MICHA JACOBS: Ik was de afgelopen vijf weken voor de lol in Brazilië waar ik één ding heb geleerd: noem Memphis Depay en je hoeft niet te betalen voor je bier. In de atypische hoofdstad Brasilia – net zo oud als Gerard Joling – dat gebouwd is in de vorm van een vliegtuig en die met zijn Oostblokachtige gebouwen en zesbaanswegen opvallend veel weg heeft van Pyongyang (de architect van de stad was overtuigd communist en een van de beste vrienden van Fidel Castro), werd ik op sleeptouw genomen door een Braziliaanse vriend die daar bij familie verbleef.
Ik herkende het shirt van Corinthians dat een aangetrouwde neef van hem droeg, maar ook alleen maar omdat de clubnaam in het logo stond. “Ah, Corinthians!” zei ik, waarna hij zijn duim opstak en zonder schaamte en uit volle borst het clublied begon te zingen in een uitpuilende lunchgelegenheid. Of ik de club kende? Natuurlijk, zei ik: “Memphis Depay!”
Zelden heb ik zo’n grote glimlach op iemands gezicht gezien. Voor ik het wist stonden er drie ijzeren Heineken-emmers op tafel waarin de flessen bier steenkoud werden gehouden door kilo’s ijs. En na die emmers verschenen er nog meer op tafel waarna ik uiteindelijk de tel kwijtraakte. Over de rekening hoefde ik me geen zorgen te maken, want ‘gasten uit het land van koning Memphis’ worden in Brazilië ook als een koning behandeld.
Ik moest hier vorig week aan denken na die weergaloze gouden medaille van Jutta Leerdam, en dan vooral aan die anekdote van een paar aanwezige sportjournalisten die in Italië niet meer ‘Nederlandse journalisten’ waren, maar ‘journalisten uit het land van koningin Joeta’. Alsof ook ónze status groeit als een van ‘onze’ atleten iets uitzonderlijk presteert. Opeens viel het zeer voor de hand liggende kwartje: elk land eert zijn sporthelden naar behoren, behalve wij. Wij houden van saaie, kleurloos nuchtere Femkes (Kok, Bol) zonder rafelrandje en duwen iedereen die wél een beetje kleur op de smoel en op Instagram heeft de afgrond in.
Totdat er wordt gewonnen, dan weten we niet hoe snel we ze uit dat ravijn moeten trekken en een standbeeld moeten oprichten. Bij Jutta gebeurde dat en bij Memphis ongetwijfeld ook als hij over een paar maanden de winnende maakt in de WK-finale. Ik hou me nu al vast voor de hypocrisie waarmee we dan worden overspoeld. Een rondvaart door de grachten? Doe het niet, Memphis: ga gewoon meteen terug naar Brazilië waar nóg meer mensen voor je zullen uitlopen. Als land verdienen we hem en Jutta niet, toch?
EDWIN STRUIS: Ach ja, dat moppie met haar privéjetje, haar hamertje-tik en haar vriendje dat aanpapt met de Amerikaanse vice-Hitler; hebben we het over dezelfde Joeta? Ik moet je helaas teleurstellen, ik denk nog precies hetzelfde over dat aandachtsgeile hittepetitje als voor haar gouden medaille. Ik doe niet mee aan die – ook door de kwijlende schaatspresentatoren van dienst – algehele bewieroking: “Dit gaat de hele wereld over.”
Nee, een schaatsmedaille gaat niet de hele wereld over. 99,5 procent van de mensheid zal het echt chorizo zijn dat ‘wij’ bijna klaarkomen als er iemand met de handen op de rug pootje-overt naar de finish, omdat schaatsen in hun ogen vergelijkbaar is met, pakweg, biatlon in de onze. Schaatsen is folklore, net als darts en korfbal. Geen weldenkend mens gaat op een bevroren plas water staan met het vreemdste schoeisel dat er bestaat: schaatsen. Nog nooit in m’n leven heb ik één schaatsslag gemaakt en dat wil ik graag zo houden.
Nog erger dan het beoefenen ervan is het praten (in het geval van Erben Wennemars: een poging tot) erover. Al dat gezemel voorafgaand aan een voetbalwedstrijd is al doodvermoeiend, de analyses die je moet doorstaan voor er ook maar één teennagel op het ijs staat, zijn helemaal hemeltergend. Ingeleid door dat NOS-mannetje met een melkmuil die er wat haar op heeft laten groeien om er wat ouder en stoerder uit te zien, zoals wij op 14-jarige leeftijd ons eerste snorretje lieten staan, waarna een kudde oud-schaatsers die ook weleens aan een Winterspelen heeft meegedaan het stokje overneemt in de veronderstelling dat ze daar beeldend over kunnen vertellen. Ik kan ze uit de droom helpen: het is allemaal oeverloos gezwets. Echt: ik kijk liever naar NEC-NAC dan naar welke schaatsafstand dan ook. De laatste keer dat ik heb genoten van schaatsen was toen Sven Kramer de verkeerde baan in werd gestuurd door zijn coach.
Dus als ik jou was geweest, had ik nog lekker een maandje in Brasil vertoeft. Toen ik daar was tijdens het WK van 2014, het laatste WK dat in een normaal land is gehouden, wilde ik er eigenlijk nooit meer weg. Eerst een potje voetbal kijken, vervolgens zelf voetvolley spelen op de stranden van Ipanema en Copacabana om daarna met grote flessen pils de dag nog even te evalueren in prettig gezelschap. Het enige ijs dat ter sprake kwam, was het bevroren water dat nodig was om de flessen te koelen. Denk je dat ze zich daar druk maken om ene Joeta uit Leerdam? Wat mij betreft vindt er tijdens deze Spelen maar één hoogtepunt plaats: de sluitingsceremonie van komende zondag. Ik kijk ernaar uit!
Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct