere, zijn de man eeuwig dankbaar. “Hieruit is een bijzondere vriendschap ontstaan,” weet Polinder. “Die families komen nog regelmatig bij elkaar op bezoek.”
Sportieve kerk
Als Wilco Polinder koers zet richting Etten-Leur begint hij al rijdend aan zijn lunch, een plastic zak met daarin zes onbelegde krentenbollen en een flesje water. Ook kauwt hij op de vraag wat een voetbalclub nu precies voor betekenis heeft in een dorpsgemeenschap. “Het belang van een club kan best groot zijn, hoor,” zegt hij uiteindelijk. “Negen van de tien keer is een voetbalclub ook de enige vereniging in een dorp. Het is een plek van samenkomst, verbinding. Ik durf wel te zeggen dat leden van een voetbalclub vaak meer binding hebben met elkaar dan met hun eigen familie. Het is een soort sportieve kerk. Daarom vind ik het ook altijd mooi als tribunes de naam van een vrijwilliger dragen, zoals zo’n Stan de Smidt-tribune bij VV Schijf.”
Nederland is een vrijwilligersland, besefte Polinder tijdens zijn vele reizen door de Hollandse polders. “Als dit project erop zit, dan wil ik het vrijwilligerswerk ook wat meer in the picture zetten,” ambieert hij. “Ik wil mezelf dan als vrijwilliger in laten huren door een club, als jeugdscheidsrechter of achter de bar. Om zo het werk van vrijwilligers meer onder de aandacht te brengen. Want ik zie hoe belangrijk dat is.”
Soms stuit hij ook op onbegrijpelijke dingen. “Zegt de naam Richard Nieuwenhuizen je nog iets, die grensrechter die omkwam na zinloos geweld na een wedstrijd in Almere?” vraagt Polinder. “Na zijn tragische dood werd er een actie op poten gezet door de KNVB. Elke amateurclub kreeg een bord met de tekst: zonder respect geen voetbal. Weet je waar dat bord staat bij SC Buitenboys, de club van Nieuwenhuizen? Achter een vuilniscontainer! Echt schandalig. Wat een slecht signaal geef je dan af als club.”
De Harderwijker vindt het belangrijk dat de verhalen die hij opduikelt verteld blijven worden, hoewel zijn vrouw soms zegt dat hij over 'volstrekt nutteloze informatie' beschikt
Polinder vindt het verder belangrijk dat de verhalen verteld blijven worden. Hoewel zijn vrouw soms vindt dat hij over ‘volstrekt nutteloze informatie’ beschikt, verspreidt hij het graag. Sommige voetballiefhebbers scheppen er genoegen in om alle seizoensgidsen van Voetbal International te verzamelen, maar hij koestert juist de edities ten tijde van de voorbereiding, als profclubs oefenen tegen amateurs. Na een nieuwe krentenbol vraagt hij: “Wist jij dat voetbalvereniging Buitenpost in Friesland drie keer bezoek heeft gekregen van Cruijffs FC Barcelona, met sterren als Romario, Laudrup, Stoitsjkov en Ronald Koeman? En dat NSVV uit Numansdorp ooit het grote Benfica ontving? Dat zijn toch leuke weetjes,” vindt Polinder. “Bij Buitenpost heb ik toch maar even op de bank gezeten waar Cruijff ooit zat.”
Zwart gat
Nog ruim vijfhonderd clubs bezoeken, dan zit de reis erop voor Polinder. Of hij in een zwart gat zal vallen? Hij lacht. Met een zoontje dat staat te trappelen om op voetbal te gaan bij VVOG zal dat wel meevallen, denkt hij. Eerst Brabant en Limburg nog afvinken. Volgend jaar zomer hoopt Polinder zijn laatste amateurclub te visiteren, voetbalvereniging Eijsden in Zuid-Limburg. “Ik wil daar echt een feest van maken,” kijkt Polinder alvast vooruit. “Met mijn gezin, iemand van de club, een vertegenwoordiger van de KNVB en misschien wat regionale pers. Dat zou ik erg leuk vinden. Van VVOG naar VV Eijsden.”
Dan zet hij zijn auto in gang naar Rood Wit in Sint Willebrord, nummer 1839 op zijn lijstje.