bijna één op de vijf moorden wordt ondertussen gepleegd door 50-plussers
Bijna één op de vijf moorden wordt ondertussen gepleegd door 50-plussers.
Misdaad

De opmars van de moordende bejaarden: vier tragische zaken van geweld in de derde levensfase

Bijna één op de vijf moorden wordt ondertussen gepleegd door 50-plussers.

Ooit was de optimistische gedachte dat moord en doodslag zouden afnemen door vergrijzing. Maar niet is minder waar: bijna één op de vijf moorden wordt ondertussen gepleegd door 50-plussers. En het verschijnsel neemt aanzienlijk toe: van jaarlijks elf levensdelicten door daders van boven de 50 in het jaar 2000 naar rond de twintig anno nu. Hoe zou dat komen?

Hieke Wienke Jans
Misdaad

Afgelopen zomer wordt in het Noord-Willemskanaal bij het Drentse dorp Tynaarlo het lichaam gevonden van de 72-jarige Ida. De politie laat weten dat in verband daarmee een 80-jarige man uit Assen is aangehouden. Het is haar partner, zo weet de buurt al gauw. Het gerucht gaat dat de vrouw hem wilde verlaten en daarbij had gezegd dat zijn humeur er na een paar beroertes niet beter op was geworden.

Ouderen worden in ons land gestimuleerd zo lang mogelijk thuis te blijven wonen, maar dat brengt zo z’n eigen problemen met zich mee. Zo bewijst ook het verhaal van een vrouw die anoniem wil blijven. Haar dementerende opa zat regelmatig met een mes achter haar oma aan, zo vertelt ze. Toen het echt bedreigend werd, besloot een tante hem tijdelijk bij haar thuis onder te brengen, om zo oma rust te gunnen. Ze richtte een knutselhoekje in voor haar verwarde vader, zodat die zichzelf bezig kon houden.

Dat werkte goed en na een tijdje leek het moment daar om hem te laten terugkeren naar zijn eigen huis. Maar toen ze aanbelden bij oma stond die met een koffertje voor opa klaar. “Hij komt er niet meer in,” zei ze beslist. En smeet de deur dicht. Dit verhaal speelt zich af in een tijd dat het normaal was dat familie dit soort problemen zelf maar creatief moest oplossen. De opa heeft het overigens nog twee jaar volgehouden. En oma leefde nog zeker twaalf jaar lang en gelukkig.

Eenzame oudere.

Cijfers van de overheid laten zien dat het aantal 65-plussers van 1950 tot 2024 toegenomen is van minder dan een miljoen tot ruim 3,6 miljoen. Het gaat om zo’n 20,5% van de totale bevolking. 

Het is prachtig dat de mens steeds langer leeft, maar is de samenleving erop voorbereid dat er onder senioren gedragsproblemen ontstaan? En dat ouderen door fysieke en mentale problemen gewelddadig kunnen worden? 

Uit een Australisch onderzoek (2018) naar 55-plussers blijkt dat ouderen vooral in huiselijke kring moorden. De slachtoffers zijn vaak vrouwelijke partners en familieleden of kennissen die zelf ook op leeftijd zijn.

Research naar partnerdoding onder ouderen wijst uit dat daders vaak overbelast waren door de zorg voor een partner met een langdurige ziekte of handicap en dat in 10 procent van zulke zaken dementie een rol speelt. 

Hoe vaak dit precies het geval is bij zulke ernstige incidenten is niet te zeggen, aldus Henriëtte Brons, woordvoerster Alzheimer Nederland in de Gelderlander. “Politie en instanties houden geen cijfers bij van geweld waarbij dementie meespeelt. Agressie of gewelddadig gedrag is helaas nog taboe.” 

Dat bejaarden elkaar steeds vaker iets aandoen, is evident. Hier volgt een overzicht van opmerkelijke recente bejaardenmoorden en een poging daartoe.

Irritaties namen de overhand

Slachtoffer: Rob Burger (73) 
Dader: Julia K. (64)
Waar en wanneer: Diemen, zondag 14 januari 2024
Hoe: door verwurging en met steekwapens
Straf: 8 jaar en tbs met dwangverpleging 

Er was iets ‘geknapt’ zegt Julia tijdens de rechtszitting op 6 februari 2025. Maar ze kan zich niet meer herinneren wat er precies gebeurd is op die fatale 14 januari 2024. Wel bekent ze dat zij haar partner heeft gedood.

Het is die zondag een koude, bewolkte dag als rond 16.10 uur bij de politie een melding binnenkomt over een incident in een woning aan het Sint Janskruid in Diemen. Als de agenten zich toegang hebben verschaft tot het huis, treffen ze op de vloer van de keuken een overleden man aan met meerdere steek- en snijwonden. Een ceintuur zit strak om zijn nek gebonden. Niet ver van het lichaam liggen een mes en schaar, beide onder het bloed. 

In de slaapkamer treffen de agenten Julia in bed aan. Ook zij heeft snij- en steekwonden. Op de vloer liggen twee bebloede messen. Ze blijkt een poging te hebben ondernomen om zichzelf te doden. Als ze voor behandeling naar het ziekenhuis vervoerd wordt, zegt ze: ‘Ik heb hem vermoord’ en ‘Ik ben slecht voor hem’. 

De vraag is natuurlijk: wat dreef Julia om op een winterse zondagmiddag op zo’n wrede manier een eind te maken aan ruim 19 jaar samenleven met Rob? Ook de kinderen van Rob zoeken naar antwoorden. Wat is er in hemelsnaam gebeurd? 

Prachtig dat de mens steeds langer leeft, maar is de samenleving erop voorbereid dat er onder senioren gedragsproblemen ontstaan?

Daar geeft Julia niet meteen duidelijkheid over. Er is veel voorgevallen en de relatie liep al een tijd niet goed, zegt ze. Maar na lang doorvragen, komt er toch een beetje helderheid. Rob blijkt al jaren geleden bij Julia te zijn ingetrokken. Zijn eigen huis heeft hij illegaal onderverhuurd. Dat zou aan het licht gekomen zijn waardoor hij de woning kwijt dreigde te raken. Het besef dat dit flinke financiële gevolgen gaat krijgen, levert stress op. Althans bij Julia. 

Op deze fatale zondagmiddag heeft het stel een afspraak met de onderhuurder om de huurkwestie te bespreken. Julia, die geen actieve herinneringen zegt te hebben aan haar handelen, weet nog wel dat Rob die zondagochtend met iets ongebruikelijks bezig is. Normaal zat hij elke zondag voor de tv, maar nu stopt hij tombolakaartjes van de plaatselijke musicalvereniging in enveloppen. Kennelijk raakt ze door zijn bezigheid zo geïrriteerd dat er iets in haar knapt. 

Om haar geheugenverlies te onderzoeken, wordt de hulp van een neuropsycholoog ingeroepen. Hij kan echter geen goede verklaring geven voor het door haar geclaimde geheugenverlies. Uitkomst van het onderzoek: ‘geveinsde amnesie’, oftewel: Julia doet alsof ze niks meer weet. Het onderzoek maakt veel duidelijk over de persoonlijkheid van de vrouw. Ze is egocentrisch, heeft een autismespectrumstoornis en wordt overspoeld door hevige emoties als ze veel stress heeft. De rechtbank ziet daarin echter onvoeldoende reden om haar sterk verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren, zoals de verdediging graag wil. Wel houdt de rechtbank rekening met haar stoornis. 

Julia wordt voor doodslag veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging.

Eén schot onder zijn oksel

Slachtoffer: Martin Griep (52)
Dader: Mijntje B. (66)
Waar en wanneer: Zwaag, paaszondag 12 april 2020
Hoe: met een vuurwapen
Straf: 17 jaar en 8 maanden

Op een warme eerste paasdag tegen half negen ’s avonds treft de politie op de bank in een huis in Zwaag het lichaam aan van Martin Griep. Aanleiding om de woning binnen te gaan, is een melding van bezorgde vrienden dat Martin niet is komen opdagen voor een afspraak en niets van zich heeft laten horen. Volgens familie, vrienden en een collega zou hij om 12.00 uur een afspraak hebben gehad met zijn vrouw Mijntje. 

Martin en Mijntje wonen op dat moment niet meer samen omdat ze al een tijd huwelijksproblemen hebben. 

Uit onderzoek blijkt dat Martin door één schot in de borstkas om het leven is gekomen.

Elf dagen na de dood van haar partner wordt Mijntje officieel als verdachte aangehouden voor moord of doodslag. Ook Marcus P., een goede familievriend die al maanden bij haar verblijft, moet mee en wordt stevig ondervraagd door rechercheurs. Bij zijn vierde verhoor wijst hij Mijntje aan als dader van de moord op Martin. Ook geeft hij toe dat hij zelf een rol had in de zaak. Maar over wat die precies inhoudt, wil hij niet vertellen. Door onderzoek komt echter aan het licht dat Marcus in februari samen met Mijntje naar een collega in Beverwijk is afgereisd om aan een vuurwapen te komen. 

Oudere met een vuurwapen.

Op woensdag 8 april belt Mijntje met Martin: ze wil vier dagen later, op paaszondag, langskomen. Hij ziet enigszins op tegen het bezoek, maar hoopt dat ze nu de echtscheidingspapieren wil tekenen, zo laat hij aan een dochter van Mijntje weten. In een berichtje meldt hij haar: “Ik ben net gebeld door je moeder. Ze wil komen praten, eerste paasdag. Zonder gezeur of ruzie en ze zei specifiek dat het in mijn voordeel zou zijn. Ik dacht ik hou je even op de hoogte.”

Nee, ruziemaken wil Mijntje niet. Ze is kennelijk dat stadium al voorbij. Op paaszondag rond 12.20 uur vertrekt ze vanuit haar woning in Hoorn op de fiets naar haar ex. Bijzonder detail: voor ze de deur uitgaat, heeft ze haar haar zwart gespoten met een spray van nog geen 3 euro. Daarnaast draagt ze handschoenen.

Mijntje denkt aan de details. Om zichzelf een alibi te verschaffen, heeft ze bedacht om haar eigen mobiel thuis te laten. Marcus P. heeft ze opdracht gegeven met haar telefoon te reageren als er een WhatsApp binnenkomt vanaf het nummer van Martin. Om 12.39 uur komt dat berichtje. “Mop kom je nog kunnen we nog even bij elkaar zijn” luidt het en het wordt afgesloten met dubbele hartjes- en kusmondjes-emoticons. Er zit slechts krap twintig minuten tussen Mijntjes vertrek van huis en het bericht dat ze stuurt vanaf Martins telefoon. Drie minuten later reageert Marcus, zoals ze heeft gevraagd, met haar mobiel: “Ik bel je vanmiddag wel.”

Uit onderzoek blijkt dat het elkaar sturen van berichtjes uitzonderlijk is: het stel heeft sinds januari 2020 geen contact meer met elkaar via WhatsApp. Kortom: het is erg onwaarschijnlijk dat Martin, die wil scheiden, Mijntje zulke hartjes en kusjes zou sturen. 

Marcus verklaart later dat Mijntje hem opbiecht dat zij Martin met één schot onder zijn oksel heeft doodgeschoten. Maar officieel komt ze met een heel ander verhaal. Zij zou na 10.00 uur thuis nog een uurtje geslapen hebben terwijl Marcus P. per auto naar haar partner gereden is om hem te doden. 

De rechter vindt Mijntjes versie van de werkelijkheid echter onwaarschijnlijk en gaat uit van een maandenlange planning van de misdaad. Dit leidt tot de conclusie dat het niet om doodslag gaat, maar om moord met voorbedachten rade. 

Uiteindelijk wordt Mijntje in hoger beroep veroordeeld tot 17 jaar en 8 maanden gevangenisstraf. 

Doodgestoken met het kaasmes

Slachtoffer: Ellen Kok (82)
Dader: Peter L. (74)
Waar en wanneer: Amersfoort, dinsdag 11 juni 2024
Hoe: met een steekwapen
Straf: 8 jaar cel

Hoewel de bejaarde Ellen Kok sukkelt met haar gezondheid heeft zij geen doodswens. Integendeel. Haar broer omschrijft Ellen als een vrolijke, liefdevolle vrouw met een groot hart voor anderen.

Dat ziet haar man Peter, met wie zij 46 jaar samen was, heel anders: “Ze had overal reuma en artrose en verrekte van de pijn.” Bovendien was de woning verloederd, klaagt de man.

Al gauw wordt duidelijk dat niet zijn vrouw, maar Peter al jaren helemaal niet goed in zijn vel zit. Om het leven nog enigszins aan te kunnen, is hij in de loop der tijd steeds meer gaan drinken. Aanvankelijk lukt het nog om daarmee spanningen en frustraties enigszins te onderdrukken. Maar als drank uiteindelijk niet meer tot het gewenste resultaat leidt, besluit Peter dat er nog maar één ding op zit: samen uit het leven stappen.

Peter loopt op een dinsdagochtend naar de keuken, wellicht extra somber gestemd door de zwaarbewolkte dag. Op het aanrecht ligt een mes waarmee de vorige avond nog kaas in blokjes gesneden is. In een opwelling zou hij het gepakt hebben om zijn vrouw, die in een stoel zit, van achteren te benaderen en haar zeven keer in de hals, nek en borst te steken. Daarbij zou hij ‘Nou gaan we samen’ geroepen hebben.

Ellen draait zich na de eerste stoot in haar nek nog om en kijkt Peter verbijsterd aan. L. beweert dat Ellen al snel niet meer ademt, maar dat spreekt de patholoog later tegen. Omdat er geen vitale organen geraakt zijn, kan het nog uren geduurd hebben voor zij doodgebloed is.

Een kaasmes.

Na het brute geweld loopt Peter naar de slaapkamer om vervolgens op bed voor de spiegel te gaan zitten. Zijn plan: zichzelf ook doden met het mes. Dat loopt echter mis: als Peter zichzelf in z’n nek en pols steekt, begint hij als een rund te bloeden, waarna hij buiten bewustzijn raakt. Als hij de volgende ochtend bijkomt, is de zelfmoordwens blijkbaar gezakt. Hij belt de huisarts op en doet zijn relaas. De dokter schakelt onmiddellijk de politie in en tien minuten later staan er agenten op de plaats delict.

Peter wordt in hechtenis genomen, waar drie experts hem grondig onderzoeken. Zij krijgen van de man te horen dat hij vooral ’s nachts overmand wordt door emoties. Hij vertelt te worden gekweld door nachtmerries over zijn geweldsexplosie. De deskundigen concluderen dat L. zowel lijdt aan een obsessief-compulsieve stoornis als aan een persoonlijkheidsstoornis. Hij zou daardoor steeds hebben vermeden om zijn problemen op te lossen en emotioneel zeer afhankelijk zijn geweest van zijn vrouw. 

Bij de rechtszaak betogen de deskundigen dat tbs in hun ogen niet nodig is, aangezien ze de kans op herhaling als ‘laag tot matig’ inschatten. Omdat in het onderzoek geen aanwijzingen naar voren komen dat het gaat om meer dan een daad die in een opwelling is gepleegd, wordt L. vrijgesproken van moord en blijft doodslag over. Zelf zegt Peter L.: “Ik heb haar om het leven gebracht omdat ik niet verder kon.” Op 14 mei 2025 wordt hij tot 8 jaar celstraf veroordeeld. L. krijgt naast een celstraf ook een maatregel tot gedragsbeïnvloeding en een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. Daarmee moet voorkomen worden dat hij na het uitzitten van zijn straf opnieuw zal gaan drinken en strafbare feiten plegen.

Door loopstok aan dood ontsnapt

Slachtoffer: vrouw van Jan H. (84)
Dader: Jan H. (86)
Waar en wanneer: Oud-Alblas, maandag 6 januari 2025
Hoe: poging tot verwurging
Straf: 18 maanden celstraf 

Het gaat niet goed met de hoogbejaarde Jan, die vanwege zijn blaaskatheter op de bank slaapt. Vroeg in de ochtend staat hij op en gaat hij, zo snel als zijn oude benen hem kunnen dragen, de kamer binnen waar zijn vrouw slaapt. Hij grijpt met twee handen naar haar keel en knijpt die dicht. Gelukkig weet zij zich los te rukken. Ze slaat hem met haar loopstok en vlucht de kamer uit, de keuken in. Daar zou hij weer een poging gedaan hebben, maar ze weet weg te komen en slaat alarm bij buren en de politie.

“Ik dacht dat ik doodging,” verklaart ze tegen agenten die dan gearriveerd zijn, aldus de Gelderlander.

Jan H. vindt het zielig om zijn vrouw alleen achter te laten. Haar wurgen lijkt hem op dat moment de beste optie

Tegen de politie bevestigt de hoogbejaarde man dat hij geprobeerd heeft zijn vrouw te wurgen. Hij geeft hij aan dat hij, na 58 jaar samen lief en leed te hebben gedeeld, het leven niet meer zo ziet zitten. En dat hij het zielig vindt voor zijn vrouw om haar alleen achter te laten. Haar wurgen leek hem op dat moment de beste optie. Vermoed wordt dat de afhankelijkheid van thuiszorg en het verlies van eigenwaarde een belangrijke rol speelden bij Jans zwartgallige gedachten.

De vrouw verklaart dat ze al had gemerkt dat haar man veranderde. Ze voelde zich daardoor minder veilig en nam voor alle zekerheid haar loopstok mee naar de slaapkamer.

Na de moordpoging zit de angst er goed in bij de vrouw van Jan en ze besluit dat ze nooit meer contact met hem wil.

Eenmaal voor de rechter vraagt Jan H. om vergiffenis: “Moet ik nu altijd zonder vrouw?”

Oudere met wandelstok.

Uit het psychologisch rapport blijkt dat hij dementerend en zwakbegaafd is en een depressieve stoornis heeft. Deze complexe combi verklaart zijn gedrag: hij zou het overzicht zijn kwijtgeraakt en daarna een poging hebben gedaan om zijn vrouw te doden. 

De rechtbank acht Jan H. sterk verminderd toerekeningsvatbaar voor zijn handelen, maar vindt wel dat hij gestraft moet worden. En zo krijgt de hoogbejaarde man 18 maanden gevangenisstraf opgelegd waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Ook mag hij 3 jaar lang geen enkel contact hebben met zijn vrouw.