Wilfred Kols.
Wilfred Kols.
Misdaad

Wilfred Kols (55) pleegde 110 delicten maar is nu pastor voor de zwaarste jongens

Boyd, Leroy en Wilfred waren flinke jongens in het criminele circuit. Tot ze zelf werden overvallen. Door God. Nu trekken ze andere criminelen het rechte pad op. In deel 2: Wilfred Kols vertelt zijn heftige levensverhaal.

Wilfred Hermans

“Ik begon als portier, ging aan de coke, begon elke dag drugs te verkopen én te gebruiken,” vertelt Wilfred Kols (55). “Op mijn top verdiende ik 12.000 per week, ook met telefoonkaarten. Ondertussen was ik zo verslaafd dat ik gevoelloos inbraken, overvallen en ripdeals deed, meestal samen met mijn dealer, een bekende uit het criminele circuit.

In 2003 ging het mis. Ik stond al een paar maanden op de telex. Bij de supermarktkassa kwamen er opeens vier mannen op me af die me arresteerden. Op een bepaalde manier ervoer ik toen ook rust: nu ben ik niemand meer tot last.” 

Baksteen naar leraar

Wilfred krijgt 4,5 jaar detentie opgelegd. Z’n dossier telt 110 delicten, verspreid over 301 pagina’s. Op zoek naar de onderliggende oorzaak, gaat hij terug naar zijn jeugd. “Onze Molukse familiecultuur is warm, maar toch was ik bang om me thuis kwetsbaar op te stellen, te zeggen wat ik voelde. Als ik me aanstelde, niet goed had gevoetbald of met slechte cijfers thuiskwam, werd niet gevraagd hoe dat kwam, maar pakte mijn vader de bezemsteel en werd ik geslagen. Hij is zelf KNIL-militair geweest en een harde man geworden tot wie ik nauwelijks kon doordringen. Zodoende durfde ik thuis niks, maar buiten des te meer. Ik deed wat anderen van me wilden, om er maar bij te horen. 

Ik ging vaak op vakantie naar Kamp Vught, het voormalige concentratiekamp, net als vele andere families van KNIL-militairen. Waar ik sliep, hadden mensen gewoond die later waren vermoord. De Nederlandse regering stopte ons daar weg tot we terug konden naar een vrij land – een belofte die nooit is waargemaakt. 

Op school kreeg ik een steeds grotere afkeer van Nederlanders. Toen ik op een dag uit de klas werd gezet, gooide ik uit boosheid een baksteen richting de leraar; ik miste en de baksteen vloog door de ruit. Toen ik thuiskwam, had de school de politie al gebeld, de agenten waren net weer vertrokken. Ik wilde vertellen wat er in de klas was gebeurd, maar mijn vader begon al te slaan. Dat was voor mij het moment om mezelf niet meer open te stellen.” 

Bidden voor moeder

“Ik ontmoette oudere jongens die bezig waren met wapens en drugs. Op m’n 14de begon ik met uitgaan, drinken, blowen, ruziemaken. Dat werd steeds erger. Op een zekere dag vroeg een kennis of ik meewilde naar Italië, zeepjes halen. Drugs natuurlijk, stuff, van die blokken. We werden gecontroleerd, maar niet betrapt en die spanning werkte verslavend! Zo rolde ik langzamerhand de criminaliteit in. 

Ik moest eens bij een vent thuis geld ophalen, maar toen ik naar binnen stapte en een pistool op z’n hoofd zette, zag ik twee kinderen in de gang staan. Ik heb geen spijt van mijn verleden, maar natuurlijk wel van wat ik anderen – zoals deze man en kinderen – hebben aangedaan. 

Zelf weet ik wat het is om traumatische gebeurtenissen op te slaan, want ik heb pas recent een traumabehandeling van twee jaar afgerond. Het meest last heb ik van wat ik m’n moeder heb aangedaan. Toen ik in 2005 op proef vrijkwam – ik was al tot bekering gekomen – bezocht ik haar meteen. Ze had zware mentale problemen, grotendeels door mij veroorzaakt, want ik heb zelfs mijn eigen ouders bestolen. Ik schrok toen ik haar in bed zag liggen, een schim van wie ze was. Ze zei: Ben je nu pas thuis? Ik heb al die tijd op je gewacht. Ik vroeg haar om vergeving, en ze vergaf me. Daarna vroeg ik of ik voor haar mocht bidden. Toen ik klaar was, blies ze haar laatste adem uit.” 

Wilfred Kols.

Stilgezet door één zin 

“Nadat ik was opgepakt, werd ik in de isoleer gegooid omdat ik onhandelbaar was. Mijn vriendin was net overleden en ik was cold turkey aan het afkicken, dus ik draaide min of meer door. Een bewaker bood mij een boek aan: Ik zal nooit meer huilen van de Amerikaanse evangelist Nicky Cruz, vroeger een gangster. Ik begon te lezen en herkende mijzelf in dat verhaal. Opeens werd ik stilgezet door één zin die een dominee tegen deze Nicky Cruz zei: Al snijd je me in duizend stukjes, elk stukje zal blijven uitroepen dat Jezus van je houdt. Ik dacht: als er iemand van zo’n gangster kan houden, dan misschien ook van mij. Vervolgens hoorde ik in mijn cel een stem die zei: Mijn zoon, het maakt niet uit wat je hebt gedaan, ik hou van jou. Ik brak: hoe kan je nou van mij houden terwijl ik zo ben? 

De volgende ochtend liep ik in de luchtkooi en zei in mezelf: God, als je dan toch bestaat, laat jezelf dan ook maar zien. Toen kwam er een witte duif aanvliegen. Ik keek naar die duif en dacht: potverdomme… Ik heb ooit van een dominee in een kerk gehoord dat de duif symbool staat voor de Heilige Geest van God. Teruglopend naar m’n cel zei ik tegen God: Als U dit met die gangsterleider kan doen, geloof ik dat u dit ook met mij kunt doen. 

Voor mij begon toen de mooiste tijd. Ik was alles kwijt, zat op de bodem van de put, maar er was ook iets van me afgevallen. Ik besefte: al het negatieve wat vroeger tegen en over mij gezegd is, staat niet in de Bijbel.” 

Kopstukken Satudarah

“In de gevangenis kreeg ik een baantje als reiniger. Het beste baantje wat er is, want je deur staat open, je brengt eten en drinken rond. Daar begon ik jongens een luisterend oor te bieden en merkte ik: ik heb een hart voor die gasten. Wat daarbij hielp, was mijn recente ontdekking dat er ook iemand was die van mij hield en een plan met me had, namelijk: God.” 

Na zijn bekering komt Wilfred in een kerk terecht met voornamelijk ex-criminelen, ex-junkies en ex-prostituees. Daar vertelt hij zijn verhaal. Uiteindelijk gaat Wilfred naar een conferentie in Amerika waar hij Nicky Cruz ontmoet en zijn verhaal deelt. Als Cruz later naar Nederland komt voor een sprekerstour, is Wilfred zijn chauffeur. “Op een dag zei hij tegen mij: You’re gonna be a great testimony in this world. Dat was voor mij de bevestiging: met mijn levensverhaal kan ik anderen verder helpen. 

‘Toen ik naar binnen stapte en een pistool op z’n hoofd zette, zag ik twee kinderen in de gang staan’

Dat bleek al snel, want toen ik mijn verhaal vertelde tijdens de kerkdienst waarin ik werd gedoopt, was de halve zaal aan het huilen. In 2009 kwam ik Satudarah-kopstukken tegen tijdens een troostdienst. Ze zeiden: Wilfred, jij bent echt veranderd. Ik sprak nog steeds dezelfde taal, maar met een andere inhoud. Ik zei: Ik hou van jullie, maar jullie levensstijl hang ik niet meer aan. In 2015, bij de overdracht van het Satudarah-leiderschap, werd ik uitgenodigd en als pastor – dat was ik inmiddels geworden – op een VIP-plek gezet. Ze merken aan mij dat ik ze niet veroordeel.”

Goede vader, mooie zoon 

“Mijn Stichting Mission Prison – die hulp biedt aan gevangenen – gaat een kantoor openen in Indonesië waar we toegang hebben tot 520 gevangenissen. Daar spreek ik de hardste criminelen. Steeds weer als ik gedetineerden ontmoet, merk ik dat ze denken: als er voor hem hoop is, dan ook voor mij. Sommigen komen bij mij thuis en dan zien ze: wat jij hebt bereikt, wil ik ook. Ik ben getrouwd, vader van drie kinderen, ik rook en drink niet meer, heb geen schulden meer, ik heb een eigen spreker- en coachingsbureau, een stichting, ik ben ik balans met mezelf en mijn gezin. Dat had ik eerder allemaal niet. 

Ik heb dit niet voor mezelf, maar het dient mijn missie; in ieder persoon zit iets goeds, dat wil ik zichtbaar maken en niet laten overschaduwen door het slechte. Dat zeg ik ook tegen ze: Ik zie in jou dat je een goede vader kunt zijn, een mooie zoon. Dat raakt ze.” 

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct