Volgens de rechter kan niet onomstotelijk worden vastgesteld dat de man degene was die de schutter van een vuurwapen voorzag. Het fatale incident vond plaats in de nacht van 24 op 25 februari, twee jaar geleden, na een feest nabij station Sloterdijk.
De beschuldiging van het Openbaar Ministerie rammelde volgens het vonnis aan alle kanten. Justitie meende dat de verdachte op beelden te zien was in een opvallende rode bodywarmer en dat hij op die manier een rol speelde bij de schietpartij op de Rhôneweg. De officier van justitie stelde destijds: "Het gemak waarmee de schutter het vuurwapen van de verdachte krijgt is ongekend. De verdachte heeft de ruzie waargenomen en komt de latere schutter het wapen gewoonweg brengen."
De rechtbank gaat hier echter niet in mee. In het vonnis is te lezen dat de bewijsmiddelen niet overtuigend genoeg zijn om de man aan de bewuste bodywarmer te koppelen: "De rechtbank is op basis van de bewijsmiddelen niet overtuigd dat de man de persoon is geweest met de rode bodywarmer. Hij wordt daarom vrijgesproken van zowel medeplichtigheid aan doodslag als het voorhanden hebben van een wapen."
Onbetrouwbare herkenning door politie
Volgens berichtgeving van AT5 uitte de rechter kritiek op de manier waarop de politie de verdachte had geïdentificeerd. Een agent beweerde de man voor 85 procent te herkennen, maar kon nauwelijks specifieke kenmerken noemen. Bovendien moest de agent eerst in systemen zoeken naar een eerdere zaak voordat hij tot een herkenning kwam. De rechter oordeelde dat de gezichtsvergelijkingen die volgden weinig waarde hadden, omdat ze werden gedaan met voorkennis over wie de verdachte zou moeten zijn.
Hoewel er aanwijzingen waren dat de man die nacht in de buurt van de plaats delict was, stelt de rechtbank dat dit logisch verklaarbaar was door twee grote feesten die op dat moment gaande waren. Omdat geen enkele getuige de verdachte expliciet aanwees als de persoon op de camerabeelden, bleef er voor de rechter maar één optie over: vrijspraak.