Waar Ali B bij de eerste behandeling van zijn strafzaak nog uitgebreid de schijnwerpers opzocht, kiest hij voor het vervolg van zijn proces voor een andere koers. De rapper heeft laten weten dat hij tijdens de komende zittingen in zijn hoger beroep niet gefilmd wil worden.
De koerswijziging werd bevestigd door het Gerechtshof Amsterdam tegenover Shownieuws. Volgens een persvoorlichter van het hof is de boodschap van de artiest helder: "Ali B geeft aan tijdens de behandeling in hoger beroep niet in beeld te willen." Het gaat hierbij specifiek om de videoregistratie van de zittingen. Of fotografen aan het begin van het proces wel enkele beelden mogen maken van de verdachte, is op dit moment nog niet bekend.
Het is een schril contrast met de zittingen in 2024, waarbij de rapper nog volop toestemming gaf om de volledige procedure op video vast te leggen. Waarom Ali B nu plotseling voor deze vorm van onzichtbaarheid kiest is officieel niet bekendgemaakt.
Emotionele rollercoaster
Tijdens de eerdere zittingen bij de rechtbank in Haarlem werd de rapper zeer emotioneel. Ali B werd destijds gefilmd terwijl hij, al snikkend, verklaarde niets liever te willen dan "waarheidsvinding".
Hij uitte zijn frustratie over de politie en het Openbaar Ministerie en richtte zich direct tot de rechters: "U bent mijn laatste hoop op rechtvaardigheid en objectiviteit. Hopelijk wordt u niet meegesleept door emoties." Over de slachtoffers zei hij destijds op camera: "Ik ga bidden voor die vrouwen, mijn deur staat altijd voor ze open."
Hoger beroep
De zittingen van het hoger beroep staan gepland op 24, 26 en 30 maart. In de eerste aanleg werd Ali B door de Rechtbank Noord-Holland veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2 jaar cel. De rechter achtte destijds bewezen dat hij schuldig was aan de verkrachting van Naomi en een poging tot verkrachting van Ellen ten Damme.
De rapper werd echter vrijgesproken voor de aanranding van voormalig The Voice-kandidaat Jill Helena en de verkrachting van Ten Damme. Zowel Ali B zelf als het OM besloten daarom in beroep te gaan om de volledige zaak opnieuw te laten beoordelen.