Voetbalsupporters
Sport

Voetbalsupporters worden steeds vaker als vee behandeld: 'Eenmaal aangekomen bij het stadion kwam er een reality check'

Ze worden vaak behandeld als beesten, de voetbalsupporters die hun club ook in uitduels willen bijstaan. 'Je gaat ook geen snelweg afsluiten voor al het verkeer omdat sommige mensen te hard rijden'

Anton Slotboom
Voetbal

Eerder dit seizoen. Betis Sevilla tegen FC Utrecht, een wedstrijd in de Europa League. Natúúrlijk gaat Jean-Paul Rison, sportjournalist van beroep en van huis uit fanatiek Utrecht-fan, er naartoe. Hij pakt net als drieduizend andere voetbalsupporters het vliegtuig om zijn FC Utrecht ('Utreg') te zien spelen in het gigantische Estadio de La Cartuja, het nationale stadion van Spanje. Zulke wedstrijden zijn voor fans van alle clubs behalve Ajax, Feyenoord en PSV (die daar aan gewend zijn) een droom. En dat is het al helemaal voor FC Utrecht, dat jaren geen Europees voetbal heeft gespeeld. Op Europees niveau is FC Utrecht dan ook een Klein Duimpje. Een paar dagen lang kijken de duizenden fans van de ploeg van Ron Jans hun ogen uit. Er valt geen onvertogen woord. Dit is, weten fans, een awayday van de bovenste plank. “We waren met drieduizend,” vertelt Rison, die werkt voor media als ESPN, Eurosport en FC Afkicken. “Maar eenmaal aangekomen bij het stadion kwam er een reality check. We kwamen met drieduizend man aan, maar we mochten maar per honderd man het vak in.” 

Dat gebeurt uit veiligheidsoverwegingen. Steeds weer wordt er een klein groepje doorgelaten. Het geduld van de rest wordt getest en het tijdstip van de aftrap komt dan steeds dichterbij. “Steeds weer kwamen er twee hele grote paarden, terwijl de poort werd dichtgegooid.” Of je nu wel of niet bang was om niet op tijd binnen te zijn, doorlopen bleek geen optie. “Als je dat wel zou doen, kom je oog in oog te staan met iemand van de Guardia Civil. In Spanje kun je nu eenmaal niet dezelfde houding aannemen en grote bek geven tegen oom agent als in Nederland.”

Het is een indrukwekkend tafereel, afschrikwekkend bedoeld, dat vooral op jonge fans indruk maakt. “Ja, dat snap ik wel,” zegt Rison. “Voor kinderen is het wel een beetje spannend. Maar als je je redelijk gedraagt is er weinig aan de hand, hoor. Is het overdreven? Ja. Want we hadden met Utrecht al anderhalve dag door die stad gelopen en er was niks gebeurd.” 

De elftallen van Betis Sevilla en FC Utrecht stellen zich voor.

Nederlandse fans weten: het hoort erbij. Wie een club achterna reist krijgt te maken met veiligheidseisen. Door de jaren heen zijn fans gewend geraakt aan stevige maatregelen, soms grenzend aan het absurd strenge. Toch zijn er fans die aan het begin van de Spaanse avond afhaken. “Ik heb kinderen zien huilen en mensen toch maar niet naar binnen zien gaan omdat ze het belachelijk vonden hoe ze behandeld werden,” laat Rison weten. Zij missen een 2-1 verlies, dat is dan weer jammer, maar ook een heroïsche Utrecht-goal. “Het was dertig seconden geweldig.”

Utrecht-fan Jean-Paul Rison ‘Het gevoel in een uitvak is niet na te vergelijken met een thuisvak. Dat je zo ver van huis bent en de club dan ziet scoren, dat is fantastisch’

Rison, die van zijn hobby van stadions bezoeken zijn beroep heeft gemaakt en daar ook veelvuldig op X over bericht, is na afloop zelf wel enthousiast. “Het gevoel in een uitvak is niet na te vergelijken met een thuisvak. Dat je zo ver van huis bent en de club dan ziet scoren, dat is fantastisch. Want Utrecht is maar een kleine club. Ik heb echt gejuicht, uit mijn tenen. Ik zit omwille van mijn werk weleens op de hoofdtribune. Maar het gevoel dat je hebt in een uitvak, dat voel je nergens anders. Je staat met mensen om je heen die het net zo intens beleven als jij. Dat samen delen, dat balen, dat euforische, dat is allemaal gewoon uniek.” En die maatregelen? “Die waren inderdaad heftig.”

Ajax-fans in het uitvak van het Telstar-stadion tonen een spandoek.

Verplicht met de bus

Het kan nog veel gekker. Ook, en misschien wel juist, in Nederland. Burgemeesters zijn de baas over het naar uitwedstrijden reizende  publiek en zij nemen steeds vaker het zekere voor het onzekere. Of er is gewoon niemand van de uitspelende ploeg nog welkom. Of men moet per bus. Of per combi. Alles wordt in het werk gesteld om de stromen uit- en thuissupporters van elkaar te scheiden. Laatst nog: Telstar-Ajax. Velsen-Zuid ligt op een steenworp afstand voor de Ajax-fans. Maar toch: allemaal verplicht met de bus. “Dat is eigenlijk gekkenwerk,” vertelt de voorzitter van de supportersvereniging van Ajax, Fabian Nagtzaam. “Bij Telstar is bovendien zo’n beetje iedereen voor Ajax.” Helaas... “We hebben vijf bussen laten rijden.”' 

Nog een voorbeeld van de ogenschijnlijke willekeur: FC Volendam-Sparta. Mogen de Sparta-fans, volgens oud-burgemeester Aboutaleb toch echt de liefste club van Nederland, eerst even een biertje drinken op de Volendamse Dijk? Welnee. Pats, boem, buscombi. Melden op Het Kasteel. In colonne naar Volendam. En na de wedstrijd in colonne weer terug. Geen Spartaan die de kroegjes op De Dijk van Volendam heeft kunnen bezoeken. De loeibrave Spartaan is blijkbaar een gevaar voor de openbare orde. 

Bij de klassieker Ajax-Feyenoord zijn al jaren geen uitfans meer en als ADO promoveert zullen ook hune duels tegen Ajax zonder bezoekende supporters plaatsvinden

De regels rondom uitwedstrijden zijn soms ronduit abstract voor wie er nooit mee te maken heeft gehad. Van vrij bewegen is meestal geen sprake. Verplicht aankomen met minstens drie man in de auto – als je niet verplicht bent om met de buscombi te reizen – is ook zo’n regel. En dat is alleen nog maar de aankomst. Dan het verblijf bij de thuisspelende club. Fans van de tegenstander zien, eenmaal aangekomen, lang niet het hele veld omdat in de meeste Nederlandse stadions de uit-vakken zijn dichtgemaakt met netten. Je vraagt je af: waarom willen ze dit nog? Toch gaan er ieder weekend weer duizenden supporters op stap.

Voetbalsupporters
Telstars thuispubliek heeft zin in de wedstrijd tegen Ajax.

Wie spontaan een keer meewil met  de grote jongens Ajax, Feyenoord of PSV: vergeet het maar. Hele puntensystemen zorgen er voor dat alleen de mensen mee mogen die al veel vaker zijn gegaan. En natuurlijk worden deze fans soms voor gek verklaard, want ja, wie gaat er uren in een bus zitten om dan, ver achterin het stadion, achter een net naar voetbal te kijken? Dat vinden veel buitenstaanders idioot, dat weet de voormalig voorzitter van de supportersvereniging van PSV ook wel. “Ze verklaren ons inderdaad weleens voor gek,” zegt Harrie Timmermans. Maar uitwedstrijden, zo laat hij weten, hebben iets magisch. Timermans  vindt van alles van de huidige strenge maatregelen en pleit voor normalisering, maar daarover later meer. 

Snotneuzen van veertien

Eerst vertelt hij graag waarom awaydays magisch zijn. “Ook al word je soms als een beest behandeld.” Timmermans ‘debuteerde” als puber in de jaren tachtig. “PSV kon op een dag kampioen worden bij Roda JC,” zo weet hij zich nog goed te herinneren. Dus ik ging samen met een vriendje van Oirschot naar Kerkrade, we waren snotneuzen van een jaar of veertien. Die dag kwam de ME het vak op. De politie wilde ons wel even mores leren. Dat maakte ik voor het eerst mee. Iedereen werd bij elkaar gezet. Dat was mijn eerste ervaring. Mijn arme ouders hadden geen idee. Mijn moeder had nog boterhammetjes staan smeren. Ze moesten toen eens weten wat er allemaal gebeurde.”

Wat Timmermans die dag niet wist: PSV-supporters hadden een communiefeestje verstoord. “Dat hadden wij helemaal niet in de gaten. Ik was nog jong. Ik was onbevangen en zag geen gevaar. Ik proefde de sensatie. Er was iets van spanning en sensatie. Nu denk ik: binnenvallen op een communiefeestje? Dat kan natuurlijk niet. Er zijn hardcore PSV-fans die ik ken, die terugkijken en zeggen dat ze van niks spijt hebben, van geen enkele confrontatie, maar wel van dat binnenvallen.”

Timmermans was zelf meteen verkocht na het avontuur in Kerkrade. “In de jaren daarna bleef ik gaan. Het maakte indruk op mij, als tiener. Neem de wedstrijden tegen Ajax in Amsterdam. Wij dus naar De Meer. We kwamen dan altijd aan in Diemen op het treinstation en werden dan vanaf de overkant van het station bekogeld met van alles en nog wat. Mijn ouders hadden echt helemaal niet in de gaten wat voor subcultuur dat was.”

Veertig jaar later is hij nog net zo overtuigd. “Het heeft iets tribaals, zo'n bezoek aan een uitwedstrijd. Het is een stammenstrijd. Je bent in de minderheid, je gaat met elkaar ergens heen, je moet in een uitvak altijd je best doen om gehoord te worden. Je leeft mee, je wil laten zien dat je er bent, dat je niet bang bent voor de tegenstander. Ik zat zelf altijd in bus 1. Daar zaten de fanaten in. Ik vroeg weleens aan zo’n fanatiekeling: Waarom ga je nou om negen uur 's ochtends in de bus zitten om naar FC Groningen te gaan? Om na vier uur rijden een uur te vroeg aan te komen? Om dan te kijken naar een of andere rotwedstrijd? Om daarna een uur te worden opgehouden, en daarna weer vier uur in die bus te gaan zitten? Wat bezielt je? Nou, zei een van hen: Hoe vaak heb je nou de tijd om vier uur lang met je vrienden een biertje te drinken, te ouwehoeren en een beetje over het leven te praten? Dit is ontsnappen aan de zorg van alledag. Wanneer heb je nou de tijd om met je vrienden zoveel tijd door te brengen? Dat is het ook. Het is een ontsnapping aan de waan van de dag. Je gaat dan helemaal op in vriendschap, in kameraadschap, in het tribale. Je bent je stad aan het verdedigen. Dat gevoel begrijp ik helemaal.”

Bij FC Utrecht-Genk liep het onlangs flink uit de hand.

Helaas lijkt uitwedstrijden bezoeken een voorrecht dat mogelijk verdwijnt. De bal ligt vooral bij de burgemeesters, in hun stad zijn zij verantwoordelijk voor de openbare orde en de veiligheid. Met al deze burgemeesters zijn al vaak afspraken gemaakt: zij zeggen steeds toe te proberen om alles zoveel mogelijk onder normale omstandigheden door te laten gaan. Maar de werkelijkheid is vaak anders. Met een pennenstreek kunnen zij duels en de komst van uitfans verbieden. 

Over veiligheid wordt in de speelsteden gesproken door de lokale driehoek burgemeester-politie-officier van justitie. En met de clubs. Om de veiligheid te waarborgen lijken de voetbalclubs de laatste jaren steeds meer over te gaan op het verbouwen van uitvakken. Enige lijn in de architectuur is daarin overigens niet te ontdekken. Enig comfort al helemaal niet. Het gaat vaak om dichttimmeren. Nederlandse supporters, deels verenigd in het Supporterscollectief Nederland,  roepen daarom steeds nadrukkelijker op tot normalisatie. Dat collectief heeft wel degelijk invloed.

Maximumprijs

Zo is er dankzij hun stevige lobby een vaste, lage maximumprijs voor een uitkaartje in de eredivisie vastgesteld. Maar van de normalisatie waarvoor zo stevig wordt gepleit, is zeker nog geen sprake. Bij de klassieker Ajax-Feyenoord zijn al jaren geen uitfans meer, als ADO promoveert zullen ook de duels tegen Ajax zonder bezoekende supporters plaatsvinden. En dan zijn er de strenge combiregels, die volgens fans te pas en te onpas worden ingezet en soms voor idiote situaties zorgen. “Mijn vriendin woont bijvoorbeeld in Alkmaar,” zegt Nagtzaam van Ajax. “Als ik bij haar ben en als uit-fan naar AZ-Ajax wil, dan moet ik eerst terug naar Amsterdam en daar in een bus stappen. Die bus brengt me dan naar Alkmaar. Na afloop word ik dan weer naar Amsterdam gereden en van Amsterdam kan ik weer naar haar in Alkmaar toe.” 

Nederlandse voetbalclubs lijken op twee gedachten te hinken. Krijgt service of preventie voorrang? Bij FC Groningen moeten fans door een barre betonnen tunnel onder een sloot door om in het uit-vak bovenin het stadion te komen. Wonderlijk en ironisch genoeg krijgen fans daar gratis iets te eten, uit gastvrijheid. Ook in het Groningse vak hangen netten die het uitzicht belemmeren maar fans moeten weerhouden iets naar beneden of op het veld te gooien. “Als voorzitter heb ik het bezoeken van uitwedstrijden echt beschermd,” zegt PSV-er Timmermans. “Ik pleit voor normalisatie. En: de mensen die het verpesten, die moet je hard aanpakken.” 

Via camerasystemen worden voetbalsupporters in de gaten gehouden, zoals hier bij NAC.

Dat gebeurt aan de hand van protocollen. Wie zich misdraagt, riskeert boetes en stadionverboden. Dat is de individuele aanpak. Vaker besluiten burgemeesters na misdragingen dan maar voor de hele meute in te grijpen. Is er iets gebeurd, dan is de kans groot dat de fans van de betreffende club de volgende keer alleen per supportersbus welkom zijn, of helemaal niet. Honderden zijn dan de dupe van de misdragingen van een klein groepje. Timmermans, verzuchtend: “Je kunt helemaal niet honderd procent van de mensen door een wasstraat van wantrouwen halen als één procent het verstiert, vind ik.” Veel uitwedstrijden verlopen heel normaal, benadrukt hij. “En als hierover al eens wat in het nieuws komt, dan is het negatief. En dan schieten we in Nederland vaak meteen in de risico- en regelreflex. Dat is niet eerlijk. Vrijheidsbeperking is een zwaar middel. Het doet geen recht aan de mensen die wél goed gedrag vertonen. Je gaat ook geen snelweg afsluiten voor al het verkeer omdat sommige mensen te hard rijden.” Dat, zegt Timmermans, sláát nergens op. 

‘Vrijheidsbeperking voor de hele schare is een zwaar middel. Je gaat ook geen snelweg afsluiten voor al het verkeer omdat sommige mensen te hard rijden’

“Er zit duidelijk steeds minder tuig in de vakken,” zegt Utrecht-fan Rison. “Kijk eens naar de jaren negentig. Die tijd was veel erger dan nu. Mensen zeggen weleens: je kan nu niet meer veilig met je kind naar het voetballen. Nou, dan had je het vijfentwintig jaar geleden eens moeten zien. Als je de beelden uit de jaren tachtig ziet, dat waren echt veldslagen. En er werden zelfs bommen op het veld gegooid.” Dat, zegt Rison, is totaal niet meer aan de orde. “Maar je wordt in Nederland veel meer weggestopt dan in andere landen. Daar heb je nog een beetje normaal zicht op het veld, maar het uitvak van een Nederlandse club als Willem II is natuurlijk schandalig. Dat van Heracles net zo. Het nieuwe uitvak van NAC is zelfs het meest verschrikkelijke uitvak van Nederland.”

Het draait volgens Rison om de vraag: hoe kijk je naar uitsupporters? “In landen als Duitsland en Engeland wordt dat denk ik als een soort grondrecht ervaren. Daar is het idee: er zijn altijd uitsupporters bij.” Dat idee bestaat hier niet. “Zo'n situatie als in Engeland en Duitsland ga je hier niet zo snel creëren. Daar heb je ballen voor nodig. En een langetermijnvisie. Heel veel politici hier, of het nu lokale of nationale politici zijn, denken: als het nu helemaal uit de klauwen loopt, wie krijgt dan de schuld? Handhaving is het hele ding. Consequenties stellen en die ook naleven. Dat moet gebeuren. Er wordt in Nederland wel gedacht dat in Duitsland iedereen zo'n beetje hand in hand naar het stadion gaat. Dat is natuurlijk ook niet zo. Daar heb je ook ploegen als Dynamo Dresden en HSV, met hun gevreesde aanhang. Er is daar echt niet minder tuig dan hier. Maar ze durven daar toch ook wat gewaagdere keuzes te maken. Je mag daar als tegenstander je shirtje aan naar het stadion, als je dan maar niet tussen de harde kern van de tegenstander gaat staan. En dat kun je dan streng naleven. Maar goed, dit zit ook in onze volksaard. Vraag aan een Duitser omhoog te springen en hij zegt: Hoe hoog? Een Nederlander zegt: Waarom? Nederlanders hebben toch wat meer lak aan gezag en aan de overheid in het algemeen. Dat is soms prettig, maar rond het voetbal is het soms vervelend.”

ADO-fans leven zich uit.

Jacco van Leeuwen is met een onderbreking van twee jaar alweer acht jaar voorzitter van de supportersvereniging van ADO Den Haag. Hij is wat je noemt een diehard: zelden slaat hij een wedstrijd over. Hoe het ADO van zijn jonge jaren soms met honderden fans tegelijk ergens met een trein aankwam en nogal indruk maakte, dat bezorgt hem nu nog kippenvel. “Als je achttien jaar bent  en je gaat naar een uitwedstrijd met vijfhonderd man... Dat was één groot feest. Een grote puinhoop ook, soms. De directeur van de Bijenkorf in Eindhoven in de jaren tachtig wist gewoon: ik kan een paar keer per jaar nieuwe ramen bestellen. Want dan waren FC Utrecht, ADO, Ajax of Feyenoord langs geweest. Ik kwam na mijn eerste uitwedstrijd pas 's avonds om een uur of elf thuis, want de hele trein was gearresteerd.” Onterecht, natuurlijk. “Er waren achterin twee coupés gesloopt.” De jonge Van Leeuwen had daar geen weet van. Die zat braaf voorin. “Maar we werden allemaal gearresteerd. Want ja, 207 man zei natuurlijk dat ze voorin in coupe 1 hadden gezeten...” 

Dit was de tijd van de gevulde hoek en ‘af en toe een klap voor je harses als je een beetje pech had’,  lacht hij. “Ik ben zelf nooit een hooligan geweest.” Maar hij maakte wel veel mee. Ook het ingrijpen van de politie staat hem nog goed bij. “Ik heb een paar flinke klappen gekregen van de ME. Ik kan je vertellen: zo'n stok is geen pretje. Die blauwe plekken heb je dagen later nog. En de volgende dag kun je zeker niet naar je werk.” Hij lacht. “Ze hebben een bloedhekel aan ons, maar hier zijn we!” zegt hij. “Dat gevoel krijg ik er van.” Maar, zegt Van Leeuwen: “Dat soort dingen maak je niet meer mee.” 

Uitsupporters afschaffen

Er is veel veranderd. De treinreizen zijn voorbij. Ook ADO gaat veelal met de bus nu. Het Supporterscollectief Nederland pleit voor vrij vervoer in 2035, en vermenging van uit- en thuissupporters bij alle wedstrijden. Dat idee staat lijnrecht tegenover wat zelfs in sommige delen van politiek Den Haag te horen is. “Uitsupporters moet je afschaffen, zeggen sommige mensen, want dat scheelt aan politiekosten,” zegt Van Leeuwen, die de geluiden dus ook kent. “Maar er gaan miljarden om in het voetbal. Betaal jij een speler vijf ton, dan gaat er zo 2,5 ton de staatskist in. Daar kun je een hoop leuke dingen mee doen, hoor.” En dus ook de politie-inzet bij wedstrijden verzorgen. Omdat die volgens Van Leeuwen best behapbaar is. “Ik denk alleen wel dat er burgemeesters zijn die dit fenomeen liever kwijt zijn.” Zij laten volgens Van Leeuwen en veel andere fans te veel de angst regeren. In de meeste stadions worden spandoeken getoond, iedere wedstrijd weer, waarop wordt geageerd tegen collectief straffen. Niemand ontkent: soms gaat het mis. ADO-fan Van Leeuwen: “Maar als jij gaat berekenen bij hoeveel wedstrijden er iets misgaat, kom je op een belachelijk laag aantal wedstrijden uit.”

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct