Het is de droom van iedere schatzoeker: die ene doos die door de medewerkers van de kringloop over het hoofd is gezien. Tussen de kapotte kerstverlichting en vergeelde pockets lag een onopvallend, ietwat smoezelig etui.
Prijskaartje? Twee euro. De koper rekende af, niet wetende dat de inhoud de prijs van een tweedehands auto vertegenwoordigde.
Thuis volgde de schok. Geen uitgedroogde viltstiften of oude bonnetjes, maar een sprankelende waterval van edelmetaal. De rits blokkeerde eerst, maar eenmaal open rolden de massief gouden ringen en diamanten oorbellen over het aanrecht.
De taxatie: 'Dit is geen kermisspul'
De vinder liet de buit direct checken door een expert. De uitslag?
- 14 en 18 karaat goud: meerdere ringen en een zware ketting.
- Echte edelstenen: geen zirkonia, maar fonkelende diamanten en saffieren.
- Totale waarde: de schattingen lopen in de duizenden euro’s.
Hoe dit in een grabbelbak belandt? Waarschijnlijk een haastige ontruiming na een overlijden waarbij de nabestaanden de 'rommella' van oma zonder te kijken in een vuilniszak hebben gemikt. Een pijnlijke fout voor de gever, de dag van zijn leven voor de vinder.
'Krijgt de winkel dit nog terug?'
Op sociale media ontplofte het verhaal. Terwijl sommigen spreken over "karma" en "geluk", vragen anderen zich af of de kringloopwinkel de buit niet kan opeisen. Het antwoord is simpel: nee. Juridisch gezien is de koop gesloten zodra de twee euro over de toonbank ging. De vinder is de rechtmatige eigenaar van alles wat er ín het etui zat.
Het verhaal heeft een golf van 'schatgraaf-koorts' veroorzaakt. Overal in het land worden de bakken met kleingoed nu extra grondig gespit. Want als er één etui vol goud tussen de troep ligt, liggen er vast meer.