Altijd maar braaf aan de quinoa, gestoomde broccoli en hippe havermelk? Voor vijftigers is dat een uitstekend plan om de pens binnen de perken te houden, maar wie de tachtig eenmaal is gepasseerd, belandt in een biologische schemerzone waar de wetten van de diëtist keihard op hun kop worden gezet.
Het Engelse The Conversation schrijft hierover dat we onze fixatie op een strikt plantaardig leven rigoureus moeten heroverwegen zodra de rimpels de overhand krijgen. Een grootschalig Chinees onderzoek onder vijfduizend krasse knarren werpt namelijk een bom onder het heilige huisje dat vleesloos eten de enige weg naar de eeuwige jeugd is. Wat blijkt? De vegetariërs in deze groep halen aanzienlijk minder vaak de magische grens van honderd jaar dan de mannen die af en toe gewoon een flinke lap vlees op hun bord laten kletteren.
Spieren versus salades
De crux van het verhaal zit in de veranderende behoeften van het menselijk karkas. Waar je op je vijftigste vooral bezig bent met het voorkomen van dichtgeslibde aderen en een suikerbuikje, draait het op je negentigste om pure overleving.
Het lichaam verandert in een soort defecte kachel die steeds minder efficiënt brandt: de eetlust keldert, je spiermassa smelt sneller weg dan een ijsje op de pier van Scheveningen en je botten worden zo broos als een beschuitje.
In deze fase is de grootste vijand niet een teveel aan verzadigd vet, maar de sluipmoordenaar die we fragiliteit noemen. Dierlijke producten leveren de broodnodige vitamine B12, calcium en de hoogwaardige eiwitten die essentieel zijn om letterlijk op de been te blijven en niet bij het minste zuchtje wind om te vallen.
De redding van het vetrolletje
Er zit echter een flink addertje onder het gras, of liever gezegd: een broodnodige speklaag. De lagere kans om de honderd te halen gold namelijk uitsluitend voor de niet-vleeseters met ondergewicht. Hier zien we de zogenaamde obesitas-paradox in volle glorie: op zeer hoge leeftijd werkt een beetje extra vet op de botten als een beschermend pantser.
Een slanke lijn is op je negentigste geen statussymbool, maar een gevaarlijk gebrek aan reserves voor als het een keer tegenzit. Wie de biefstuk laat staan maar dat compenseert met vis, eieren en een flinke bak kwark, lijkt overigens wel weer veilig te zitten. Zij harken de nodige bouwstoffen binnen zonder direct een hele kudde koeien te hoeven verorberen.
Menu voor de laatste meters
Het grote misverstand is dat voedingsadvies een soort religie is waar je je je hele leven aan moet houden. In werkelijkheid is wat 'gezond' is een vloeibaar concept dat meebeweegt met je leeftijd.
Het voorkomen van gewichtsverlies en het behouden van elke gram spierweefsel wordt op die leeftijd belangrijker dan het obsessief vermijden van vetrandjes. Wat op je vijftigste een recept is voor een lang leven, kan op je negentigste een ticket naar de eeuwige jachtvelden zijn. Het is dus volkomen normaal dat je menu op je negentigste er compleet anders uitziet dan toen je nog een jonge god was.