Over de doden niets dan goeds, dus kreeg Koos Postema bijna twee weken geleden behoorlijk veel veren mee toen hij op 93-jarige leeftijd overleed. Klaar, over, goedenavond, zou hij gezegd kunnen hebben, want als er iemand niet in een leven na de dood geloofde, dan was hij het wel.
In een zeldzaam interview dat wij met hem in 1990 hadden – zeldzaam, omdat hij liever zelf vragen stelde dan dat hij antwoorden moest geven – zei hij het al: “Ik ben een volstrekte heiden, in een socialistisch gezin opgevoed, tégen de godsdienst.” Een echte Rotterdammer bovendien die bijvoorbeeld met zijn programma Een klein uur U en later Een groot uur U geen heilig huisje overeind hield en taboes doorbrak met onderwerpen als euthanasie, abortus en zelfmoord, wat in de jaren zestig en zeventig veel minder vanzelfsprekend was dan nu.
Politiek Den Haag was er nooit gerust op als hij er een kijkje kwam nemen namens actualiteitenprogramma Achter het nieuws. “Ik ben van de generatie die de harde actualiteit deed,” zei hij 36 jaar geleden tegen ons. “Als ministers niet kwamen, begon ik naar de lege stoelen te wijzen, keek ik dreigend in de camera en zei ik: Hier kon hij zitten, maar hij is er niet. Dit was Achter het nieuws, goedenavond. Ze moest het toen. Hard en vreselijk.” Een toon die tegenwoordig echoot bij een omroep als PowNed, maar waar hij zich waarschijnlijk voor omdraait in zijn graf als hij ermee wordt geassocieerd. Tv was volgens hem een magisch, maar ook een meedogenloos medium: “De schandelijke kanten van ideologieën vallen dankzij televisie door de mand. Televisie is scherp als het mes van een chirurg.”
'Alle televisie is reclame'
Scherp was hij zelf ook. Tegenover ons hield hij zich allesbehalve in: “Alle televisie is reclame. Het is nooit het echte leven, nooit een filosofie, het is altijd reclame. De oude sleutelvraag is: als er televisie was geweest in de tijd dat Hitler aan de macht was, wat zou er dan zijn gebeurd? Zou hij door de mand zijn gevallen of zou hij nog meer vernietigingskampen hebben kunnen stichten? Het antwoord is ondertussen duidelijk: nee. Televisie is hoe dan ook een ontmaskeraar.”
Postema, die een jaar na ons interview werd benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau en in 2007 werd onderscheiden met de Beeld en Geluid Oeuvre Award, wist in 1990 al dat zijn tijd eindig was: “En op het moment dat je beseft dat je tijd beperkt is – je kunt 40, 50 of 60 zijn – word je een beetje oud. Vroeger had ik tijd zat, nu niet meer.”
Dat hij ‘zo nuchter’ was, bestreed hij maar al te graag: “Ik ben het leven dankbaar voor elk stukje sentiment. Sentimentele boeken, die niks met literatuur te maken hebben, lees ik in drie kwartier helemaal uit. Vertelkunst is de grootste kracht. Een goed verteller, die sowieso een beetje sentimenteel is, kan toveren.”
Een groot verteller is heengegaan, maar waarnaartoe, dat weet hij waarschijnlijk ook niet.