Edwin Struis & Thomas Braun
Sport

SPORTCOLUMN: Het deed me toch wel weer wat, om de Witte Leeuwen te zien verliezen

Iedere week schrijven onze Panorama-verslaggevers een column over wat hen opvalt in de sportwereld. Deze week: voetbalclubs vol nostalgie.

Voetbal

THOMAS BRAUN: Terwijl jij nog aan het bijkomen was van je safarivakantie in Tanzania, zette ik onlangs de tv op kanaal 222: Telstar-AZ. Tot mijn niet geringe verdriet zag ik de Witte Leeuwen (heb je die ook gespot eigenlijk?) met 1-0 verliezen. Het deed me toch wel weer wat. Ach Telstar, ik heb daar zoveel geschiedenis liggen. Ik was 11 toen ik voor het eerst ging, op de fiets samen met mijn buurjongen Paul Bierenbroodspot. Een kaartje kostte 1 gulden, tenminste als je jonger dan 16 was. Nou, bij het loket stonden gewoon gasten met een brommerhelm in hun hand een kaartje van een piek te kopen. 

Ik kwam vaak op Sportpark Schoonenberg, maar de meest wonderlijke avonturen beleefde ik toen ik er als regionaal journalist actief was. Werd er een wedstrijd gestaakt omdat er een bommelding was. Het stadion werd ontruimd en even later vond de politie een schoenendoos met zo’n platte batterij en een knipperend lampje. 

En voor dit blad mocht ik ooit een reportage maken met de slechtst betalende club en een interview doen met de slechtst betaalde speler van Nederland. Het zal je niet verbazen dat ik hiervoor in Velsen-Zuid moest zijn. Ik toog naar Veendam, waar Telstar een treurige uitwedstrijd speelde, en de slechtst betaalde speler stond niet in de basis, zat niet op de bank, maar begaf zich op de tribune, naast mij. Hij had winegums bij zich, ik kreeg er ook een. Ik volgde een week later een thuiswedstrijd, die met 1-0 verloren ging. Een supporter schreeuwde: “Stelletje zakkenvullers!”

Telstar-speler Milan Zonneveld ligt in het net, de bal niet.

Ach Telstar, het kocht in 1987 een Braziliaan die deel had uitgemaakt van het bronzen WK-team in 1978. Reinaldo heette de tropische verrassing. Nou verrassen deed ie. Ik kan mij één leuke hakbal herinneren, maar mij staat vooral zijn dikke pens bij en dat hij stijf stond van de coke. Vaak ging het slecht met Telstar en ik moet denken aan coach Cor van der Hart, die na afloop van een 3-0-nederlaag de vlekken in z’n nek had staan en overspannen afhaakte. De eerste de beste wedstrijd zonder hem werd meteen gewonnen. ‘Van der Hart ziek, Telstar beter’, stond er boven mijn verslag.

Laatst zei een goede vriend dat ie het wel miste, dat geklungel van Telstar. Het gaat allemaal veel te goed. Telstar was niet meer de club die hij kende. Nou, zo goed gaat het niet, ze staan op een vrij troosteloze plek. Toch weer een beetje het oude Telstar. Zou je mij een oneindig plezier willen doen en wat anekdotes willen opdreunen over jouw club, de HFC Haarlem? Leve de nostalgie!

EDWIN STRUIS: Zoals anderen de sterfdatum van een familielid of goede vriend herdenken, sta ik op 25 januari altijd even stil bij het heengaan van ‘mijn’ HFC Haarlem. Dan ga ik in gedachten terug naar die ijskoude maandagochtend in 2010 toen de Roodbroeken ten grave werden gedragen. Het was verre van onverwacht, maar toch kwam het faillissement keihard aan. Ik zag volwassen mensen huilen en ook ik hield het amper droog.

Want ja, met alle respect voor al die andere clubs die het betaald voetbal ontvielen zoals Veendam, AGOVV, RBC, SVV of Wageningen, er zat er geen een tussen van het kaliber HFC Haarlem, niet alleen een van de oudste clubs van het land (opgericht in 1889), maar ook een van de grondleggers van de Nederlandse Voetbal Bond, de latere KNVB. Hoe wrang was het dan ook dat diezelfde bond geen poot uitstak om Haarlem van de ondergang te redden. De ondergang werd zelfs als een waarschuwing gebruikt richting andere clubs: zo van dit kan jou ook gebeuren als je je boekhouding niet op orde hebt. 

Onkruid heeft bezit genomen van het Haarlem-stadion.

Je vraagt naar anekdotes over HFC Haarlem, ik kan er zo een hele Panorama mee vullen. De heftigste was natuurlijk het UEFA Cup-duel met Spartak Moskou waarbij in 1982 tientallen en misschien wel honderden Russen het leven lieten in het Lenin-stadion. Ook over het benefietduel 25 jaar later op de plek des onheils kan ik urenlang uitweiden, zoals ik ook in geuren en kleuren kan vertellen over de eerste stappen van Ruud Gullit, Arthur Numan of Piet Keur in het betaald voetbal. Of neem Martin Haar, die als Haarlem-speler werd uitgeroepen tot Beste Voetballer van het Jaar. Verder zal ik nooit de 0-3 vergeten in de Meer of de 1-3 in de Kuip: hoe een bescheiden cluppie als Haarlem twee topploegen in eigen huis te kijk zette. 

Maar de dierbaarste herinneringen spelen zich veel eerder af. Hoe je als klein jochie bijna dagelijks op de Haarlem-velden te vinden was, tussen de trainingen en de wedstrijden door. En hoe je aan de hand van je ouders naar de wedstrijden ging om je te vergapen aan Haarlem-iconen als Beer Wentink, Piet Huijg en Gerrit Peijs. Roodbroeken voor de eeuwigheid. 

HFC Haarlem is nu zestien jaar dood, maar in m’n hart leeft de club voort. En niet alleen daar. Dagelijks post ik iets op Facebookpagina De Roodbroek en samen met Haarlem-kompaan Paul Onkenhout maak ik plannen voor een glossy, opgehangen aan het feit dat de Roodblauwe Leeuwen zich tachtig jaar geleden tot eerste naoorlogse kampioen van Nederland kroonden. Want vergeet niet: er is maar eene club, de HFC Haarlem is haar naam!

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct