Het kost me altijd enige moeite om aan een boek te beginnen waarvan ik de afloop ken. Dat is de reden dat ik al een tijdje tegen het boek over het Heulmeisje aan zit te hikken. Alle respect voor de schrijvers Wim Perlot en Boudewijn Smid, maar het verhaal is me te bekend, ook omdat ik me voor Tros vermist intensief in de zaak heb verdiept. Iedereen wil maar één ding weten: wie was zij? De rest is bijzaak.
In 1976 werd langs de A12 bij Maarsbergen, vlak bij de voormalige parkeerplaats De Heul, het lichaam gevonden van een meisje van een jaar of vijftien. Anno 2026 weten we nog altijd niets over haar identiteit en herkomst. Misschien, dacht ik, biedt het boek vooral een inkijkje in het onderzoek. Wim Perlot was tot zijn pensioen betrokken bij de zaak en stond aan de basis van het coldcase-team Midden-Nederland. Hij kent het dossier van binnenuit.
Wat ik uit de recente voorpublicatie in Panorama begrijp, schetst Perlot in Het Heulmeisje een scenario waarin het meisje mogelijk afkomstig was uit West-Duitsland, op jonge leeftijd verslaafd raakte aan heroïne en via de harddrugsscene in Nederland belandde. Perlot trekt daarbij een parallel met Christiane F., de tiener uit het boek Wir Kinder vom Bahnhof Zoo. Amsterdam verschijnt in dit verhaal als eindpunt van drugs, seks en anonieme levens.
Een grote Roma-familie was rond die tijd met meer dan honderd personen onderweg vanuit Nederland naar Duitsland
In Het Heulmeisje gaan Perlot en Smid ook uitgebreid in op Harry A. senior en junior, twee mannen die ooit verklaarden betrokken te zijn geweest bij de dood van het meisje, maar daar later weer op terugkwamen. Perlot laat zien hoe die verklaringen tot stand kwamen en waarom A. de dader niet kan zijn. Verder sprak de oud-rechercheur opnieuw met Melissa van de Waerdt, die als kind samen met haar vader het lichaam vond. Het gesprek leverde geen nieuwe informatie op. Haar herinnering aan die dag is onveranderd en voegt niets toe aan wat al bekend was. Daarmee blijft DNA de laatste strohalm. Perlot pleit daarom terecht voor nieuw DNA-onderzoek via internationale databanken en ondersteunt de oproep om het graf opnieuw te openen.
Zijn er dan helemaal geen andere aanknopingspunten? Volgens een Panorama-lezer, die al wél de moeite heeft genomen Het Heulmeisje aandachtig te lezen, mogelijk wel. Waar Perlot het Heulmeisje plaatst in de wereld van heroïne en prostitutie, kijkt deze lezer naar Roma- en Sinti-gemeenschappen in de jaren zeventig. In zijn mail aan de redactie wijst hij op groepen die vaak onderweg waren, geregeld stateloos, en die leefden buiten het zicht van overheidsdiensten.
Een interessante visie, mede door het ontbreken van een vermissingsmelding, het isotopisch onderzoek dat wijst op verplaatsingen tussen West-Duitsland en Oost-Europa, een aantoonbare periode van ondervoeding, een vindplaats langs een route richting Duitsland. In datzelfde tijdvak verplaatste een grote Roma-familie, bekend onder de naam Romanov, zich met meer dan honderd personen vanuit Nederland naar Duitsland. Veel kinderrijke gezinnen, onderweg van plek naar plek. Wat de briefschrijver maar wil zeggen; was het Heulmeisje wellicht een jonge zigeunerin? Werd ze niet gemist door de ongrijpbare wereld waarin ze opgroeide?
Het is een interessante visie en de briefschrijver heeft zijn best gedaan om zoveel mogelijk argumenten voor zijn theorie aan te voeren. Maar daarin schuilt tegelijk het risico van tunnelvisie. Wanneer puzzelstukjes zo soepel in elkaar passen, groeit de neiging om het verhaal passend te maken. Maar eerlijk is eerlijk; ook deze zienswijze zal het onderzoek waarschijnlijk niet veel verder brengen. Perlot heeft gelijk met zijn roep om extra DNA-onderzoek, wellicht mede aan de hand van private databanken. Verder moet je bij dit soort coldcases ook een beetje geluk hebben. En daar ontbreekt het al een halve eeuw aan.
Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct