Zeven jaar geleden verhuisde de Nederlandse advocaat Merel Pontier (33) naar Texas. Haar missie: terdoodveroordeelden van hun lot redden en gevangenen met levenslang een sprankje hoop bieden op een nieuw leven. “Vaak worden ze afgeschilderd als gewetenloze monsters, maar ik zie ze heel anders.”
Merel Pontier is als strafrechtadvocaat wel wat gewend, maar midden in het interview raakt ze toch ineens emotioneel. De brok in haar keel slikt ze weg aan tafel in het restaurant van Van der Valk, langs de A15 bij Ridderkerk. Het is de week voor Kerst: ze is even terug in Nederland om de feestdagen bij haar ouders door te brengen. “Michael was écht niet het monster waarvoor hij werd aangezien.”
Michael was de hoofdpersoon in één van de eerste doodstrafzaken waaraan ze werkte en die op death row zat, wat betekent dat hij ter dood was veroordeeld en vastzat in de dodencel, in afwachting van zijn executie. Hij had alles verloren wat het leven nog de moeite waard maakte. Zijn vrienden en familieleden hadden hem de rug toegekeerd, de omstandigheden in de dodencel waren mensonterend en hij had geen rooie cent om de laatste fase van zijn leven nog enigszins op te fleuren.
De enige zonnestraal die nog in zijn leven scheen, was de menukaart aan de andere kant van het glas toen Merel hem opzocht in de gevangenis. Een menukaart in de letterlijke betekenis van het woord. Van rijkelijk belegde pizza’s tot hamburgers met alles erop en eraan: alle lekkernijen waar hij maar van kon dromen stonden erop. Merel kon alles wat hij maar wilde voor hem bestellen, zolang ze het maar uit eigen zak betaalde. “In eerste instantie weigerde hij, iets wat ik al typerend voor Michael vond, maar wat maakt mij die paar euro nou uit?” vertelt ze. “Dus uiteindelijk liet ik toch een hamburger en een pizza voor hem bezorgen. Aan het eind van ons gesprek had hij echter alleen die hamburger opgegeten. Van zijn pizza had hij geen hap genomen. Hoef je je pizza niet? vroeg ik hem. Nee, antwoordde hij, die is voor straks. Hij zei dat hij ’m in stukjes ging snijden en ging delen met alle andere gevangenen op death row.”
Aan haar stem hoor je dat dit voorbeeld haar nog steeds diep raakt. Een traan blijft uit, maar haar ogen glinsteren alsof er elk moment één naar beneden kan glijden. Het maakt in één klap duidelijk waarom Merel zich zo gedreven inzet voor terdoodveroordeelden en langgestraften. Wat ze ook gedaan hebben – of juist niet: Merel gelooft in de onschuld van een aanzienlijk deel van haar cliënten – ze zijn in haar ogen lang niet altijd de beesten waarvoor ze worden versleten. “Het ontroerde me dat Michael die pizza niet voor zichzelf hield,” zegt ze. “Wat hij op zijn kerfstok had, was afschuwelijk, maar dat maakte hem nog geen slecht mens.”
Genegeerd als stagiair
Al vroeg raakte ze geboeid door het beruchte Amerikaanse strafrechtsysteem. Toen ze in de beginperiode van haar rechtenstudie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam stage moest lopen, koos ze meteen voor een avontuur in New York. Het waren haar eerste voetstappen in een wereld die later haar leven zou bepalen, al begon ze nog wel bij een kantoor dat vooral was gespecialiseerd in witteboordencriminaliteit. Op haar bureau lagen geen dossiers van gruwelijke moordzaken die tot de doodstraf konden leiden, maar vooral van droge fraudezaken.
Ze maakte meteen kennis met één van de kuren van het Amerikaanse strafrechtsysteem: haar rijke cliënten konden hun celstraf gewoon omzeilen door een borgsom af te tikken. Het gaf haar geen gevoel van voldoening, al was het alleen al vanwege de verwaande houding van haar cliënten. “Ze negeerden mij volledig,” vertelt Merel en je ziet meteen dat ze er nu nog kwaad om kan worden. “Ik was slechts de stagiair. Ze gaven me niet eens een hand!”
Het was dus onvermijdelijk dat ze later – eenmaal terug in Nederland – op een doelgroep stuitte die haar wél de drive gaf om zich met hart en ziel voor in te zetten. Het kwartje in haar hoofd viel toen ze op tv de documentaire Code rood: de doodstraf van de bekende filmmaker Jessica Villerius zag. Vooral de hoofdrolspeler, de toen 30-jarige Clinton Young, liet een diepe indruk op haar achter. Sinds zijn 18de, toen hij werd veroordeeld voor een dubbele moord, bracht hij twaalf lange jaren door in de dodencel, wachtend op zijn executie. Merel: “Die documentaire greep me enorm aan. Hij had geen geld, geen goede advocaten, geen eerlijk proces. Het stond in schril contrast met de steenrijke miljonairs die ik in New York had verdedigd. En toen wist ik nog niet eens dat Clinton onschuldig is!”
‘Clinton had geen geld, geen goede advocaten, geen eerlijk proces. Een schril contrast met de steenrijke miljonairs die ik verdedigd had’
Wat volgde was een reeks beslissingen die haar leven voorgoed zou veranderen. Het eerste wat ze deed: ze nam de pen ter hand en schreef Clinton Young een brief. Het onvermijdelijke gebeurde: ze kreeg een reactie terug. Talloze brieven staken de Atlantische Oceaan over, waardoor er een vriendschappelijke band opbloeide die haar toewijding alleen maar verder aanwakkerde. Ze studeerde ondertussen af als strafrechtadvocaat, kreeg een baan bij het Openbaar Ministerie, maar besefte al snel dat haar dromen over gerechtigheid weinig gemeen hadden met het routinematige wegwerken van verkeersboetes. In haar vrije tijd stortte ze zich op de Clinton Young Foundation, de Nederlandse organisatie die zich onvermoeibaar voor de Amerikaan inzet.
De bekendmaking van Clintons executiedatum liet haar hart ineenkrimpen van angst: ze besefte dat er geen tijd meer te verliezen was. Ogenblikkelijk boekte ze een vlucht naar Texas. Terwijl ze in het vliegtuig zat, bereikte haar het nieuws waarop ze zo had gehoopt: onderzoek wees uit dat het DNA op de handschoenen met kruitsporen, gevonden vlak bij een van de slachtoffers, van iemand anders was dan Clinton Young. De executie werd uitgesteld, maar het zwaard van Damocles hing nog steeds boven zijn hoofd. Merel: “Toen ik terugvloog naar Nederland, drong het definitief tot me door: wilde ik echt iets voor Clinton betekenen, dan kon dat niet vanuit Nederland. Daarvoor moest ik fulltime in Amerika zijn.” Het was het laatste zetje dat ze nodig had om haar leven om te gooien, alles achter zich te laten en te verhuizen naar de Verenigde Staten.
Levenslang voor dronken rijden
Inmiddels runt ze de foundation al bijna zeven jaar vanuit Texas, de zuidelijke staat die haar als het ware op het lijf geschreven is. Niet alleen omdat Clinton Young daar vastzit, maar ook omdat Texas tot de staten behoort waar misdrijven het zwaarst worden bestraft. Ze struikelt er over de zaken waar ze haar tanden in wil zetten, want onder haar vleugels zet de Clinton Young Foundation zich niet alleen in voor Clinton Young, maar ook voor tal van andere terdoodveroordeelden en langgestraften. “Texas is een conservatieve, Republikeinse staat,” vertelt Merel. “Je hebt er veel vrijheid, maar wie de lijn overschrijdt, betaalt direct de hoofdprijs. Dat zie je terug in de strafzaken.”
De cijfers liegen er inderdaad niet om. Texas telt ruim 31 miljoen inwoners, bijna twee keer zoveel als Nederland. Waar in Nederland zo’n 65 mensen een levenslange straf uitzitten, zijn dat er in Texas veel en veel meer: liefst 13.000! Volgens Merel een schrijnend bewijs dat de menselijkheid in de strafmaat ver te zoeken is. “Eén van mijn cliënten is veroordeeld tot twee keer 50 jaar gevangenisstraf. Eén keer voor rijden onder invloed, iets waarvoor je in Nederland een boete krijgt. De andere keer omdat hij daarbij probeerde te ontsnappen aan zijn arrestatie. Toen de politie hem staande wilde houden om zijn alcoholpromillage te meten, ging hij ervandoor. Een half uur lang probeerde hij de politie van zich af te schudden, maar uiteindelijk werd hij alsnog gepakt. In Texas wordt dit soort gedrag genadeloos afgestraft. Hij moet er dus vijftig jaar voor op de blaren zitten. Op het moment van zijn veroordeling was hij al 40, dus feitelijk heeft hij nu levenslang.”
‘Dit klinkt controversieel, maar de meeste mensen die iemand hebben vermoord, zijn zelf ook diep getraumatiseerd door hun daad’
De onrechtvaardigheid die ze hierin ziet, is precies wat haar drijft in haar werk. Urenlang kan ze vertellen over haar bezwaren tegen het Amerikaanse rechtssysteem. Niets ligt haar bijvoorbeeld zo nauw aan het hart als haar strijd tegen de doodstraf. Haar grootste bezwaar daartegen: de onomkeerbaarheid ervan. “Je wilt niet weten hoeveel gevangenen in Amerika onschuldig vastzitten.” Bovendien, stelt ze, verdient elk mens in haar ogen een tweede kans. “Ik weet dat het controversieel klinkt,” zegt ze zacht, alsof de ober het niet mag horen, “maar de meeste mensen die iemand hebben vermoord, zijn zelf ook diep getraumatiseerd door hun daad. De impact is vaak veel groter dan buitenstaanders denken. Vaak worden ze afgeschilderd als gewetenloze monsters, maar ik zie ze heel anders. Als iemand jarenlang opgesloten zit, zijn verslaving heeft overwonnen en al tien of twintig jaar geen familieleden meer heeft mogen vasthouden, verandert zo’n persoon. Natuurlijk geldt dat niet voor iedereen, dat geef ik toe, maar de meeste gevangenen zijn na al die jaren niet meer dezelfde persoon als ten tijde van het delict.”
Op vrije voeten
Gepassioneerd vertelt Merel over de zaak die haar loopbaan in Amerika het meest heeft getekend, uiteraard die van Clinton Young. Het is een wonder dat Netflix of een andere streamingdienst nog geen serie over hem heeft gemaakt. Op zijn 18de werd hij dus veroordeeld, voor het doodschieten van twee mannen in november 2001, twee moorden die plaatsvonden vlak na zijn vrijlating uit de jeugdgevangenis en in een gebied waar een locatieverbod voor hem gold, maar dat hij negeerde. De rechter veroordeelde hem tot de doodstraf, maar onder rechtsgeleerden in Texas stak al snel daarna de twijfel de kop op. Was hij daadwerkelijk de schutter?
Hoe meer brieven Merel en Clinton vanaf 2014 naar elkaar stuurden, hoe dieper zij in zijn zaak dook en hoe overtuigder ze van zijn onschuld raakte. Ze beet zich in zijn zaak vast en na jaren van tegenslagen doemde er eindelijk een sprankje hoop op. De officier van justitie bleek een bizarre dubbelrol te hebben gespeeld door in het diepste geheim te hebben gewerkt voor niemand minder dan de rechter. Een ongekende plottwist die het proces natuurlijk in een compleet ander daglicht stelde. Het resultaat kon niet uitblijven: in september 2021 oordeelde het hof van beroep in Texas dat Clinton nooit een eerlijk proces had gekregen. Na twintig jaar gevangenschap kwam hij eindelijk vrij.
Maar wat doet het eigenlijk met een mens als hij twintig jaar lang wacht op zijn executie, maar ineens een vrij man is? Een hoop, zegt Merel. “Elke keer als hij vanuit zijn woonkamer sirenes hoorde, vloog hij naar het raam. Hij was doodsbang dat de politie hem alsnog kwam halen.” Bizar genoeg bleek zijn vrijlating niet het einde van de krankzinnige soap die zijn leven jarenlang in een wurggreep hield. Hij had al een baan gevonden, een vrouw aan de haak geslagen en een gezin gesticht toen het Openbaar Ministerie hem aanviel als een leeuw die zijn prooi niet loslaat en voor de tweede keer een zaak tegen hem aanspande. In de ogen van Merel gebeurde het onmogelijke: hij werd opnieuw veroordeeld, ditmaal tot levenslang. “Ik heb zijn verdediging destijds vooral uit handen gegeven aan zijn Amerikaanse advocaten. Daar heb ik nu spijt van, want zij hebben broddelwerk afgeleverd.”
Na drie jaar met volle teugen van zijn vrijheid te hebben genoten, zit Clinton Young nu dus weer achter slot en grendel. Maar Merel zou Merel natuurlijk niet zijn als ze haar tanden niet opnieuw in zijn zaak zou zetten. Ze heeft alweer een mogelijke vormfout van het Openbaar Ministerie opgespoord. “Het OM heeft de verklaringen gebruikt van vijf getuigen, uit 2003, die alle vijf inmiddels overleden zijn. Maar in het Amerikaanse strafrecht geldt dat een verdachte een getuige altijd moet kunnen ondervragen.” Uiteraard is het hoger beroep alweer aangetekend, want dat is het mooie aan haar: ze zal niet rusten voordat Clinton weer op vrije voeten is.
Nooit meer Nederland
Hoe langer je nadenkt over de wereld waarin Merel zich beweegt, hoe cynischer je er eigenlijk van wordt. Onschuldigen achter de tralies, absurd hoge gevangenisstraffen, officieren van justitie die onder één hoedje spelen met de rechter: het is het Amerikaanse rechtssysteem in zijn meest ontluisterende vorm. Maar waar bij andere Nederlandse advocaten de moed misschien snel in de schoenen zou zakken, gebruikt Merel het kromme van het systeem juist als brandstof.
Vanuit haar ‘kantoor’ – de werkkamer in haar huis – trekt ze dagelijks ten strijde als een soort rechercheur. Ze spit dossiers door, ze speurt het internet af, maar ze gaat ook de straat op om getuigen het hemd van het lijf te vragen. Allemaal bedoeld om barstjes te ontdekken in het verhaal van het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht en zoveel mogelijk bewijs te verzamelen van de onschuld van haar cliënten. “Ik zou niet meer in Nederland willen werken,” zegt ze. “Ik heb hier alle vrijheid om te werken zoals ik dat wil. In Nederland moet je in strafzaken een rechter-commissaris aanschrijven om getuigen te laten ondervragen. Dat is een hoop gedoe. Ik regel alles hier gewoon zelf. Ik bel bij een getuige aan, zeg wie ik ben en stel vervolgens mijn vragen.”
Het is dit soort speurwerk waar ze een kick van krijgt, zeker wanneer het ook nog eens resultaat oplevert. In de zaak van Roman Flores, een Amerikaan die levenslang vastzit voor moord – volgens haar onschuldig – kwam ze in contact met een Nederlander die vanaf zijn zolderkamer actief meezocht naar bewijs dat Flores zou vrijpleiten. Via een stokoude satellietfoto, uit 1998, ontdekte hij dat een getuige die tegen Flores had verklaard, veel te ver van de plaats delict had afgestaan om überhaupt iets te kunnen hebben gezien. Spit- en graafwerk waarvan Merels hart een vreugdesprongetje maakt.
Geld raakt op
Mentaal geeft haar strijd voor terdoodveroordeelden en langgestraften haar de grootst mogelijke voldoening, maar financieel gezien is het een heel ander verhaal. Ondanks haar tomeloze inzet, ondanks de talloze jaren die ze soms aan haar zaken besteedt, zit ze er in haar huurhuis in Texas steeds minder warmpjes bij. Haar cliënten brengt ze geen cent in rekening. Op zich is dat nog geen probleem, want ze leeft van de donaties aan de foundation. Maar die komen hoofdzakelijk uit Nederland, en sinds de aanstelling van president Trump kwam er steeds minder door de geldkraan.
“Drie maanden geleden werd de situatie nijpend. Vanaf dat moment hield ik er serieus rekening mee dat de foundation moest stoppen,” vertelt Merel, die geen andere keuze had dan het roer om te gooien. Sindsdien werkt ze zo’n vijftien uur per week aan civiele zaken. Werk waar haar hart niet bepaald ligt, maar wat wel noodzakelijk is om de foundation draaiende te houden. Merel: “Ik zou de foundation ook kunnen opdoeken en bij een groot advocatenkantoor twee of drie ton per jaar kunnen verdienen, maar daar word ik niet blij van.” Geld laat ze zich niet door leiden. Waar andere advocaten misschien verblind worden door de dollartekens in hun ogen, zet Merel het belang van haar cliënten steevast op nummer één. Het klinkt misschien absurd, maar zo’n advocaat gun je elke terdoodveroordeelde.
Merels werk steunen?
Het werk van de Clinton Young Foundation kan Merel Portier alleen blijven voortzetten dankzij de steun van donateurs. Elke cent vanuit Nederland is welkom, zeker nu Clinton Young opnieuw achter de tralies zit voor een moord die hij volgens de Nederlandse advocate onmogelijk kan hebben gepleegd. Doneren kan via clintonyoungfoundation.com.