Entertainment

Raymond Thiry over jaren tussen drugscriminelen: 'Begrijp je beter als je die wereld van dichtbij hebt gezien'

Iedereen kent hem als de ijskoude Luther uit Penoza of de onverstoorbare John uit Undercover. Raymond Thiry (67) speelt criminelen met een overtuigingskracht die je niet op een toneelschool leert. Dat is geen toeval: als tiener zwierf hij rond in het kraak- en drugsmilieu, waar hij de wetten van de straat van dichtbij meekreeg.

Florine Holtman
BN'ers
Raymond Thiry
Acteur Raymond Thiry.

Raymond Thiry heeft de kop van een man met wie je geen ruzie wilt maken. Die "don't mess with me"-uitstraling is inmiddels zijn handelsmerk geworden, maar de basis voor zijn glansrol als misdaadicoon werd niet gelegd op de toneelschool, maar op de straat.

In een openhartig gesprek met De Telegraaf blikt Thiry terug op zijn turbulente jeugd. Na het overlijden van zijn moeder, hield hij het op 16-jarige leeftijd thuis voor gezien. "Pa, ik ga verhuizen," was het enige wat hij zei.

De straat werd zijn nieuwe thuis: hij belandde midden in het drugs- en kraakmilieu.

Hoewel het voor velen als een neerwaartse spiraal klinkt, zag Thiry het destijds als "één groot avontuur". "Juist in die periode leerde ik veel verschillende mensen kennen, ook figuren die zich aan de randen van de samenleving bewogen. Maar ik heb altijd wel een zekere objectiviteit weten te bewaren ten aanzien van alles wat er om me heen gebeurde."

Juist die ervaringen gebruikt hij nu voor zijn rollen. Hij begrijpt de wetten van de straat: reputatie, aanzien en die specifieke, kille mentaliteit. "Dat soort dingen begrijp je beter als je die wereld van dichtbij hebt gezien."

'Echte' jongens als fans

Zijn geloofwaardigheid op het scherm heeft een bijzonder bijeffect: echte criminelen zouden in hem een soort zielsverwant zien. Thiry vertelt dat hij regelmatig wordt aangesproken door jongens uit het milieu: "Dan pakken ze hun telefoon en laten ze met vol trots foto's zien."

"Het lijkt soms alsof ze me beschouwen als iemand uit hun eigen wereld," aldus Thiry. De ironie ontgaat hem niet. Volgens de acteur gaan veel mensen het verkeerde pad op omdat ze hunkeren naar erkenning en een podium. "Wat zij eigenlijk ambiëren, is mij in de schoot geworpen."

Achtervolgd door de beveiliging

Dat zijn uiterlijk niet alleen deuren opent, maar soms ook argwaan wekt, merkt hij in het dagelijks leven. Mensen associeerden hem lange tijd met het kwaad. "Als ik ergens binnenstapte, kon het gebeuren dat de beveiliging meteen even achter me aan liep."

Zelfs een simpel bezoekje aan de fietsenmaker zorgde voor spanning. Thiry voelde de achterdocht van de eigenaar en wilde alweer vertrekken, totdat de sfeer omsloeg. De fietsenmaker herkende hem eindelijk: "Verdomme, ik zie het nu pas, man. Ik zit elke zondagavond naar je te kijken."