Leroy van der Hurk: “Ik pleegde gewapende overvallen op supermarkten. Dat moet voor het personeel zwaar zijn geweest, mentaal. Ik kan me voorstellen dat zo iemand niet meer kan werken. Ik was 15 en besefte dat allemaal niet. Later heb ik nog wel een excuusbrief geschreven, dat het niet persoonlijk bedoeld was. Ik wilde de slachtoffers ook graag opzoeken, maar zij wilden me niet spreken. Daardoor ging ik weer aan mezelf twijfelen; ben ik dan echt zo slecht? En als je gelooft dat je een slecht mens bent, ga je vanzelf slechte dingen doen. Bij die overvallen verdiende ik misschien 3.000 euro. Op je 16de lijkt het dan alsof je de loterij hebt gewonnen, alsof je Holleeder zelf bent. Later handelde ik in opium, dan komen die bedragen per dag voorbij. Toen dacht ik wel: heb ik daar nou iemand zo veel schade voor berokkend?”
Als Leroy 5 jaar oud is, scheiden zijn ouders. Leroy wordt naar een kindertehuis gebracht. “Mijn moeder kreeg een stevige burn-out, m’n vader was niet bij machte voor zijn drie kinderen te zorgen. Ik weet het nog precies: het was dinsdagmiddag, er kwam een auto aan en twee mannen stapten uit. Kom ’s? Ze pakten ons op en we werden meegenomen. Behoorlijk traumatisch, ja. Afschuwelijk. Mijn moeder wilde het niet. Schreeuwen, huilen. Vanaf mijn 7de woonde ik wisselend bij mijn vader en moeder. Mijn moeder nam haar drugsverslaafde broer in huis. Hij stal mijn PlayStation, maar ik kreeg gewoon een nieuwe, alsof er niets was gebeurd. Ik ging zelf aan de wiet, rookte zes gram per dag. 30 euro, dat moet je bekostigen. Met mijn krantenwijk redde ik dat niet, dus besloot ik op m’n 15de om overvallen te gaan plegen.
Eerst meldde ik mijn wietverslaving nog bij de huisarts. Die gooide het op de puberteit. Niet om mezelf vrij te pleiten, maar een week later pleegde ik mijn eerste overval. Ik dacht als primitief jochie: als het systeem zo tegen mij doet, kan ik ook tegen het systeem ingaan. Achteraf zeg ik: met alles wat ik pakte, probeerde ik mijn leegte op te vullen. Ik kwam altijd op de fiets en had een ijzeren luchtbuks bij me. Ik wilde niet in de situatie komen dat ik van spanning de trekker zou overhalen.”
Verdovend geld
Leroy wordt uiteindelijk opgepakt voor opiumhandel. Hij krijgt als 16-jarige jeugd-tbs. Er volgt een periode van overplaatsing na overplaatsing, Leroy is onhandelbaar. Een in zijn ogen autoritaire begeleider bedreigt hij met een mes. Tijdens woedeaanvallen maakt hij voor 10.000 euro aan spullen kapot op een woongroep. “Het dieptepunt? Toen ik vanwege mijn agressieve houding voor de derde keer platgespoten was en op de betonnen vloer van m’n cel zat. Alles draaide. Ik wist van voren niet meer of ik van achteren leefde. Nú is het klaar, besloot ik. De knop ging om: dit wil ik niet meer. Dat bleek de enige manier.”
‘Best pittig om iemands billen te wassen, maar het gaf voldoening. Ik zag hoe die dementerenden ervan opknapten’
Op z’n arm prijkt de tekst: No monnie, no love. Een blijvende herinnering aan zijn gevangenisperiode. “Zelf gemaakt, met inkt en een naald. Ontvreemd uit het knutselhok. Bewust verkeerd gespeld, omdat het nonsens is! Geloof me, ik heb een hoop geld gezien en veel mensen geloven dat geld gelukkig maakt, maar meestal verdooft geld alleen maar.”
Als Leroy weer vrijkomt, belt hij de vrijwilligerscentrale: wat kan ik doen? Niet uit noodzaak, want hij had een Wajong-uitkering omdat hij voor z’n 16de al in de problemen zat. Toch wilde hij zich nuttig maken. Na een tijdje gaat hij re-integreren via het Leger des Heils. Leroy kiest voor een baantje in de zorg en komt op een afdeling met dementerenden terecht. “Best pittig om iemands billen te wassen, maar het gaf voldoening. Ik zag hen ervan opknappen en dacht: dit wil ik doen voor de kost. Daarom haalde ik mijn mbo2-diploma Helpende Zorg en Welzijn, waarna ik uiteindelijk een contract voor twintig uur kreeg.”
Structureel liegen
Herstel is geen rechte weg, zegt Leroy nu. Zijn re-integratie verloopt evenmin via rechte lijn. Het werk met ouderen stopt. Wat bleef, was zijn motivatie om anderen verder te helpen. “Ik wilde anderen behoeden voor een weg die verbittert, die jezelf en anderen pijn doet. Daarom stuurde ik op een dag een brief naar de jeugdgevangenis waar ik zelf had vastgezeten. Ik wilde daar als ervaringsdeskundige aan het werk. Dat is gelukt. Ik kreeg collega’s die vroeger mijn celdeuren sloten. Tegenover de gedetineerden bevestigden zij dat ik had vastgezeten, wat mij bij die jongeren een bepaald aanzien gaf.
Mijn hoofdboodschap was: je kunt jezelf beschermen zonder daarbij anderen pijn te doen. Dat begint in het klein, bij eerlijkheid. Als je structureel liegt over iets kleins zoals blowen, dan raak je dáár al los van jezelf.
Ik heb geprobeerd die jongens via sport en muziek iets van eigenaarschap over hun eigen gedrag bij te brengen. Qua muziek was mijn gouden regel: geen gangsterrap, we gaan het hebben over je gevoelens, je trauma’s. Voor een moeilijk te hanteren jongen die voor geen meter kon rappen, maakte ik een rap die hij in z’n cel kon instuderen, waarna hij in de studio over mijn versie heen rapte. Vervolgens haalde ik mijn stem weg, waarna alleen zijn stem overbleef. Dat contact hielp hem verder; het resulteerde er uiteindelijk in dat hij z’n psychiater durfde te vertellen dat hij last had van stemmen die hem opdroegen anderen pijn te doen.”
Hel of hotel
Leroy ging als ongelovige de bak in. Daar verdiepte hij zich in diverse religies, alleen aan het christendom was hij nog niet toegekomen. “Daarom las ik, nadat ik vrijkwam, twee keer per week uit de Bijbel, met m’n oma. Omdat ik opgroeide in onveiligheid, dacht ik: niemand is te vertrouwen, ik moet alles zelf regelen. Inmiddels weet ik dat vertrouwen op een groter geheel heel gezond is. Zoals de Bijbel zegt: het draait om God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf. Ik geloof dat God – of noem het: de kosmos – je dan onvoorwaardelijk zal steunen. Daarnaast geloof ik dat God geen tijd kent. Denk dus niet dat het zaadje dat je nu plant morgen een appel oplevert. Wat ik nu met jongeren doe, zie ik als zaadjes planten, maar ook als zaadjes die eerder door anderen geplant zijn water geven.
Gaandeweg mijn herstel ontdekte ik dat iets goeds voor een ander doen mezelf ook goed deed. Dat zit ’m in kleine dingen. Als ik in het verzorgingstehuis iemand te eten gaf, en diegene bedankte mij vriendelijk, dan raakte dat mijn hart. Dat zegt mij: blijkbaar heb ik een hart, heb ik gevoel, en dat kan ik ontwikkelen.”
En daar is Leroy tot op de dag van vandaag druk mee, naast het co-ouderschap. Hij biedt ambulante forensische zorg aan vier mannen. “Ik help ze bijvoorbeeld met formulieren en afspraken met de reclassering. Daarnaast heb ik een wandelgroep opgezet voor ouderen. En voor voetbalclubs heb ik een methodiek opgezet voor jonge voetballers om hun mindset te verbeteren. Dat start binnenkort.”
O ja: en hij deed als ex-gedetineerde mee aan het tv-programma Hel of hotel, waarin de Evangelische Omroep een inkijkje wilde geven in het gevangenisleven. Dat werkte niet alleen maar positief. “Sindsdien zijn er verzorgingstehuizen die het te spannend vinden om met mij te werken.”
Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct