De TV-aannemer
Toen Bob Sikkes (60) klein was, liep hij al door de straten om te kijken welke huizen hij mooi vond. Hij zorgde voor een succesvolle loopbaan als aannemer, waar later een televisiecarrière bijkwam. Hij brak landelijk door met z’n verschijning in Bouwval Gezocht, daarna volgde SOS Verbouwing, TV-Makelaar, Kopen Zonder Kijken en De Moeite Waard?! Op maandag 23 februari start het negende seizoen van Kopen Zonder Kijken op RTL4.
“Jaaaahaa, dit is seizoen negen alweer. Ik schrik ervan als ik bedenk hoeveel afleveringen we al hebben gemaakt. Tachtig bijna, maar dat heb ik zelf helemaal niet in de gaten. Dat komt omdat het maken van Kopen Zonder Kijken een continu proces is. Bij andere programma’s rond je een seizoen af en dan is er heel lang niks, maar wij zijn ook alweer met seizoen tien bezig. Het is altijd een race tegen de klok en alles loopt door elkaar.”
“Nee, ik snap het namelijk. Dit is niet arrogant bedoeld, maar ik merk aan de reacties van mensen waarom het een succes is. Het is een sympathiek programma. Ik ben erachter gekomen dat alle lagen van de bevolking ernaar kijken. De bouwvakkers die ik als bouwbegeleider tegenkom vinden het leuk, maar ik kom ook weleens op borrels in Aerdenhout en dan zijn er net zo goed meneren die zeggen: Ik kijk altijd met mijn vrouw mee. Vervolgens gaan ze vragen aan mij stellen over Kopen Zonder Kijken en dan denk ik: goh, jij weet wel heel veel voor iemand die af en toe een beetje meekijkt, haha.”
“Ik vind het ontzettend fijn dat hij de voice-over nog doet. We weten inmiddels al best een tijdje dat hij ziek is. Ik ben blij dat het naar omstandigheden nog best goed met hem gaat. Zijn fysieke afwezigheid is opgelost door vrienden van Martijn allemaal een aflevering te laten presenteren. Wat ik daar sympathiek aan vind, is dat zijn rol niet is overgenomen door iemand. Het heeft een tussenvorm gekregen, met als resultaat elf afleveringen met elf verschillende presentatoren. Ik ben benieuwd hoe dat uitpakt.”
“Neuh. Ik kan slecht tegen gemiste kansen. Op dit moment ben ik heel druk met een huis waarvan het maar de vraag is of we het op tijd afkrijgen, maar ik heb het idee dat sommige mensen dat niet doorhebben. Dat vind ik irritant. Ik wil antwoorden en heb geen tijd om daar langer dan een paar uur op te wachten. Dan denk ik: kom op jongens, even tempo. Het allermakkelijkste is om te zeggen: Balen, maar we doen die uitbouw toch maar niet, dan hebben we het huis zeker op tijd af. Dat vind ik jammer, want ik gun die mensen hun droomhuis. Maar onder druk werken, daar ga ik juist heel goed op. Zoals mijn moeder ooit tegen me zei: Als er geen druk op de ketel is, dan vind jij er geen hol aan. Ik ben het stuiterballetje van het gezin. Altijd willen weten wat er nog meer te doen is. We komen uit Alkmaar, waar mijn broers nog steeds wonen. Maar ik wist als jong ventje al dat Alkmaar niet genoeg was voor mij. Er waren genoeg kappers in Alkmaar, maar ik moest en zou op mijn zestiende op de fiets naar een kapper in Amsterdam.”
“Ik wilde vooral dat het precies ging zoals ik het had bedacht, maar natuurlijk was het ook ijdelheid. Ik ben nu minder ijdel dan toen, hoor.”
“Beter dat mensen je knap vinden dan lelijk, toch? Het stomme is dat ik er niet zo veel voor doe. Ik sta niet ’s ochtends mijn haar te föhnen en heb geen rijen vol crèmepjes. Sterker nog: ik kijk bijna nooit in de spiegel. Qua kleding heb ik ook een vrij duidelijke signatuur. Ik draag bijna altijd een lichtblauw overhemd en een blauwe trui of een blauw vest.”
‘Onder druk werken, daar ga ik heel goed op. Zoals mijn moeder ooit tegen me zei: als er geen druk op de ketel is, dan vind jij er geen hol aan’
Lachend: “Ik zeg weleens dat ik kleurenangst heb. Een kleine tint kan ik net aan. Een groen behang, bijvoorbeeld. Maar ik word heel ongelukkig van kleurexplosies.”
“Wat ik leuk vind aan Roos, is dat ze ontzettend wordt gewaardeerd door alle kandidaten. Zij kan heel goed moodboards lezen. Een paar jaar geleden heeft ze een interieurboek gemaakt: Rooskleurig. Ze vroeg of ik het voorwoord wilde maken. Daarin zeg ik dat onze smaken fluitend naast elkaar mogen bestaan, maar dat ze mijn huis niet mag doen, haha. Zij heeft alles wat ik niet heb. Dat ben ik niet. Dat kan ik niet.”
“Nee, ik hou niet van beige interieurs. Bij ons is alles wit. Ik hou heel erg van de stijl van de jaren 50 en 60. Toen ik 25 jaar terug mijn toenmalige huis in Amsterdam ging verbouwen, wilde ik het gevoel creëren van een kantoor uit de sixties. Het was best gezellig, hoor. Maar wel ontdaan van alle opsmuk. En helemaal wit. Ik ben fan van de naoorlogse woningbouw, de tijd van de wederopbouw. Ik woon zelf ook in een grachtenpand uit de jaren 50. Daar zijn er maar weinig van in Amsterdam.”
“Vroeger zei ik altijd: Le Corbusier, maar dat is een inkoppertje. Wat ik een van de mooiste gebouwen van Nederland vind, is het provinciehuis van Noord-Brabant in Den Bosch. We kwamen er vroeger altijd langs, als we naar opa en oma gingen. Toen stond het nog in de middle of nowhere. Inmiddels is die omgeving verworden tot bedrijventerrein, wat jammer is. Het is een mooi, sober, gedetailleerd gebouw.”
“Ja, ik vond huizen van kleins af aan leuk. Als mijn ouders naar vrienden gingen die aan het verbouwen waren, zat ik bij wijze van spreken al in de auto. Toen ik op mijn tiende een abonnement mocht nemen op een tijdschrift, koos ik ook niet voor Donald Duck, maar voor Eigen Huis & Interieur. Al die edities bewaarde ik op keurige stapeltjes in de lades van mijn kajuitbed. Ik wilde ze mooi houden, het waren dure bladen.”
“Ik heb heel lang gedacht dat ik architect wilde worden, maar tijdens mijn stage bij een architectenbureau ontdekte ik dat ik het ontzettend saai vond om de hele dag binnen aan hetzelfde project te werken. Toen ik later stage ging lopen bij een bouwbedrijf, merkte ik dat ik dat wel leuk vond. Maar de bouwbedrijven waar ik na mijn studie terechtkwam waren allemaal best ouderwets. Zij deden alleen de uitvoering, verder niets. Dat trok me ook niet, dus ik heb nog tot laat in mijn dertiger jaren in de horeca en de mode gewerkt. Inmiddels run ik alweer jaren een bedrijf dat het hele traject doet. Met zo’n twaalf tot vijftien man op kantoor beginnen we bij een idee, dat wordt een ontwerp en vervolgens voeren we dat uit. Wij bepalen eigenlijk hoe mooi we het mogen maken. Dat vind ik ontzettend leuk. En ook stressvol, soms. Ik lig er echt weleens wakker van. In dit werk gaat het altijd over geld, over mensen en over emoties.”
“We doen voornamelijk totaalrenovaties. Dat begint bij ons bij zo’n 250.000 euro en dat loopt door tot zo’n 3 miljoen. Met weinig geld werken is in de huidige markt moeilijk, want arbeid kost verschrikkelijk veel geld in Nederland. Als twee loodgieters samen een dag komen werken, ben je al duizend euro verder. De materialen zijn ook duur. Alles is duur.”
‘Toen ik op mijn tiende een abonnement mocht nemen op een tijdschrift, koos ik niet voor Donald Duck, maar voor Eigen Huis & Interieur. Al die edities bewaarde ik’
“Kijk je weleens naar het programma? Dan zie je dat er in elke aflevering vrienden van de show langskomen. RTL4 is een commerciële omroep, hè? Er wordt veel gesponsord door bedrijven die regelmatig in beeld komen. De kandidaten betalen echt wel voor hun nieuwe keuken of badkamer, maar ze betalen er wel minder voor dan jij en ik als we naar een winkel gaan. Gijs Groenteman had ooit een grappig stukje in Het Parool waarin hij zich afvroeg waarom mensen in vredesnaam mee zouden willen doen aan Kopen Zonder Kijken. Later kwam hij in een andere column zelf met het antwoord: Alex heeft meer verstand van de woningmarkt dan ik, Bob meer van verbouwen, Roos meer van stylen en verhuizen. Het geeft een comfortabel gevoel om die klus juist bij ons neer te leggen en los daarvan krijg je ook nog veel waar voor je geld, om het zo maar te zeggen.”
“Heel toevallig. In 2006 vertelde ik op een borrel aan iemand dat ik een bouwbedrijf had. Een van de andere gasten werkte bij een productiebedrijf en vroeg of ik auditie wilde doen voor een nieuw tv-programma, genaamd Bouwval Gezocht. In eerste instantie zei ik nee, omdat ik heel kort modellenwerk heb gedaan en dat vond ik afschuwelijk. Als iemand tegen me zegt dat ik er iets meer ‘beachvibe’ in moet gooien, dan wil ik meteen naar huis. Uiteindelijk heb ik toch teruggebeld dat ik wel op gesprek wilde en daarna ging het razendsnel. Ik werd uitgekozen en maak sindsdien ieder jaar programma’s.”
“Ik zeg weleens dat tv-programma’s maken mijn allerleukste hobby ever is. Het is ook goed voor de zaak, want door mijn bekendheid komen er meer klussen naar mij toe. In dat opzicht snijdt het mes aan twee kanten, maar de basis is dat ik het heel leuk vind om te doen.”
“Ik heb een aantal klanten die helemaal niet weten dat ik op tv kom. Dat kan dus ook. In Amsterdam speelt mijn bekendheid sowieso geen rol. Heel gek, maar het is er gewoon niet. Mijn man Michiel en ik zeggen weleens gekscherend tegen elkaar: hoe verder van huis, hoe groter de ruis. Waar in Amsterdam niemand me aanspreekt, is dat in het buitenland schering en inslag. Vind ik alleen maar leuk, hoor. Mijn guilty pleasure is Koningsdag in Torremolinos. Ik hou ongelofelijk van Hollandse muziek, niet Nederlandstalig, maar echt Hollands. In Torremolinos heb je nog dat ouderwetse Koninginnedaggevoel van vroeger, met tweeduizend Nederlanders in oranje shirts die de hele dag staan te hossen op André Hazes, Corry Konings en de Zangeres Zonder Naam. Daar maak je mij ongelofelijk blij mee.”
“Omdat we het makkelijk goed met elkaar hebben. We hebben allebei totaal geen last van jaloezie. Daar bedoel ik niet mee dat alles moet kunnen, maar we kunnen de ander heel makkelijk z’n eigen gang laten gaan. Laatst was ik vergeten dat ik een eetafspraak buiten de deur had en zat Michiel thuis al met het eten klaar. Daar pest hij me dan later nog wel een paar keer mee, maar hij wordt niet kribbig. Zo gaan we überhaupt niet met elkaar om. In het weekend leggen we de agenda’s voor de volgende week naast elkaar: Wat heb jij allemaal staan? Dan zorgen we ervoor dat we genoeg tijd samen hebben, maar we hebben ook nog onze eigen vriendenkringen, collega’s en levens. Dat werkt voor ons heel goed.”
“Tuinieren vind ik heel erg leuk. We zijn binnen Amsterdam net verhuisd, maar bij ons vorige huis hadden we een waanzinnig dakterras. Nu tuinier ik vooral in Baambrugge, waar we ook een huis hebben. Dat klinkt heel pedant, dat realiseer ik me. Zoveel mensen zijn op zoek naar een huis en wij hebben er in Nederland twee. Ik heb lichte last van woonschaamte, zeg maar. Maar ik zie het als een investering en vind het na veertig jaar in de stad ook gewoon lekker om af en toe de rust op te zoeken. We wonen de helft van de tijd in Amsterdam, de helft van de tijd in Baambrugge.”
‘Zoveel mensen zijn op zoek naar een huis en wij hebben er in Nederland twee. Ik heb ook wel lichte last van woonschaamte’
“We hebben alles dubbel. Dat is heel makkelijk. Ik heb overal hetzelfde servies en bestek. Zelfs op de zaak. Als we een diner voor veertig mensen geven, kunnen we alles op dezelfde borden opdienen. Er hangen ook overal blauwe truien en vesten. En als ik een spijkerbroek lekker vind zitten, dan koop ik er meteen drie. Niets vervelender dan dat je een lekkere broek hebt gevonden die na één seizoen uit de collectie wordt gehaald.”
“Heel erg. Ik heb opvallend nette kasten. Weet je wat het is? Als je druk in je hoofd bent, is het fijn om je zaakjes op orde te hebben. In mijn hoofd gebeurt veel, heel veel. Er is nooit een diagnose op mij geplakt, maar ik kan me in een vergadering niet langer dan vijf kwartier concentreren. Dan moet ik door naar het volgende. Op de zaak ben ik bezig met veertig of vijftig projecten, daarnaast maak ik twintig afleveringen van Kopen Zonder Kijken en De Moeite Waard?!, wat bij elkaar zeventig projecten zijn. Die passen allemaal in mijn hoofd, omdat ik precies weet wat er speelt. Op mijn werk zeg ik altijd: Als je het snapt, hoef je het niet te onthouden. Als ik bij Flow Works wegrijd om naar opnames te gaan, dan schakel ik van het ene vakje in mijn hoofd naar het andere vakje in mijn hoofd. Na aankomst kunnen we binnen drie minuten beginnen, zonder dat ik iets hoef op te zoeken of na te lezen. Dan ben ik er klaar voor.”
Lachend: “Ik zeg al zes jaar dat ik dit nog tien jaar ga doen. De termijn verschuift. Om me heen hoor ik vrienden steeds vaker praten over het onderwerp ‘pensioen’, maar ik zou niet weten wat ik dan moet doen joh. Ik heb behalve tv-maken en tuinieren geen hobby’s en ik ga straks ook niet acht uur per dag in de tuin staan schoffelen. Nee, laat mij maar werken. Dat houdt me scherp.”
Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct