Kraus
Sport

Wie is Gradus Kraus (24), de Nederlandse superster in wording? 'Ik wil de Max Verstappen van het boksen worden'

Gradus Kraus (24) is het grootste Nederlandse bokstalent sinds jaren, en dat laat hij luid en duidelijk merken ook. In november veroverde hij de Europese titel, maar dat was voor hem slechts een tussendoortje: hij aast op de wereldtitel.

Marco van Nugteren

In Oss, in de ring van de boksschool van zijn vader, trainer en voormalig K1-wereldkampioen Albert Kraus (45), demonstreert lichtzwaargewicht Gradus Kraus waarom je beter geen ruzie met hem kunt krijgen. Het lijkt wel alsof hij bezeten is door de duivel. Rijen stoten vuurt hij achter elkaar op de handpads die zijn vader draagt, alsof er dynamiet in zijn handschoenen zit. Elke klap is zo hard dat het hoofd van Albert naar achter zwiept wanneer hij met zijn handpad de stoot opvangt. Het zijn stoten die je niet boven op je neus moet krijgen, zoveel is duidelijk, al haalt Gradus er nonchalant zijn schouders over op. “Dit? Dit is nog niks, joh,” grijnst hij, op een manier die verraadt dat hij de waarheid spreekt. “Het ziet er misschien heftig uit, maar dit is hooguit tien procent van mijn maximale stootkracht. In een officieel gevecht sla ik echt niet zo zacht. Daar voelt mijn tegenstander niks van.”

En zijn tegenstanders kunnen daar inmiddels over meepraten. Alle tien mannen die hij sinds zijn profdebuut in oktober 2024 voor de kiezen kreeg, sloeg hij aan gruzelementen, waarvan acht op knock-out. De één ging nog sneller naar het canvas dan de ander. Het voorlopige hoogtepunt volgde in november 2025, toen Gradus het opnam tegen de Duitser Rostam Ibrahim (33) om de Europese titel in het lichtzwaargewicht van boksbond IBF. Nog geen twee rondes hield de arme man het vol. Daarna lag hij voor pampus, compleet kansloos tegen de kanonskogels van Gradus.

Dat de Nederlandse bokssensatie iets meer dan een jaar na zijn profdebuut al de kampioensriem van de Europese titel omgehangen kreeg, onderstreept zijn komeetachtige opmars. Maar indruk lijkt het nauwelijks op hem te maken. Zijn blik is vooral op iets groters gericht. “Ik wil wereldkampioen worden. Het liefst dit jaar al.” Zijn vader, droog: “En anders volgend jaar. Daar doen we niet zo moeilijk over.”

De arme Duitser was compleet kansloos tegen de kanonskogels van Gradus. Na nog geen twee rondes lag hij voor pampus in de ring

Springen van blijdschap

Boksen en kickboksen kreeg Gradus met de paplepel ingegoten. Zijn vader was een levende legende in het kickboksen en won in 2002 de legendarische K-1 World MAX in Tokio, in de gewichtsklasse tot 70 kilogram. Terwijl andere peuters leerden dat slaan niet mag, ontdekte Gradus dat je in de ring juist wél moet slaan — en hard ook. Vanaf zijn vierde vloog hij minstens tien keer met zijn vader mee naar Japan, waar hij met eigen ogen zag hoe de man die hem ’s avonds lief instopte, in de ring andere kickboksers volledig tot gort sloeg. 

“Toen mijn vader wereldkampioen werd, was ik 1 jaar oud,” vertelt Gradus. “Ik heb nooit anders geweten dan dat hij een bekende kickbokser is. Hij is misschien wel 70 of 80 keer in Japan geweest, en telkens als ik geen school had, mocht ik mee.” Lang niet alles van die reizen staat hem nog helder voor de geest, maar sommige momenten staan op zijn netvlies gebrand. “Bijvoorbeeld dat ik bij zijn opkomst met hem meeliep naar de ring. Dat deed ik vanaf mijn 6de. Daar liep ik dan, als klein jochie, in een zaal vol toeschouwers.” Het heeft hem gevormd, denkt hij. “Waarschijnlijk is dat ook de reden dat ik nooit nerveus ben voor mijn eigen wedstrijden. Van jongs af aan ben ik eraan gewend om voor een groot publiek te staan.”

Gradus Kraus: "Toen mijn vader wereldkampioen werd, was ik 1."

Pedagogisch verantwoord of niet: Albert wilde zijn zoon het liefst pal aan zijn zijde zodra hij de ring betrad. Van Japan tot China, van Engeland tot Zweden: hij nam hem overal mee naartoe. Zo werd de kleine Gradus vanzelf ingewijd in een wereld waar stoten harder aankomen dan een bliksemschicht. “Maar soms stuitte dat wel op verzet,” zegt Albert. “In Zweden mochten er geen personen onder de 18 jaar in de zaal. Gradus was toen 8 of zo. Ik zei: Als hij er niet bij mag zijn, stap ik de ring niet in. Punt uit. Nou, toen vonden ze ineens tóch een plekje voor hem: in een skybox.” Het effect was direct merkbaar: Albert vloog zowat letterlijk door de ring. Nog voor de eerste ronde voorbij was, lag zijn tegenstander al knock-out. “Gradus stond in die skybox te springen van blijdschap,” lacht hij. “Daar stond een foto van in de krant.”

Tand eruit geslagen

Heel gek was het dus niet dat Gradus al vroeg besmet raakte met het (kick)boksvirus. Op filmpjes van toen hij nog geen jaar oud was, stond hij nog wankel op zijn beentjes, maar wist hij de bokszak van de Intertoys al rake klappen te geven. “Er zijn ook beelden dat ik mijn vader ‘coachte’ terwijl hij in de ring stond,” zegt Gradus. “Ik riep van alles naar hem, zoals dat hij zijn handen hoog moest houden. Hoe oud was ik toen? Ik denk 3, hooguit.”

Hoe ouder hij werd, hoe harder het testosteron door zijn lijf gierde en hoe meer hij stond te springen om eindelijk zelf die bokshandschoenen aan te trekken. Lang hield zijn vader hem nog een beetje in toom, maar toen Gradus 6 was, gaf Albert zich gewonnen. Eén keer per week mocht hij los in de ring, maar dan wel uitsluitend om te trainen, niet om iemand aan flarden te slaan. Maar daarna was er geen houden meer aan. Vanaf zijn 8ste vocht (en won!) Gradus al zijn eerste partijtjes. Kickboksen, welteverstaan. Boksen kwam pas later om de hoek kijken. “Tegenwoordig zou ik het afraden om je kind al zo jong te laten kickboksen,” zegt Albert. “Maar ja…ik was 20 toen ik Gradus kreeg. Ik was zelf nog een kind.”

Gradus Kraus en vader Albert zijn onafscheidelijk.

Al snel werd duidelijk dat Gradus het talent van zijn vader ruimschoots had geërfd. Samen lepelen ze het ene na het andere verhaal op van hoe belachelijk goed hij al was voor zijn leeftijd. Zoals die keer dat hij als 9-jarig jochie in de ring stond en meteen een tand uit de mond van zijn tegenstander sloeg. Gradus: “Het zal wel een melktandje zijn geweest, want een volwassen tand sla je er op die leeftijd niet zomaar uit. Maar hij lag wel pontificaal op de jurytafel.”

Eén van de beste anekdotes speelt zich af tijdens een vakantie in Thailand, toen Gradus nog maar 7 was. Samen met zijn vader belandde hij – niet geheel toevallig natuurlijk – in een bar met een boksring, waar dagelijks shows werden opgevoerd. Plotseling werd hem gevraagd of hij de ring in durfde te stappen tegen een Thais leeftijdsgenootje. Dat liet Gradus zich natuurlijk geen twee keer zeggen. Het Thaise ventje was duidelijk van jongs af aan gedrild om toeristenkinderen in elkaar te meppen, puur om de kassa van de bar te laten rinkelen. Geroutineerd stapte het jochie de ring in, maar hij had niet gerekend op de vuisten van Gradus. “Een kind van 7 jaar dat toevallig in Thailand op vakantie is, kan normaal gesproken natuurlijk nog helemaal niet kickboksen,” lacht Gradus. “Eén stoot en hij begint te huilen. Maar ik niet. Ik sloeg dat Thaise ventje er gewoon af. Niet ik, maar híj begon te janken.”

Corrupte bende

Het kickboksen zit in zijn bloed, maar op zijn 16de besloot dat bloed ineens een andere kant op te stromen. Gradus zei de sport van zijn vader vaarwel en stapte over op het boksen. Iets waar de trainer van zijn vader, de Brit Peter Fury (oom van latere wereldkampioen Tyson Fury), al jaren als een bezetene op hamerde. Albert: “Toen Gradus 11 was, zag Peter al dat hij iets speciaals had. Hij zei: laat die jongen stoppen met kickboksen en alleen nog boksen. Dan wordt hij wereldkampioen.”

Gradus klonk dat als muziek in de oren. Maar dat was niet de enige reden om te switchen. “Kickboksen is in Nederland groot,” zegt hij, “maar wereldwijd is boksen veel groter. Ik wil de allerbeste van de wereld zijn. Echt wereldkampioen. Dus niet Nederlands kampioen, terwijl je wel de wereldtitel bezit, zoals in het kickboksen in feite het geval is. Daarom koos ik voor boksen. Om een grotere legacy achter te laten.”

De familienaam kon hun rug op.

Hij bleek al snel de juiste (jonge)man op de juiste plek. Binnen een jaar was hij Nederlands kampioen bij de jeugd, alsof de andere deelnemers vooral voor de sier in de ring stonden. Hoe ouder hij werd, hoe vaker ook volwassenen eraan moesten geloven, meestal sneller dan zij zelf hadden gedacht. De stap naar het profboksen lonkte al snel, maar Peter Fury – inmiddels zijn trainer – vond dat hij eerst wat meters moest maken bij de amateurs. “Puur om ervaring op te doen,” zegt Albert. “De uitslagen boeiden niet. Dat hele amateurboksen is toch één grote corrupte bende.” 

Niet naar de Spelen

Dat komt misschien grof zijn mond uit, maar helemaal uit de lucht gegrepen is het niet. In 2021 kwam er bij de International Boxing Association (IBA), de bond van het amateurboksen, een gigantisch corruptieschandaal aan het licht. Tijdens de Olympische Spelen van Rio de Janeiro in 2016 (bij boksen mogen alleen amateurs aan de Spelen meedoen) zou bij elf wedstrijden op voorhand al bekend zijn geweest wie er ging winnen. Hoewel hij er geen bewijs voor heeft, voelt Gradus het tot de dag van vandaag in zijn vezels: ook híj is het slachtoffer geweest van dit soort praktijken. 

‘Bij de amateurs sta je als Nederlander bij voorbaat al met 1-0 achter tegen een Rus, een Bulgaar of een andere Oostblokker’

“Als Nederlander sta je bij voorbaat al met 1-0 achter tegen een Rus, een Bulgaar, een Roemeen of een andere Oostblokker. Een amateurpartij duurt maar drie rondes. Drie! Overtuig de jury in zo’n korte tijd maar eens dat jij aantoonbaar beter bent. In negen van de tien gevallen lukt dat niet. En is er ook maar een sprankje twijfel, weet je al hoe laat het is: de jury kiest dan altijd voor de Oostblokker, altijd. Niet voor iemand uit het kleine bokslandje Nederland.”

"Het amateurboksen was voor mij geen eindstation. Het was puur kilometers maken, om bij de profs te kunnen vlammen."

Hij schudt met zijn hoofd: “Ik heb zó vaak gehad dat ik de betere was, maar dat de winst toch doodleuk naar mijn tegenstander ging. In 2023 vocht ik tegen een Roemeen voor een olympisch ticket. Ik was beter, overduidelijk. Maar de jury gaf een gelijkspel. Een official moest vervolgens de knoop doorhakken. Dat was nota bene een Roemeen! Natúúrlijk koos hij voor zijn landgenoot. Mijn tegenstander mocht wel naar de Olympische Spelen en ik niet.” 

Hij zucht. “Ik heb daar wel een traan om gelaten, ja. Maar onder de streep boeide het me eigenlijk niet. Het amateurboksen was voor mij geen eindstation. Het was puur kilometers maken, om bij de profs te kunnen vlammen.” Bovendien, zegt hij, wist hij precies wat hij in zijn mars had. In Monaco versloeg hij tweevoudig olympisch kampioen Arlen López, de nummer één in zijn gewichtsklasse. Gradus: “Wat moet je nog meer doen om te laten zien dat je de beste bent?”

Steun van Rico 

Dat hij inmiddels prof is, doet vermoeden dat hij ineens bakken met geld verdient, maar in werkelijkheid was de start van zijn profcarrière allesbehalve royaal. Vier jaar lang verdiende hij zijn centen als stukadoor, tot het moment dat hij zijn baan opzegde om fulltime te kunnen trainen. Zijn eerste profgevechten brachten geen fortuin op, maar de kachel moest wel blijven branden. Uitgerekend op het moment dat hij de eindjes moeilijker aan elkaar kon knopen, kwam er steun uit onverwachte hoek. “Rico Verhoeven heeft mij een jaar lang financieel geholpen,” vertelt Gradus. “Hij weet hoe het is om in het begin van je carrière te moeten knokken voor elke euro. Hij heeft dat zelf ook doorstaan. Dus maakte hij elke maand wat geld naar me over. Geen 2000 euro of zo, maar wel een fijn bedrag om elke maand op je rekening te krijgen. Daar ben ik hem enorm dankbaar voor.”

Ook in de sportschool van Albert Kraus geldt: boksen is voor jong en oud.

Nu zijn loopbaan als een raket omhoogschiet en hij zijn eerste tien profgevechten allemaal heeft gewonnen, stroomt het grote geld nog niet meteen binnen, maar op een houtje bijten hoeft hij niet meer. Elke tegenstander die hij tot moes slaat, doet zijn marktwaarde alleen maar stijgen. De Engelse promotor BOXXER, bij wie hij na het winnen van de Europese titel een contract tekende, zorgde dat er serieus geld binnenkwam voor zijn gevecht op 31 januari tegen de Brit Boris Crighton. Kraus won die partij glansrijk door Crighton in de tweede ronde KO te meppen.

‘Nog zes partijen dit jaar en dan heb ik vijftien overwinningen op mijn naam staan. Dan kan niemand meer om me heen’

En dat is nog maar het begin. Met BOXXER aan zijn zijde weet Gradus zeker dat er nieuwe deuren openzwaaien, dat de echt sterke tegenstanders op zijn pad komen en dat hij uiteindelijk zijn kans op een wereldtitel krijgt. “Ik hoop dit jaar zeker zes partijen te boksen. In totaal heb ik er dan vijftien gehad, en dus vijftien overwinningen op mijn naam staan. Dan kan niemand meer om mij heen…” Het is Gradus ten voeten uit. Zelfverzekerd tot op het bot. “Ik hoop dat Nederland door mij massaal naar boksen gaat kijken. Ik wil de Max Verstappen van het boksen worden.”

Gradus wil dit jaar al wereldkampioen worden. Zijn vader: "En anders volgend jaar. Daar doen we niet zo moeilijk over."

Dansen met zijn dochtertje

In de Dudok Arena in Hilversum, in november 2024, sloeg Gradus Kraus met een rechtse directe in zijn tweede profpartij de Pool Michal Kotula knock-out. Maar wat er daarna gebeurde, was typisch Gradus. De man die zojuist iemand meedogenloos tegen het canvas had geslagen, liet zijn vuisten zakken en veranderde in één oogopslag in een liefdevolle vader. Waar andere boksers na een knock-out losgaan als een brullende Bokito, vierde Gradus de overwinning met zijn nu vierjarige dochtertje Giana. Samen deden ze een dansje. De beelden ervan vonden vrijwel direct hun weg naar TikTok, waar ze massaal werden geliket. 

Het plezier van zijn dochtertje spatte ervan af en werkte aanstekelijk op Gradus, bij wie er iets begon te borrelen. “Omdat Giana het zó leuk vond, leek het mijn vrouw Donna en mij een grappig idee dat ik bij mijn volgende gevecht dansend met Giana de ring zou betreden,” vertelt hij. Het idee bleef zeker niet in de koelkast liggen. Thuis studeerden Gradus en Giana een dansje in, om het vervolgens uit te voeren in het Circus Theater in Scheveningen, vlak voor zijn gevecht tegen Oladimeji Akinde, die hij in de eerste ronde knock-out sloeg. 

Sindsdien is de dansende Giana vaste prik bij elk gevecht van de meedogenloze boksmachine. Waar hij ook de ring instapt – of het nou in Rotterdam is of in Londen – hoe laat op de avond zijn gevecht ook begint, Gradus komt altijd op met Giana aan zijn zijde. “Leuk, toch?” zegt hij daar zelf over, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. En dat is het voor hem ook: “Ik kwam vroeger ook altijd met mijn vader op. Ik ben een familiemens. Er is niets mooiers dan het nu met mijn dochtertje te doen.”

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct