We kennen ze uit ons hoofd, de quotes waarmee commentatoren enkele historische sportprestaties begeleidden. ‘Timmertje, Timmertje, wat ga je doen?’ van Frank Snoeks is er zo een. Een rondgang langs legendarische zinsnedes.
‘Timmertje, Timmertje, wat ga je doen?
Verslaggever: Frank Snoeks
Sportmoment: Marianne Timmer wint goud op de Spelen van 1998 in Japan
Marianne Timmer behoorde in 1998 tot de beste schaatsers van de wereld, maar ze was voor de Spelen in Nagano niet de topfavoriet voor goud op de 1500 meter. Het hele seizoen had ze lopen worstelen met haar vorm, alle ogen waren gericht op de Amerikaanse Chris Witty en de Canadese Catriona Le May-Doan. Maar Timmer steeg in Japan op het moment suprême boven zichzelf uit, ook tot verbazing van NOS-commentator Frank Snoeks. Hij analyseerde de rondetijden en zag haar richting de eerste plaats schaatsen, sterker nog, ze reed een schema van net boven het wereldrecord. “Timmertje, Timmertje, wat ga je doen?” riep hij uit, alsof hij het tegen zijn eigen dochter had. Timmer pakte goud en stortte neer, in de armen van haar coach Peter Mueller. Goud én een wereldrecord, een legendarisch moment in de geschiedenis van de Nederlandse schaatsport.
En het commentaar van Snoeks kreeg eeuwigheidswaarde. Veel mensen weten niet eens meer op welke afstand ze won, wanneer dat was en in welke stad, maar de woorden van Snoeks bleven jarenlang nagalmen, tot op de dag van vandaag. “Iedereen begint daar bij mij over,” zei Snoeks zes jaar terug op de site van de NOS. “Het zijn legendarische woorden geworden, maar dat is omdat de prestátie legendarisch was. Stel dat Timmer zilver had gehaald, dan hadden wij het nu niet over die woorden gehad.”
En Marianne Timmer zelf? Wordt zij nog weleens herinnerd aan die woorden van Snoeks? “Als ik ga hardlopen door het Amsterdamse Bos, word ik af en toe nog nageroepen met Timmertje, Timmertje, wat ga je doen?” zei ze vorig jaar in Nieuwe Revu. “Bijzonder dat dit toch is blijven hangen. Voor Frank Snoeks is dat natuurlijk ook heel gaaf.” Overigens won Timmer ook de 1000 meter in Nagano. Snoeks na die zege: “Wat een gek kind zeg!”
Hoewel iedereen Snoeks vooral kent van de Timmertje-uitroep, had hij wel vaker briljante ingevingen. “Ik word ook nog herinnerd aan Nederland-Spanje op het WK van 2014,” liet de Haarlemmer eens weten. Nederland won met maar liefst 5-1 van de regerend wereldkampioen. “Van gekkigheid weet je dan bijna niet meer wat je moet zeggen,” aldus Snoeks. “Zegt het voort, zegt het voort! zei ik.” Bescheiden: “Ik zou er geen poëzieprijs voor in het leven roepen. Ze zijn opgewaardeerd tot heel bijzondere woorden, terwijl het heel gewone woorden zijn.”
Ook heeft de schaats- en voetbalverslaggever goede herinnering aan het duel RKC–Feyenoord in 2013. “Dat was Erwin tegen Ronald Koeman, allebei trainers. Als voetballers speelden ze al met grote rivaliteit tegen elkaar. Nu had ik me daarop voorbereid en het scenario was perfect. RKC maakte in blessuretijd de enige treffer. Ronald beende boos naar de kleedkamers. Hij druipt af als een broer met kiespijn, zei ik toen. Vond ik wel een leuke vondst, maar daar heb ik weinig meer over gehoord.’’
‘38 jaar en hij hééft hem!’
Verslaggever: Mart Smeets
Sportmoment: Joop Zoetemelk wordt in 1985 wereldkampioen wielrennen
Cabaretier Herman Finkers had ooit een typische Herman Finkers-grap over wielrenlegende Joop Zoetemelk. Die ging als volgt: “In Parijs werd het wereldkampioenschap biljarten gehouden. De Nederlander Hennie Jansen werd voor de zesde achtereenvolgende keer tweede, wat dat betreft begint hij al aardig op Joop Zoetemelk te lijken. Die kon ook niet biljarten.”
Finkers refereerde aan de zes tweede plaatsen in de Tour de France van Nederlands beste wielrenner ooit. In 1980 werd hij wel eerste, nadat alleenheerser Bernard Hinault halverwege moest afhaken met een knieblessure. Joop was toen 33, wat al best een gevorderde leeftijd is voor toprenners. Vijf jaar later deed hij mee aan het WK, op 38-jarige leeftijd, het was al bewonderenswaardig dat ie op die leeftijd nog tot de elite behoorde. Kans op goud had ie eigenlijk niet, hij zou de jonge garde met al zijn ervaring bijstaan. Maar drie kilometer voor het einde spurtte hij in het Italiaanse Giavera del Montello ineens weg, terwijl de grote favorieten vooral oog voor elkaar hadden. “Rijden Joop!” schreeuwde Mart Smeets. Zoetemelk bereikte alleen en als eerste de finishlijn en werd daarmee de oudste wereldkampioen ooit. Smeets, een groot bewonderaar van de renner, wist niet hoe hij het had. Hij sprak de legendarische woorden: “38 jaar en hij hééft hem!” De verslaggever zei later in een interview in het Belgische blad Humo: “Eén keer heb ik me laten gaan, toen Joop Zoetemelk in 1985 op hoge leeftijd nog wereldkampioen werd. ’s Avonds kreeg ik al op mijn flikker van mijn vader omdat ik te enthousiast was.”
De wielerfan zal Smeets niets kwalijk genomen hebben: het was een uitspraak die getuigde van zijn liefde voor Joop en Joop was geliefd bij alle Nederlanders. Overigens heeft Joop Zoetemelk ook een paar mooie quotes op zijn naam staan; uitspraken als “De Tour win je in bed” en “Parijs is nog ver” worden nog altijd aangehaald als er in Frankrijk weer een ronde wordt verreden.
‘Dennis Bergkamp! Dennis Bergkamp! Dennis Bergkamp!’
Verslaggever: Jack van Gelder
Sportmoment: Dennis Bergkamp schiet Oranje in 1998 naar de halve WK-finale
Jack van Gelder, volgens sommige collega’s een ‘hysterische schreeuwerd’ met ‘uitbundig chauvinisme’, had het niet meer toen Dennis Bergkamp in 1998 in de laatste minuut tegen Argentinië de winnende goal in de kwartfinale van het WK in Frankrijk scoorde. Hij leidde de goal profetisch in met de woorden: “Ik heb opeens zo’n gevoel dat we in de halve finale gaan komen...” En toen begon het voorspel: “Frank de Boer speelt de bal heel goed naar Dennis Bergkamp. Dennis Bergkamp neemt de bal aan. Dennis Bergkamp…” Dan richting het hoogtepunt: “Dennis Bergkamp! (hijg) Dennis Bergkamp! (hijg) Dennis Bergkamp! (hijg) Dennis Bergkamp! (hijg) Dennis Bergkamp! (hijg) Dennis Bergkamp! (harde hijg)” En tot slot de ejaculatie: “Oohoohoohooo!’
Is het raar, of zelfs ongepast, om het legendarische commentaar van Jack van Gelder, pal voordat in heel Nederland de kroegen uit hun voegen barstten, te vergelijken met een seksuele ontlading? Helemaal niet. Jack denkt er namelijk net zo over. In zijn Masterclass Sportverslaggeving gebruikt hij dit fragment vaak als voorbeeld van hoe je een moment moet beleven.
Van Gelder heeft vaak gezegd dat hij Bergkamp (en Frank de Boer die de prachtige assist gaf) eeuwig dankbaar is, omdat dit specifieke moment zijn eigen carrière als commentator onsterfelijk heeft gemaakt. En Bergkamp? Hoe kijkt hij terug op dat moment? “Ik werd emotioneel na mijn goal omdat ik al mijn WK-dromen van toen ik zeven of acht was herinnerde,” zo liet hij jaren later weten. Over het commentaar van Van Gelder heeft ie nooit iets gezegd. Bergkamp zei sowieso niet veel. Hij liet liever zijn voeten spreken. Tot grote opwinding van Jack van Gelder.
‘En hij stáát!’
Verslaggever: Hans van Zetten
Sportmoment: Turner Epke Zonderland wint goud op de Spelen van 2012 in Londen
Niet heel veel sportliefhebbers zetten hun wekker voor een turnwedstrijd, zoals hele volksstammen wel deden voor Muhammad Ali en doen voor de Super Bowl, maar er zijn twee mensen die deze sport toch nadrukkelijk op de kaart hebben gezet: Epke Zonderland en Hans van Zetten. De eerste is de beste rekstokturner die Nederland ooit heeft gehad, de tweede was jarenlang de vaste verslaggever die Zonderland op de voet volgde. Ze werden zelfs vrienden, die een grenzeloos respect hebben voor elkaars prestaties. “Dankzij Hans is turnen gaan leven,” liet Zonderland zich ooit ontvallen. “Hij is heel goed in het overbrengen van de spanning en technische kwaliteiten van de turners. Mensen die er dan niet bij kunnen zijn, kunnen dan toch genieten via de tv en het toch intens beleven.”
De twee bereikten een hoogtepunt op 15 august 2012 tijdens de Zomerspelen in Londen. De verslaggever was al dagen bloednerveus. “Ja, ik ben, net als de mensen thuis, een fan,” zo sprak hij jaren later in Op1. Van Zetten kleedde zich speciaal voor de belangrijke wedstrijden met altijd hetzelfde, bruine tweedjasje en een roodwitblauwe strik om. Voordat Zonderland zijn oefening mocht doen, had Van Zetten ‘nachten wakker gelegen’. “Ik was zo nerveus wat er ging gebeuren, gaat het goed of gaat het mis? En ik wist dat hij iets bijzonders zou gaan doen.”
Op de dag van de wedstrijd schoot hij Epkes oudste broer Herre aan. “Wat is het plan, vroeg ik. Plan A, zei Herre. Ik wist wat dat betekende: drie vluchtelementen.” Dat was nog nooit eerder vertoond. Toen Epke ging beginnen, zei Van Zetten: “De komende minuut gaat het leven van Epke Zonderland voorgoed veranderen, we zitten hier op het puntje van onze stoel.”
En zo geschiedde, de turner won goud. Tegen het einde van de oefening hield Van Zetten het niet meer: “En dan nu de allesbeslissende afsprong… En hij staat! Hij stáát! Iedereen hier staat! En ik sta ook! Ik ga helemaal uit mijn dak!”
In Op1 zei de commentator dat het bloed weer door zijn lijf giert en dat hij weer ‘helemaal opgewonden’ raakt als hij de beelden terugziet. “Verslaggever Vlado Veljanoski zat in Londen naast me, hij trok me aan mijn shirt naar beneden, hij was bang dat ik een hartaanval zou krijgen.”
En Epke, de hoofdrolspeler, is logischerwijs al even enthousiast. “Het blijft het hoogtepunt van mijn carrière,” zei hij onlangs in een radio-interview. “Het commentaar maakte het extra mooi. Als je zegt ‘Hij staat!’, dan weet iedereen waar het over gaat.”
Van Zetten: “Mijn bijdrage is een algemeen bekende uitspraak geworden; daar word ik tot op heden mee geconfronteerd, tot het opzetten van de kerstboom aan toe.” Een waar woord. Vrijwel elke ziel die een kerstboom post op sociale media zet eronder: “En hij staat!” En dat allemaal door de uitspraak van Hans van Zetten.
In 2020 is er een biografie over Van Zetten geschreven, drie keer raden wat de titel is… Van Zetten: “Die impact die mijn woorden hebben gekregen, ik moet er eigenlijk om lachen. Allemachtig, zeg.”
‘Dit is een goed stel hoor!’
Verslaggever: Theo Reitsma
Sportmoment: Nederland wordt Europees kampioen voetbal in 1988 in West-Duitsland
In 1988 werd het Nederlands elftal Europees voetbalkampioen. Dat weet iedereen wel, ook zij die na dat jaar zijn geboren. Commentator van dienst was Theo Reitsma, in tegenstelling tot collega Jack van Gelder en turnverslaggever Hans van Zetten een vakman zonder oranje sjaaltje. Reitsma was op tv altijd ingetogen, kritisch, geen geschreeuw, vooral beschouwend analytisch. En zo ongeveer de laatste commentator die stiltes liet vallen als de situatie daarom vroeg. En soms sprak hij een zin uit die nog jaren later werd gebezigd.
Zijn bekendste kwam uit zijn mond toen in ’88 de voltallige selectie van Oranje op een houten bankje zat te zingen en met de voeten stampten na het behalen van de Europese titel. Reitsma was stil, keek het uitgelaten gezelschap aanvankelijk zwijgend aan en zei vervolgens: ‘Dit is een goed stel hoor!’
Nog altijd, anno 2026, wordt deze zin herhaald als er een foto van een leuk gezelschap wordt vertoond. Adri van Tiggelen, een van de Oranjespelers, zei hier laatst over: “Het is eigenlijk net zo populair geworden als dat wij daar zo zaten. Als je die zin hoort, dan weet je dat het over dat moment gaat. Dat commentaar van Reitsma blijft altijd in je oren klinken.”
Had Reitsma het van tevoren bedacht? “Dat heb ik nooit gedaan, ik heb altijd dingen op intuïtie gezegd,” zei hij een paar jaar terug tegen Panorama. “En vervolgens blijft er weleens iets staan, zoals dat. Ik herinner me het moment nog wel. Een aantal spelers zit te stampen en te juichen in de feestvreugde, dan kun je meestal wel stoppen met woorden uitspreken. Het plaatje van juichende spelers is leuk genoeg. Maar op een gegeven moment krijg je toch de neiging om iets toe te voegen. Toevallig was dat dit. Niks bijzonders eigenlijk. Toen ik bij de NOS kwam, merkte ik weleens dat collega’s zinnen opschreven om later te gebruiken. Heb ik altijd onzin gevonden. Ingestudeerde grappen en grollen: daar was ik niet van.”
Ook in het AD liet hij zich onlangs uit over die legendarische uitspraak. “Ik merk wel dat die zin nog altijd voortleeft in de herinnering. Ik wist niet dat het literatuur zou worden. Het was een spontane reactie op het beeld van die spelers die daar naast elkaar zaten en hun feestje vierden. Niemand maakte ze wat. Toen kwam dat zinnetje er spontaan uit.”
Is het zijn hoogtepunt? Nee, dat niet. “Hoewel ik het leuk vind dat deze woorden zoveel jaar later nog steeds worden herinnerd, beschouw ik de beroemde handsbal van Diego Maradona op het WK van 1986 als mijn hoogtepunt. Destijds kreeg je nog niet die eindeloze herhalingen uit allerlei hoeken. Ik was de enige commentator die meende te zien dat Maradona de bal tegen Engeland met zijn hand beroerde. Ik zei het meteen op tv: Scoort-ie met de hand? Scoort ie nou met de hand? Achteraf denk ik: je bent wel een durfal geweest, vriend. Aan het begin van mijn loopbaan schreef journalist Nico Scheepmaker dat ik een arendsoog had. Dat kwam die dag uit. Ik ben er achteraf redelijk trots op.”
‘Nee toch? Nee toch? Nee toch!?’
Verslaggever: Erben Wennemars
Sportmoment: Sven Kramer kiest verkeerde baan tijdens de Spelen van 2010 in Vancouver
Sven Kramer had vier jaar keihard getraind voor maar één doel: olympisch goud winnen op de 10 kilometer. Vier jaar lang won hij overal en altijd, en hij verpulverde het ene wereldrecord na het andere. Wat kon er misgaan in Vancouver? Nou, eigenlijk alles. Want zijn coach Gerard Kemkers riep anderhalve ronde voor het einde van Kramers race, terwijl hij ruimschoots de snelste was van allemaal en naar eigen zeggen de beste race van zijn leven reed, dat ie de binnenbaan moest pakken. Kramer gehoorzaamde vlak voor de pionnetjes in de bocht en dat bleek een historische fout. Dit moment leidde tot diskwalificatie.
Het incident wordt gezien als een van de grootste schaatsdrama’s ooit. Verslaggever Gio Lippens merkte als eerste op dat er iets loos was. “Hé, gaat er iets mis met de tijdwaarneming?” Collega Sebastiaan Timmerman: “Maar wacht eens even, rijden ze in dezelfde baan?” Lippens: “Inderdaad.” En toen ging het licht uit bij Erben Wennemars, de co-commentator, die het gebeuren vol verbazing en medelijden begeleidde. “O nee! Nee! Nee! Wat gebeurt hier?” Timmerman: “Ze rijden in dezelfde baan.” Wennemars: “Nee, nee! O nee, Sven, wat heb je gedaan? Nee!” Timmerman: “Sven heeft een fout gemaakt tijdens de wissel.” Wennemars: “Nee toch? Nee toch!? Nee. Nee. Nee toch? Nee toch? Nee toch? Laten we hopen, laten we hopen, nee! Nee toch? Ach, ach jongen toch, vier jaar lang win je… Nee toch? Stop maar Sven, nee toch Sven! Sven Kramer begaat hier een misser, hij maakt nooit fouten, waar ie ook is, wat ie ook doet, ach, ach, ach.”
