Gordon is nog lang niet klaar met de spotlights. Ondanks een bewogen periode waarin hij naar eigen zeggen flink is aangepakt door de media, weigert de zanger om geruisloos te verdwijnen. In het interviewprogramma Open Casa doet hij een handreiking naar zijn voormalige tv-partner Gerard Joling.
De afgelopen anderhalf jaar waren voor de 57-jarige entertainer allesbehalve makkelijk. Tussen de sluiting van zijn koffiezaken, een mislukte verhuizing naar Dubai en kritiek op zijn nieuwe muziek, voelde hij zich constant onder vuur liggen. "Ik ben natuurlijk wel door de mangel gehaald de afgelopen anderhalf jaar", blikt hij terug in gesprek met Robbert Rodenburg.
Toch peinst hij er niet over om de handdoek in de ring te gooien. Voor Gordon is de mediawereld simpelweg zijn zuurstof. "Ik ben 57, ik ben nog heel jong. Wat moet ik dan? Moet ik achter de geraniums zitten? Dat is toch bloedsaai? Dan ga je dood. Dit is mijn leven." Dat hij door velen werd afgeserveerd, noemt hij nog altijd "heel pijnlijk".
De ultieme finale met Gerard
Een deel van het interview gaat over zijn ingewikkelde relatie met Gerard Joling. Jarenlang waren de twee de ongekroonde koningen van de lach, maar de vriendschap sloeg om in bittere vijandigheid. Nu lijkt Gordon de deur toch weer op een kier te zetten voor een gezamenlijk project. "Met Gerard zou ik nog wel een soort finale willen, want het voelt niet af. Dat is de enige reden waarom ik dat zou doen", aldus de zanger.
Of een terugkeer van Geer en Goor echt haalbaar is, moet nog blijken. Gordon denkt dat hij de vijandigheden van de afgelopen jaren wel kan vergeven, mits de lucht eerst wordt geklaard. "Maar ik denk dat we eerst een heel goed gesprek met elkaar moeten hebben."
'Drang naar aandacht'
Toch kruipt het bloed waar het niet gaan kan en deelt Gordon direct een sneer uit aan zijn oude kameraad. Hij beweert dat hij af en toe "best wel medelijden" heeft met Gerard wanneer hij hem op beeld ziet. "Omdat ik weet hoe hij in zijn leven staat. En ik weet dat ik daar een heel belangrijk onderdeel van was."
Gordon omschrijft de bewijsdrang van Joling als een bijna onstuitbare kracht. "Hij heeft gewoon zo’n ongelooflijke drang naar aandacht en succes. Dat is niet te beschrijven." Zelf beweert hij die drang in mindere mate te voelen: "Niet in die mate, laat ik het zo zeggen."
Ondanks de sneren is Gordon ervan overtuigd dat de liefde - of in elk geval het gemis = wederzijds is. "Of hij mij mist? Ja, zeker weten. Maar dat is andersom ook."