Misdaadverslaggever Mick van Wely
Misdaadverslaggever Mick van Wely.
Entertainment

Misdaadverslaggever Mick van Wely: 'Ik heb in mijn leven vrij veel gedaan wat God verboden heeft'

Mick van Wely (53) is na zijn gedwongen vertrek bij de Telegraaf voor zichzelf begonnen. Z’n eigen misdaadplatform is inmiddels gelanceerd en momenteel is hij druk bezig met de biografie van xtc-koning Frank S., die niet lang meer te leven heeft. Het spectaculaire levensverhaal moet ook tot een documentaire en een speelfilm leiden. “Dat wordt disco, mijn mooiste project ooit.”

Nick Dijkman

Wie is Mick van Wely?
Mick van Wely speelde zichzelf in 1997 voor het eerst in de kijker toen hij als beginnend verslaggever besloot om op eigen houtje de daders van de Oosterparkrellen in Groningen op te sporen. Hij wist de jongens te interviewen en te fotograferen en zag zijn stuk op de voorpagina van het Nieuwsblad van het Noorden belanden. Hij groeide later bij de Telegraaf uit tot een gerespecteerd misdaadverslaggever en publiceerde ook geregeld in Panorama. De voorpagina’s haalde hij in zijn carrière met grote regelmaat, helaas ook met zijn eigen leed. In augustus vorig jaar nog omdat de Telegraaf het dienstverband met hem beëindigde wegens herhaald grensoverschrijdend gedrag. Van Wely is ondertussen zijn eigen misdaadplatform Crime Station begonnen.

Afgelopen zomer moest je gedwongen vertrekken bij de Telegraaf vanwege seksueel getinte appjes. Dit nadat je eerder al eens geschorst was vanwege seksueel grensoverschrijdend gedrag. Hoe kijk je terug op die episode?

“Het is duidelijk dat ik een fout heb gemaakt, dat heb ik al een paar keer publiekelijk en ruiterlijk erkend.”

Om het wat duidelijker te maken: het waren appjes aan de bron voor een verhaal, gestuurd naar de zus van een in 2001 vermoorde vrouw. De dame in kwestie heeft die berichten zelf in de openbaarheid gebracht.

“Ik heb contact met haar gehad, maar dat ging niet direct over de moord op haar zus. Het stoorde haar dat de moordenaar van haar zus na zijn vrijlating als ervaringsdeskundige in een kliniek van GGNet aan de slag is gegaan. Op een gegeven moment is dat contact te persoonlijk geworden en dat had ik niet moeten laten gebeuren. Zij heeft het met iemand gedeeld en die heeft dat ongevraagd naar buiten gebracht. Dat vond ik erg vervelend. Ik vind het wel belangrijk om te vermelden dat wij het heel snel als volwassen mensen hebben uitgepraat. Ik heb haar vergeven dat zij ons app-verkeer heeft geopenbaard. Zij heeft het mij andersom ook vergeven.”

Het gevolg van je vertrek is dat je nu voor jezelf bent begonnen en je eigen misdaadplatform Mick Van Wely Crime Station hebt gelanceerd, hoe is dat ontstaan? 

“Tijdens mij werk bij de Telegraaf heb ik geregeld documentaires gemaakt en die moest ik deels inspreken bij mediabedrijf De Audio in Hilversum. De eigenaar daarvan heeft mij de laatste jaren systematisch gestalkt. Ga nou eens voor jezelf beginnen, Mick. Hou eens op met dat ouderwetse kranten- en televisiewerk. Wij gaan samen een misdaadplatform opzetten. Een dag na mijn gedwongen vertrek bij de Telegraaf, stuurde hij mij een berichtje. Gefeliciteerd met je ontslag, kom je langs? Een week later zaten we bij elkaar en dat was het begin van een prachtige en creatieve periode. 

Waarmee ik niet wil zeggen dat het alleen maar feest was sinds de zomer, hoor. Ik zit al zes jaar in de persoonsbeveiliging en daar kwam mijn ontslag bovenop. Dat was mentaal wel taai, zeker voor mijn directe omgeving.”

Kort na zijn gedwongen vertrek bij De Telegraaf, werd Van Wely geappt door zijn ‘stalker’. Gefeliciteerd met je ontslag, kom je langs?

Wat wil je met Mick van Wely Crime Station doen en bereiken?

“Wij willen op crimestation.nl in tekst, beeld en geluid aandacht besteden aan belangwekkende misdaadzaken. We gaan nieuws brengen en misdaadfenomenen duiden. De pijlers zijn: cold cases, kunstroven, jeugdcriminaliteit en de dagelijkse rubriek Daily Wely, waarin ik het actuele nieuws en de producties van collega’s ga recenseren. Ik wil andere journalisten of makers ook een platform bieden en jong talent straks een kans geven.”

Jij bent zelf in de jaren 90 bij het Nieuwsblad van het Noorden bij de hand genomen door misdaadverslaggever Rob Zijlstra. Hebben jullie nog contact?

“Rob is niet alleen mijn leermeester geweest, maar ik beschouw hem ook als een van mijn allerbeste vrienden. Ik bezoek hem nog wekelijks, maar Rob is helaas de oude Rob niet meer: drie jaar geleden heeft hij een hersenbloeding gehad en sindsdien gaat werken niet meer. Het doet me pijn om hem zo te zien.”

Je hebt in 1997 als student journalistiek verslag gedaan van de Oosterparkrellen in Groningen en wist de daders niet alleen te interviewen, maar hen ook te fotograferen. Hoe kreeg je dat voor elkaar?

“Ik nam een krat bier mee voor een goed gesprek. Ik kwam uit die buurt, dus ik kende al die jongens. Ik heb ze op eigen houtje opgespoord en toen mijn bevindingen met het Nieuwsblad van het Noorden gedeeld, waar ik een verleden als stagiair had, en daar reageerden ze dolenthousiast.”

Mick van Wely is terug van weggeweest met zijn nieuwe project: Crime Station.
Je bent zelf naar eigen zeggen ook ‘een ratje’ geweest. Heb je je in je jonge jaren schuldig gemaakt aan diefstal, vernieling en brandstichting?

“Zo bont heb ik het niet gemaakt. Ik was altijd wel een rebel, een kwajongen. Daarom kan ik ook goed levelen met criminelen. Ik benader ze als normale personen en hang nooit de moralist uit. Ik ging in de beginjaren van mijn journalistieke carrière met Rob veel naar foute tenten waar ook nog weleens werd geschoten. Ik heb daar belangrijke lessen geleerd: zorg dat je niet wordt gebruikt en herken het gevaar.”

Je bent in die periode ook in elkaar geslagen.

“Ik was toen bezig met een artikel over mensenhandel en kwam in een heel foute tent terecht in een poging om daar informatie voor mijn verhaal te krijgen. Maar ik werd op een gegeven moment door een man op een dusdanige manier aangekeken dat ik wist: ik moet hier weg. Maar toen die kerel zag dat ik vertrok, liep hij voor mij het café uit. Eenmaal buiten kreeg ik een tik. Dat was een duidelijke waarschuwing: hou op met schrijven over deze zaken. Ik was na die klap zo boos dat ik een boef heb gebeld en hem heb gezegd: los het voor me op. Hij was er binnen een half uur, maar vertelde me: Jij gaat lekker naar huis en je houdt je gedeisd. Dat was heel verstandig. Ik was echt heel kwaad, ik dacht: ik moet hem terugpakken.”

Wat als die persoon nou met een pistool naar binnen was gegaan?

“Gezien zijn reputatie had dat zeker kunnen gebeuren en dat had dan een hoop ellende opgeleverd. Maar dat zijn ook van die dingen waar ik van heb geleerd.”

‘Ik heb nu weer bepaalde vrijheden, maar ik denk dat ik de rest van mijn leven om me heen moet blijven kijken. Dat is een naar idee’

Je publicaties in het Nieuwsblad van het Noorden, later het Dagblad van het Noorden, wekten de interesse van de Telegraaf.

“Ik was een keer uitgenodigd voor een boekengala in Assen, waar John (van den Heuvel, red.) me aansprak. Bij de Telegraaf zochten ze een nieuwe misdaadverslaggever, zei hij. Zou dat niet iets voor mij zijn? Ik vond in die tijd mijn speeltuin in het noorden van het land al te klein, dus dat was daarna vrij snel geregeld. Ik had weliswaar met mijn vriendin net een nieuw huis gekocht, maar het was een aanbod dat ik niet kom weigeren. Ik ben hier niet blij mee, zei ze. Maar als ik nu ‘nee’ zeg ben je de rest van je leven chagrijning. Daarna ben ik met mijn gezin naar het westen van het land verkast.” 

Bij de Telegraaf heb je jezelf ontwikkeld tot een van de meest toonaangevende misdaadverslaggevers van ons land. Maar je publicaties over onder andere de georganiseerde drugsmaffia hebben er ook voor gezorgd dat je op een dodenlijst terechtgekomen bent. 

“Dat heeft grote gevolgen gehad. Niet alleen voor mij, maar ook voor mijn gezin. De dreiging is het minst ingrijpend. Het feit dat iemand je af wil schieten, is het minst erg. Het ergste is de oorlog die je thuis hebt. Je wil verder met je werk, terwijl er thuis aan je wordt getrokken. Stop er nou mee. Als ik vrijgezel was geweest, had ik misschien niet eens voor beveiliging gekozen. Maar ik ben niet alleen. We moesten in de beginperiode ook acuut ons huis verlaten. Ik moest toen in allerijl naar een safehouse, waar ik drie maanden opgesloten heb gezeten. Wij hebben de afgelopen vijf jaar op meer dan vijftien verschillende plekken verbleven.”

Wat zijn dat eigenlijk voor soort huizen, die safehouses?

“Ik heb bijvoorbeeld drie maanden in een miljoenenpand ergens in de Randstad gezeten, in een appartementencomplex met gepantserd glas. Daar moest ik totaal afgeschermd van de buitenwereld mijn dagen zien door te komen. Ik kon er niet uit en was ook nog eens helemaal alleen, zonder mijn gezin.” 

Van Wely leefde jarenlang onder strenge beveiliging.
Je hebt het over een appartementencomplex, dan heb je ook buren. Wisten zij dat jij daar woonde? 

“Nee, zij hebben mij nooit gezien. Er was een bepaald systeem dat ervoor zorgde dat ik nooit buren heb gezien en zij mij andersom ook niet. 

Een bizar moment daar was in december 2021. Ik wilde naar de laatste wedstrijd van het Formule 1-seizoen kijken, waarin Max Verstappen voor het eerst wereldkampioen zou worden. Nog even snel een sigaretje op mijn afgeschermde balkon roken, dacht ik. De deur viel echter achter mij in het slot en ik was vergeten de sleutel mee te nemen. Stond ik daar met -1 in een T-shirt te vernikkelen van de kou. Mijn telefoon lag ook binnen. Ik kon geen kant op en voelde me erg kwetsbaar. Ik ben toen naar de beveiligingscamera’s gaan zwaaien en schreeuwen dat iemand mij moest komen helpen. Gelukkig werd ik na 40 minuten bevrijd. 

Ik ben ook eens ’s nachts zonder mijn beveiligers in te lichten naar buiten de binnenstad ingelopen, om de regie in mijn leven terug te krijgen. Dat was een ongekend fijn gevoel.

Gelukkig is mijn levenssituatie nu anders dan destijds, maar ik heb nog wel beveiliging. Ik heb tegenwoordig wel bepaalde vrijheden en zit niet meer permanent opgesloten. Maar ik denk dat ik de rest van mijn leven om me heen moet blijven kijken. Dat is een naar idee.” 

Je hebt een Hongaarse moeder. Welke rol speelt Hongarije in jouw leven? 

“Ik ga er geregeld naartoe. Hongarije is mijn rustoord. Ik word daar immers minder snel herkend. Ik hou erg van de natuur en van de mensen in Hongarije. Mijn broer heeft er een oud wijnhuis gekocht en maakt daar zijn eigen wijn. Dat is ook mijn droom. Ik wil nog tien jaar keihard als misdaadverslaggever werken en wellicht daarna veel naar Hongarije om me bezig te houden met wijn en met boeken schrijven.”

Leven je ouders nog?

“Ja, mijn moeder is opgegroeid in de periode van het communisme in Hongarije. Zij weet alles van gevangenschap en is daar heel nuchter in. Ik heb daarin veel aan haar, zij is een strijder. Zij gaat niet zielig doen en heeft respect voor het feit dat ik ondanks alles mijn werk blijf doen. Mijn vader is wat bezorgder, een lieve man. Mijn vaders familie komt uit Brabant, het zijn echte bourgondiërs. Ze zaten altijd in de sigaren: KaVeeWee-sigaren, dat staat voor Karel van Wely.”

Je bent gek op wijn en sigaren, zeg je. Hoe kijk je aan tegen drugs?

“Ik heb in mijn leven vrij veel gedaan wat God verboden heeft. Drugs heb ik ook wel gebruikt. Ik ben daar altijd transparant over geweest. Ik vind moreel gezien iemand die af en toe drugs gebruikt niet erger dan iemand die wekelijks meerdere flessen wijn wegtikt. Het is wel zo dat het geweld in de drugsindustrie totaal uit de klauwen is gelopen.” 

‘Errol had me voor een paar ton kunnen verkopen aan de mensen die mij op een dodenlijst hebben gezet’

John van den Heuvel is een felle tegenstander van drugs. Hoe is je contact met John sinds je vertrek bij de Telegraaf?

(Vijf seconden stilte). “Ik praat nooit over collega’s als ze er niet bij zijn.”

Dit antwoord zegt mij meer dan duizend woorden.

“Ik heb goed samengewerkt met John, we hebben samen mooie dingen gedaan. Wat ik van collega’s vind, is iets tussen mij en hen.”

Maar je gaat ze wel recenseren op je nieuwe platform en website.

“Ja, maar dan gaat het over verhalen. Ik hou van mijn vakgenoten. Bij de Telegraaf was er veel sprake van onderlinge concurrentie, ik wil met Crime Station juist andere verslaggevers een podium gunnen.” 

Een van je bekendste Telegraaf-verhalen is je interview met Errol H.V., het brein achter de diamantroof op Schiphol, waarbij in 2005 voor ongeveer 70 miljoen euro aan diamanten werd buitgemaakt. Hoe kreeg je hem zover om zijn verhaal te doen?

“Ik heb drie jaar lang achter hem aangelopen en was bij iedere rechtszaak. Errol, wil je een keer je verhaal doen? Dan draaide hij zich om. Flikker op, man. Maar hij hapte op een gegeven moment toch toe toen ik hem benaderde via de Hilversumse boef George van Dijk, die bij hem in Alphen aan de Rijn in de gevangenis had gezeten. Eenmaal op vrije voeten – hij was voortvluchtig – belde hij me. Mick, Errol hier, ik word gek van je, we moeten maar een keer afspreken. 

Toen hebben we elkaar op zijn verzoek ontmoet op begraafplaats Zorgvlied in Amsterdam. Hij wilde niet direct een interview doen, maar eerst een gevoel bij me krijgen. Hij checkte ook of ik afluister- of opnameapparatuur bij me had. Later vertelde hij me dat hij me in het water zou hebben gegooid als ik iets bij me had gehad. Maar ik had je er dan wel uitgehaald, hoor. Errol keek met een goed gevoel op die ontmoeting terug, waarna hij aangaf dat ik hem mocht interviewen. Maar je mag die apen – zoals hij mijn beveiligers noemde – niet meenemen. Hij was immers voortvluchtig. 

Een vreselijk dilemma. Ik was kwetsbaar als ik zonder beveiliging naar de door hem voorgestelde locatie op Ibiza zou gaan. Als hij geld nodig had, had hij me voor een paar ton kunnen verkopen aan de mensen die mij op een dodenlijst hebben gezet. Ik ben daar toch alleen naartoe gegaan en heb mijn beveiligers pas kort voor ik de lucht in ging via een berichtje ingelicht. Ik ben op vakantie naar Ibiza. 

Toen ik was geland, heb ik twee auto’s gehuurd, eentje op een andere naam, daar heb ik zo mijn trucjes voor, en via een prepaid-telefoon heb ik contact met Errol gelegd voor de locatie waar we elkaar zouden spreken. De rotondes onderweg nam ik allemaal twee keer, om te kijken of ik niet gevolgd werd. Kort voor ik op de afgesproken plek was, heb ik mijn hoofdredactie ingeseind. Als ik binnen drie uur niet zou bellen, moesten ze de politie inschakelen. Maar ik had wel een goed gevoel, ik wist: het komt goed. Ik had Errol in de ogen aangekeken en hij mij. Met dit type crimineel kun je nog afspraken maken. Dat zou ik met de nieuwe generatie criminelen nooit doen, die vertrouw ik niet. 

Op de afgesproken plek moest ik in de auto blijven zitten. Ineens deed een man met een strooien hoedje de deur open en daar zat Errol naast me. Hi pik, nu kunnen we lekker lullen en tapas eten. Ik heb daar nog een mooie foto van, die kun je wel gebruiken. Dit voorjaar komt een schitterende documentaire uit, waar Errol ook in zit en waar ik ook een bijdrage aan heb geleverd.”

Mick van Wely met Errol H.V.
In maart verschijnt je boek Roof, over enkele geruchtmakende kunstroven. Wat wil je de komende tien jaar nog bereiken voor je in Hongarije wijn gaat maken?

“Eén van de belangrijkste bronnen in mijn carrière is xtc-jongen Frank S., alias ‘Frankie de Stille’, geweest. Hij was tien jaar lang mijn beste bron. Frank is ongeneeslijk ziek en heeft niet lang meer te leven. Nu wilde hij eindelijk gebruik maken van mijn aanbod om zijn biografie te schrijven. We zijn twee maanden geleden begonnen en hij heeft mij dingen verteld… Laat ik er dit over zeggen: ik heb zelden meegemaakt dat er zo’n groot gat was tussen wat iemand heeft gedaan en waar hij daadwerkelijk voor veroordeeld is. Frank haalde zijn grondstoffen uit Rusland, deed daar zaken met het Russische leger en heeft zo tientallen miljoenen euro’s verdiend. We zijn ook met een streamingsdienst in gesprek om zijn levensverhaal te laten verfilmen. Dan heb ik het over een documentaire en een film. Dat wordt disco, mijn mooiste project ooit.”

Dat is een nieuwsgierig makend verhaal. Kun je er nog wat meer over vertellen?

“Frank zette zich op een gegeven moment in voor kinderen uit Tsjernobyl, waar zich die kernramp voltrokken had. Die konden in ons land en in Duitsland komen aansterken. Daarvoor heeft hij een buslijn opgezet. Wat niemand wist, was dat hij in de brandstoftanks schotten had aangebracht. De ene helft was gevuld met benzine en de andere helft met PMK en BMK (grondstoffen voor MDMA en amfetamine – red.). Hij heeft op die manier jarenlang een paar ton verdiend per ritje.”

De (nu nog) misdaadverslaggever droomt van een toekomst in Hongarije: bezig zijn met wijn en het schrijven van boeken.
Je bent goed bevriend met acteur Daan Schuurmans, hoe zou je de vriendschap met Daan omschrijven?

“Ik ken hem vanaf mijn 16de, ik kwam altijd bij hem thuis. Zijn vader was hoofdredacteur van het Nieuwsblad van het Noorden. Ik wilde altijd journalist of acteur worden, Daan had hetzelfde. Ik ben uiteindelijk journalist geworden en hij is als acteur actief. Dat maakt het voor hem ook erg gaaf dat hij in misdaadserie Mocro Maffia de rol van journalist mocht spelen. Ik ben ook nog op een van de draaidagen wezen kijken, dat was een mooi moment. Onze grote droom is om samen een film of serie te maken. Daan en ik hebben iedere week contact, we bellen veel. Ik zou hem graag vaker zien. We delen hetzelfde gevoel voor humor en doen altijd typetjes na, van Groningers tot criminelen. Hij is er ook in de moeilijke fases in mijn leven geweest. Onze vriendschap is onvoorwaardelijk.”