Volgens de NOS had Kramer direct na de race geroepen: “Godverdomme, wat een klootzak, hij stuurt me gewoon naar binnen.” Coach Kemkers benadrukte onlangs op de radio dat zijn fout een litteken in zijn carrière blijft. Kemkers beschreef de situatie als ‘het meest verschrikkelijke moment’ uit zijn loopbaan. Tevens prees hij de ‘kalme en professionele reactie na de race en de dagen erna’ van Kramer.
Na zijn tirade had Kramer, die uiteindelijk vier seconden sneller was dan de uiteindelijke winnaar Lee Seung-Hoon, tegen de NOS gezegd: “Ik vind het moeilijk een ander de schuld te geven, misschien hebben we het beiden wel verkeerd gedaan. Aan het eind van de dag ben ik zelf verantwoordelijk voor de dingen die ik doe.”
Kramer probeerde het nog twee keer, in 2014 (waarna hij definitief brak met Kemkers) en in 2018, maar zag respectievelijk Jorrit Bergsma en Ted-Jan Bloemen uit Canada er met de hoofdprijs vandoor gaan. Hij heeft dus geen goud overgehouden aan de 10 kilometer op de Spelen, wel een levensgroot litteken. Het drama was onvergetelijk, het commentaar van Wennemars iconisch. Maar daar koopt Sven natuurlijk helemaal niets voor.
‘Zijn we er toch ingetuind!’
Verslaggever: Herman Kuiphof
Sportmoment: Nederland verliest in München WK-finale van West-Duitsland in 1974
7 juli 1974. Nederland zou wel even wereldkampioen worden. Het had de finale bereikt met slechts één doelpunt tegen (nota bene een eigen goal van Theo de Jong tegen Bulgarije) en thuisploeg West-Duitsland was helemaal niet in vorm en verloor onderweg naar de finale in de groepsfase zelfs van Oost-Duitsland door een doelpunt van Jürgen Sparwasser. Cruijff was de beste, Oranje was de beste en het alom geroemde totaalvoetbal van bondscoach Rinus Michels zou op deze zondag de wereld definitief veroveren met een klinkende zege in de finale. Oranje trapte af, speelde bal 16 keer rond zonder dat er ook maar één West-Duitser de bal had weten aan te raken. Een soort rondo tussen twee elftallen. Cruijff pikte de bal op, plaatste een demarrage, werd gevloerd en Oranje kwam vanaf elfmeter na een minuut voetballen op 1-0, nog voordat een Duitser de bal had aangeraakt.
“1-0, we leiden!,” riep commentator Herman Kuiphof, die door menigeen ‘Tjuiphof’ werd genoemd omdat hij de naam van Feyenoord-spits Ove Kindvall altijd uitsprak als ‘Tjiindvall’. Die uitspraak na de 1-0 van Johan Neeskens is al een legendarische te noemen, want hij wordt vijftig jaar na dato nog steeds gebruikt als Nederland ergens op 1-0 komt.
‘We leiden’ was niet uitgesproken met het chauvinisme van Jack van Gelder of met de afstand van Theo Reitsma, maar meer als uiting van een saamhorigheidsgevoel. Wij, Nederland, leidden, hoera! Maar het liep uiteindelijk allemaal verkeerd af. Gerd Müller schoot vlak voor rust de uiteindelijk winnende treffer binnen. “Zijn we er toch ingetuind,” riep Kuiphof. In een interview zei hij ooit dat ie niet wist waarom dat uit zijn mond kwam, dat het gewoon in hem opkwam, maar volgens Volkskrant-journalist Willem Visser doelde hij op de verwachtingen die niet uitkwamen. Of juist toch wel, omdat Duisters altijd winnen. “Nederland won alles met gemak, de Duitsers speelden helemaal geen goed toernooi en dan gingen we toch onderuit. Iets in die richting moet je denken.”
Die uitspraak, dat we er toch ingetuind waren, werd nog vele malen herhaald als de Duitsers ‘ons’ weer eens wisten te verslaan. Het is verreweg de bekendste quote van de man die jarenlang de nestor van de Nederlandse sportjournalistiek werd genoemd. Zijn uitspraak was niet alleen een conclusie, het was ook een voorspelling, want er moest nog een helft gespeeld worden. Maar er kwam geen verandering in de stand. De in 2008 overleden Kuiphof zei in 1999 over de West-Duitse winst in de finale, die niet minder was dan een nationaal trauma: “Ik neem het die Duitsers nog steeds kwalijk, al wordt dat langzamerhand een beetje kinderachtig.”
Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct