Een grote drugstransporteur herinnert het zich nog goed, vertelt hij ons. Hoe hij begin jaren negentig een Joegoslaaf op zijn dak kreeg, die hem bedreigde. Dat was niet zomaar een dreigement. Hij moest de man maar liefst een miljoen dollar boete betalen. Dat was, naar zijn zeggen, omdat er wat mis was gegaan met een lading hasj die via Engeland naar Nederland gesmokkeld zou worden en waar de transporteur verantwoordelijk voor zou zijn geweest.
Hij ontkende zijn fout met goede argumenten, maar dat had vooralsnog geen enkele zin: “Within two days you’ll pay me one million dollars,” liet Sreten Jocić hem weten. Hij zou het geld wel terug kunnen krijgen, als hij maar bewees dat de schuld voor het verlies van de drugs niet bij hem lag. Daarop volgden nog een paar opmerkingen, waarmee hij wilde laten weten hoe de verhoudingen lagen: “Jij betekent niets voor mij.” En: “Ik weet waar je moeder woont.”
In eerste instantie schrok de Nederlandse hasjsmokkelaar van de intimidatie: “Ik kende de Joegoslaven nog helemaal niet, en ik kreeg ze zomaar op mijn dak.” De man kreeg daarop wel een goedbedoelde waarschuwing van een andere persoon waar hij toen zaken mee deed: de voormalige Heineken-ontvoerder Cor van Hout, die inmiddels met de Joegoslaaf kennis had gemaakt en zich uit lijfsbehoud bij hem had aangesloten: “Hij zei dat ik beter kon onderduiken, of betalen. Anders zou ik het niet overleven.”
De modus operandi van Jocić tegenover de drugstransporteur lijkt veel op die in een eerdere zaak waarin de Joegoslaaf verdachte was, een paar jaar eerder. Dat was in 1983, toen hij in Nederland werd verdacht van een overval met fatale afloop, op een Amsterdamse juwelier. Op 3 juni van dat jaar werd daarbij de 39-jarige zoon van de juwelier doodgeschoten. De overvallers belden aan, gekleed in net pak. Daarna ging het gruwelijk mis.
Achteraf vertellen getuigen dat de mannen een vreemde taal spraken. Twee maanden na de overval houdt de Amsterdamse politie in verband met de zaak de 23-jarige Sreten Jocić aan, samen met een andere man. De twee ontkennen. Maar Jocić, ook wel bekend als ‘Jotsa’ wordt wel voor de rechter gebracht. Er is alleen te weinig bewijs tegen hem. In plaats van de geëiste acht jaar cel voor moord, poging tot doodslag en diefstal met geweld, wordt hij vrijgesproken.
Daarna gebeurt iets opvallends. Nadat de verdachten zijn vrijgelaten krijgt de familie - die ervan overtuigd blijft dat Jocić een van de twee daders was - nog een dreigbrief opgestuurd in het Engels. In de brief wordt door de onbekende afzender gezegd tegen een familielid: “We weten dat je moeder in Zaandam woont.” Is de briefschrijver een gek, zoals de politie destijds suggereerde, of laat hij hier zijn criminele handtekening achter? Een bedreiging in het Engels met de moederfiguur als doelwit. Zoals Jocić dat jaren later ook deed bij de hasjhandelaar?
Balletje-balletje
Wie is deze Sreten Jocić? Hij wordt op 24 oktober 1962 geboren in de Servische plaats Velika Kršna, een stadje ten zuiden van de hoofdstad Belgrado, als zoon van een plaatselijke winkelier. Als tiener werkt hij al voor zijn vader, en inde hij rekeningen bij de klanten. Hij doet dat handig. Zijn zakelijke instinct valt op. Jocić gaat later in Servië in militaire dienst. Hij volgt daarna een horeca-opleiding.
Hij runt vervolgens korte tijd een café, maar geeft al snel aan dat het toenmalige Joegoslavië te klein voor hem is. Hij bouwt in die tijd ook al een strafblad op. Bij de Italiaanse grens wordt hij aangehouden met een enorme partij nagemaakte designerkleding. Hij krijgt er maar liefst drie maanden cel voor. In de gevangenis krijgt hij de bijnaam ‘De Kleine Grenswachter’.