Alan Mcilwraith deed zich voor als gedecoreerd militair.
Alan Mcilwraith deed zich voor als gedecoreerd militair.
Bizar

Lang leve de leugen: deze mannen verzonnen hun identiteit en iedereen trapte erin

Alan Mcilwraith deed zich voor als gedecoreerd militair.

Sommige mensen doen zich schaamteloos voor als een voetballegende, een ontvoerde tiener, een terminaal zieke arts of een oorlogsheld. Dat is al een prestatie op zich, maar wie daar ook nog eens jarenlang mee wegkomt, is niets minder dan geniaal. “Ik begon te denken: dit bén jij. Ik ging er zelf in geloven dat ik echt op al die plaatsen was geweest.”

Ryan Claus
Bizarre verhalen

Remi Moses: de held is niet dood, hij leeft! 

Zo’n beroemde voetballer, in zo’n klein slaperig dorpje? Ze snapten er niks van, daar in Argassi op Zakynthos. Wat moest Remi Moses, de fenomenale middenvelder van het Manchester United uit de jaren 80, nou in dit uithoekje van Griekenland? Het maakte niks uit, de 1400 dorpsbewoners waren in 2019 vooral vereerd met hun nieuwe buurman. En die liefde bleek wederzijds.

Moses, die zich ooit onsterfelijk maakte als eerste zwarte doelpuntenmaker voor The Reds, groeide na diens emigratie snel uit tot een geliefd figuur, daar in Argassi. Hij was betrokken, barste altijd van de sterke verhalen – vooral uit zijn flitsende voetballeven – en trouwde er zelfs met een maatschappelijk werker uit de regio. De lokale voetbalclub, Doxa Pigadakion, vroeg Remi Moses als coach van het vrouwenvoetbalteam. Bij diens aanstelling omschreef de trotse voorzitter de grote voetballer als ‘een geschenk van God’.

Het verdriet in november 2025 was dan ook enorm. Na zeven jaren als Griekse god te zijn bewierookt was Remi Moses op 65-jarige leeftijd overleden. Voor de uitvaart trok heel Argassi uit. Het kerkje puilde uit van de huilende fans. Moses lag opgebaard in zijn eigen, rode shirtje. Tijdens de dienst kwamen al zijn sportieve hoogtepunten voorbij. Wel gek dat er niemand van zijn oude cluppie bij was.

De echte Remi Moses in duel met Feyenoorder Johan Cruijff.

Wel kwamen er steunbetuigingen uit het Verenigd Koninkrijk, maar dan vooral van verslagen United-fans. Het trieste nieuws had ook hen bereikt, via Griekse media en de socials. Zo ontdekte ook de eigen familie van Remi Moses dat hun geliefde vader en oom was heengegaan. En die reageerden helemaal niet zo verslagen op het nieuws.

Eerder stomverbaasd. Want: Remi Moses, de echte dan, stond op dat moment gewoon een potje te snookeren in de pub. “Mijn vader is nog nooit op Zakynthos geweest,” zei Moses junior verbluft toen hij hoorde dat zijn ‘vader’ zogenaamd was overleden. “Het verste dat hij nog gaat, is het centrum van Manchester. Om te snookeren. En hij is ook nooit getrouwd geweest.”

Remi Moses speelde jarenlang voor Manchester United.

De vraag was: wie was er dan wel in hemelsnaam overleden? Antwoord: Kenneth Simms, een doodgewone, gepensioneerde marketingdirecteur uit Hemel Hempstead, vlak buiten Londen. Deze man was al zijn hele leven idolaat geweest van Manchester United, een voorliefde die in 2019 volledig ontspoorde. Na diens pensioen besloot Simms te verkassen naar Griekenland en daar de identiteit van Remi Moses aan te nemen.

Dat Simms totaal niet op Remi Moses lijkt, bleek voor de honderden dorpsbewoners van Argassi geen obstakel. Stuk voor stuk geloofden ze de Britse pensionado op zijn woord. Zeven jaar lang. “Hij wist heel veel over voetbal en over Manchester United,” zei een woordvoerder van de lokale voetbalvereniging na de onthulling. “Hij liet ons zelfs oude video’s zien van Remi terwijl hij aan het voetballen was en zei dan: Kijk hoe ik speelde. En hij was ook een goede trainer.” Ja, daar ga je.

Kenneth Simms gaf zich op Zakynthos met succes uit voor Remi Moses.

Het wordt nog mooier: zelfs vrouwlief Jutta dacht al die jaren dat zij met een ware voetballegende was getrouwd. Dat haar man eigenlijk Kenneth heette, dat wist zij wel, maar dat was zo omdat Remi Moses ‘een soort artiestennaam’ was geweest, zo zei ze. Moses junior kon er achteraf de lol wel van inzien.

“Mensen zijn mensen. Wat deze man ook heeft gedaan, mijn vader zou mededogen met hem hebben. De steun voor mijn vader en de vele steunbetuigingen waren overweldigend. Zoiets stemt een mens nederig.”

Nicholas Barclay: vermiste tiener keert terug van de dood

In de zomer van 1994 ging de 13-jarige Nicholas Barclay uit San Antonio, Texas, een potje basketballen met zijn vrienden. Mobiele telefoons bestonden nog niet, dus toen Nicholas klaar was om weer naar huis te gaan, belde de jongen zijn moeder vanuit een openbare telefooncel. Zijn broer Jason nam de telefoon op en zei: “Ga maar lopen.” Dat deed hij, maar Nicholas kwam niet thuis. Die dag niet, en ook de dagen erna niet.

Pas in 1997, drie jaar nadat hij was gaan basketballen, ging de telefoon in huize Barclay: Nicholas was gevonden, levend en wel. In Spanje, of all places. Moeder Beverly was ‘stomverbaasd en totaal overdonderd’, maar vooral buiten zinnen. Zo erg, dat het haar niks kon schelen dat haar zoon geen bruine ogen meer had, maar blauwe. En dat diens haar blond geverfd was. En dat hij ineens met een Frans accent praatte. 

De verhalen die Nicholas thuis vertelde over zijn drie jaar afwezigheid waren afschuwelijk. Ontvoerd door een kinderseksbende. Naar Europa gevlogen. Gemarteld, misbruikt en onderworpen aan allerlei gruwelijke experimenten. Zijn ontvoerders hadden zelfs de chemicaliën in zijn pupillen geïnjecteerd, waardoor die nu dus ineens blauw waren.

Frederic Bourdin (r) deed zich drie jaar later voor als de vermiste Nicholas Barclay (l).

Zijn Texaanse accent was hij kwijt omdat hij meer dan drie jaar lang geen Engels mocht praten van zijn gijzelnemers. Uiteindelijk wist hij, godzijdank, te ontsnappen uit een afgesloten kamer in een huis in Spanje, toen een bewaker de deur per ongeluk open had laten staan. Eind goed, al goed.

Eenmaal in Texas werd Nicholas omhelsd, gevoed en beschermd. Hij droeg petten en zonnebrillen om zijn afwijkende uiterlijk te maskeren. Het bizarre verhaal werd opgemerkt door een lokaal televisiestation, dat hem thuis opzocht. De interviewer nam plaats tegenover Nicholas en zag binnen één minuut iets wat zijn familieleden na vijf maanden nog steeds niet zagen.

“Terwijl ik met hem praatte, hing er rechts een foto van hem. Dat beeld klopte gewoon niet. Het kwam niet overeen,” aldus deze Charlie Parker in een later interview. “Ik wist meteen dat ik met een bedrieger te maken had, echt vanaf het eerste moment.” De familie, de lokale politie, zelfs de FBI: ze willen er allemaal niks van weten. Volgens hen moet de arme Nicholas vooral met rust worden gelaten.

En dus besluit Parker, op eigen kosten, een privé-onderzoek in te stellen. Na maanden zat het duo tegenover elkaar in een wegrestaurant. De jongen oogde gespannen. Hij nam een hap van zijn pannenkoek en zei: “Mijn naam is Frederic Bourdin. En ik word gezocht door Interpol.” 

Moeder Beverly was zo buiten zinnen dat het haar niks kon schelen dat haar zoon geen bruine ogen meer had en dat hij ineens met een Frans accent praatte 

Vijf maanden eerder had deze Bourdin, een twintiger uit Frankrijk met een langer strafblad dan Al Capone, in een Spaans jeugdcentrum de vermissingsposter van Nicholas Barclay opgemerkt. Daarop belde hij naar het Nationaal Centrum voor Vermiste en Uitgebuite Kinderen in de Verenigde Staten en zei: “Nicholas Barclay is gevonden. Hij staat naast me.” Hij verfde daarna zijn haar blond, nam dezelfde tatoeages als Nicholas en werd op het vliegveld van San Antonio met open armen ontvangen door de huilende familieleden van de echte Nicholas Barclay.

Volgens een reconstructie in The Guardian was het verbijsterend hoelang hij die familie, de buurt en de politie voor de gek hield. De Fransman leefde maandenlang als Nicholas, at op zijn plekje aan de eettafel en sliep in zijn bed. “Je hart neemt het over en je wilt het geloven,” aldus Nicholas’ halfzus. 

Zes maanden na zijn bekentenis pleitte Frederic Bourdin schuldig aan paspoortfraude en meineed en werd hij veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf. Daarna werd hij, in 2003, gedeporteerd naar Frankrijk, waar hij zijn oude gewoontes oppikte. Het verhaal van Nicholas Barclay en Frederic Bourdin werd verfilmd in The Chameleon, een titel die verwijst naar de bijnaam van de seriebedrieger.

In een latere documentaire, The Imposter, vertelt Bourdin dat hij uiteindelijk besloot om te bekennen omdat hij het gevoel had dat sommige mensen in de omgeving van Nicholas wisten dat hij deed alsof  en alleen nog maar meespeelden omdat ze er zeker van waren dat de vermiste jongen dood was. Wat er ooit met de echte Nicholas Barclay gebeurde, na dat potje basketbal in 1994? Niemand die het weet.

Alan Mcilwraith: oorlogsheld zonder oorlog

De 26-jarige Alan Mcilwraith uit Glasgow had een weinig spannend leven. Zijn werk was mensen lastigvallen vanuit een callcenter. Hij woonde bij zijn ouders en jongere broertje in een sociale huurwoning. Door zijn eigen collega’s werd hij vaak gepest. Alan was vrij klein, dun en had een beetje een raar gezicht. Op straat was hij soms ook al het mikpunt van verveelde tieners.

Op een dag kreeg hij zelfs een steigerbuis tegen zijn hoofd, een gebeurtenis die zijn leven op z’n kop zette. Niet zozeer vanwege het opgelopen letsel, maar wel omdat die klap een knop omzette bij Alan: nu was het genoeg.

“Het was alsof er een lampje ging branden,” aldus Alan, jaren later in de Schotse Daily Record. “Een paar dagen voordat ik werd aangevallen, had ik een programma op tv gezien over het leger. Het ging over officieren en niemand viel ze lastig. Ik dacht bij mezelf: dat wil ik ook. Als ik mensen zou vertellen dat ik legerofficier ben, zou niemand mij meer durven aanvallen.” 

Dat bleef niet bij een ludiek idee. Alan nam zijn nieuwe identiteit uiterst serieus. De Schot bouwde een compleet militair alter ego op, bestelde uniformen en medailles, vertelde collega’s dat hij eigenlijk een hoog onderscheiden oorlogsheld was en liet een kennis een heroïsche Wikipedia-pagina maken, met de volgende biografie: ‘Kapitein Sir Alan Mcilwraith, CBE, DSO, MC (geboren 3 maart 1978) is een Britse legerofficier, momenteel in dienst bij de Scottish TA.

Kapitein Mcilwraith, die getraind is in de Special Forces, staat in de militaire wereld bekend als een man die dingen voor elkaar krijgt en wordt beschouwd als een held op wie het Verenigd Koninkrijk en de NAVO kunnen rekenen in tijden van nood. Hij is vooral bekend omdat hij zijn eigen leven riskeerde toen zijn compagnie werd aangevallen door een bataljon. Om zijn mannen te beschermen, nam hij de leiding over een machinegeweer en hield de vijand lang genoeg tegen zodat zijn mannen zich konden terugtrekken.’

Alan Mcilwraith deed zich voor als gedecoreerd militair.

Zijn omgeving trapte er met open ogen in. Later dat jaar schitterde ‘Kapitein Mcilwraith’, in vol ornaat en nippend aan peperdure champagne, op een liefdadigheidsbijeenkomst, waar oorlogsveteranen, politici en de rijke elite vol ontzag luisterden naar diens verrichte oorlogsverleden. Aan zijn arm hing Lady Shona, een mooie vrouw die als een blok voor Alans ‘heroïsche verleden’ was gevallen.

“De leugen groeide als onkruid,” biechtte hij later op. “Ik begon te denken: dit bén jij. Ik ging er zelf in geloven. Dat ik echt op al die plaatsen was geweest. De dokters zeggen dat het kwam door die klap tegen mijn kop. Mijn geest sloeg er door op hol.” 

In april 2006 schitterde ‘Kapitein Mcilwraith’ op de cover van een societyblad. Daarin vertelde hij rijkelijk over zijn werk voor het Parachutistenregiment, en hoe hij ook nog terrorismedeskundige was geworden, en ook nog uitzendingen naar Noord-Ierland, de Balkan, Sierra Leone en Afghanistan had overleefd, en ook nog actief was geweest bij de NAVO als militair adviseur van de opperbevelhebber van de geallieerde strijdkrachten in Europa, en ook nog hij hoe eens zwaargewond raakte toen hij een jonge vrouw beschermde tegen een woedende menigte. Wát een held.

Twee jaar bleef die fantasiewereld van Alan overeind. Totdat journalisten bij de Daily Record onheil roken. Heel lang graven naar de waarheid hoefden zij niet. Eén telefoontje naar de woordvoerder van het Britse leger leverde de reactie op: “Ik kan bevestigen dat Alan Mcilwraith een bedrieger is. Hij is nooit officier, soldaat of legerkadet geweest. Mag ik u aanraden om het eens bij de ruimtevaartkadetten te proberen?”

‘Kapitein Mcilwraith’ vertelde dat hij terrorismedeskundige was geworden en uitzendingen naar Noord-Ierland, de Balkan, Sierra Leone en Afghanistan had overleefd

Op de dag dat de Daily Record haar onthulling publiceerde, probeerde Alan zichzelf van het leven te beroven. Zijn wereld stortte in. Zijn vrouw ‘Lady Shona’ – in werkelijkheid een verzekeringsagent genaamd Shona McLaughlan – verdween met de noorderzon. Van zijn callcenter ontving hij een ontslagbrief. “Ik werd afgeschilderd als een slecht persoon,” verzuchtte de Schot later in de krant. “Ik denk niet dat ik slecht ben. Ik ben dom en ik veronderstel dat ik zou kunnen zeggen dat ik een beetje ongevoelig was voor de gevoelens van anderen, maar het was nooit mijn bedoeling iemand pijn te doen. Nu ben ik waarschijnlijk de enige man in het land die geen geheim te vertellen heeft, de enige man in het land die geen toekomst heeft.”

Dat viel mee, in de jaren erna werd Alan wederom ontmaskerd als nep-goochelaar, nep-miljonair, nep vastgoedmakerlaar, nep-liefdadigheidswerker en als een man met nog een heleboel dubbellevens. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.

Jean-Claude Romand: dokter met een dubbelleven

Toen hij in 1993 door de mand dreigde te vallen, zag Jean-Claude Romand nog maar één optie: zijn ouders, echtgenote en twee kinderen doodmaken. En dus mepte de Franse oplichter de schedel van zijn vrouw stuk met een deegroller en kroop vervolgens met het lijk in bed, zodat de kinderen niks in de gaten kregen.

De volgende ochtend ging Jean-Claude doodleuk ontbijten met zijn dochtertje (7) en zoontje (5)  – mamma bleef nog even ‘uitslapen’ – en de hele dag tekenfilms met ze kijken. Die nacht erop schoot hij de jongen en het meisje met een .22 jachtgeweer door hun hoofd. De middag daarna reed Jean-Claude naar de woning van zijn ouders, met wie samen lunchte. Hij trok een pistool, schoot zijn vader twee keer in zijn rug en zijn moeder in de borst. Daarna kogelde hij ook die vervelende, blaffende hond dood. Hoe heeft het zover kunnen komen?

Pathologische leugenaar Jean-Claude Romand moordde zijn hele gezin uit.

De leugens van Jean-Claude Romand begonnen al in 1975. Preciezer: toen hij zich als student geneeskunde versliep voor een belangrijk schoolexamen. Toen hij die dag weer thuis kwam, besloot Jean-Claude tegen zijn ouders te zeggen dat zijn examen ‘prima’ was gegaan. Daarna zei hij hetzelfde tegen vrienden en andere familieleden. Iedereen geloofde het. En dat was best leuk.

Jean-Claude ging een stapje verder en blufte dat hij geslaagd was en zijn diploma had gehaald. Daarna dat hij een prachtige carrière had, als toparts van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in Genève. Dat geloofde ook zijn latere vrouw, Florence, nota bene een gediplomeerd farmacoloog. Om haar te versieren, deed Jean-Claude er trouwens een schepje bovenop en verzon dat hij kanker had, en dus heel zielig was.

Jean-Claude Romand arriveert in de rechtbank.

Met haar kreeg Jean-Claude twee kinderen, Caroline en Antoine. Samen waren ze net een voorbeeldgezin. De man van het huis vertrok iedere morgen vanuit hun Franse dorpje Prévessin richting Genève, en keerde ’s avonds, ‘na een lange dag werken’, weer thuis. In realiteit sleet Jean-Claude zijn uren zuipend in de kroeg, lezend in de bibliotheek, wandelend door het bos of, gewoon, zittend in zijn auto, op een willekeurige parkeerplaats. Met Florence had hij een heilige afspraak gemaakt: mij niet bellen. Te druk, te belangrijk. Intussen schreef hij zich ruim tien jaar lang steeds opnieuw in voor het tweede jaar van zijn studie geneeskunde, die hij nooit heeft afgemaakt.

Om zijn dubbelleven te financieren, troggelde Jean-Claude op slinkse wijze honderdduizenden euro’s af bij vrienden en kennissen. Hen werd beloofd dat hun zuurverdiende centen op Zwitserse beleggingsrekeningen zouden worden gezet en dus in waarde zouden stijgen. Toen zij maar niet bij hun eigen geld mochten, roken zij argwaan. Een telefoontje naar de Wereldgezondheidsorganisatie wees uit dat men daar nog nooit van een Jean-Claude Romand had gehoord. Game over.

Het deels verbrande huis van Romand.

Uit angst om zijn dubbelleven op te biechten aan zijn geliefden, koos Jean-Claude ervoor hen dan maar te vermoorden. Daarna overgoot hij zijn woning, met daarin de lichamen van zijn vrouw en kinderen, met benzine en stak alles in de fik. Ook zichzelf. De brandweer haalde hem levend uit de vlammen. Drie jaar later, in 1996, werd Jean-Claude veroordeeld tot levenslang. Sinds 2019 mag hij die straf uitzitten in een abdij, tussen de monniken in plaats van tussen moordenaars en verkrachters.