Platina beloning voor gouden stem
Stef Ekkel (Kampen, 9 augustus 1980) is een volkszanger die al 28 jaar meedraait in het Nederlandstalige circuit. Hij scoorde vele hits, werd onderscheiden met meerdere prijzen, genomineerd voor een Edison en ontving gouden platen voor De woonboot, Liever te dik in de kist en Jammer dan. Platina was er ook voor die laatste twee. Naast zijn werk als zanger is hij ondernemer met een eigen platenlabel, een eigen boekingskantoor en is hij exploitant van speelautomaten in de Nederlandse horeca. In 2028 zit Ekkel dertig jaar in het vak, een mijlpaal waar hij met trots naar uitkijkt en die volgens hem groots gevierd gaat worden.
“Het gaat goed, maar het is wel een heel hectische periode geweest. Ik ben ontzettend druk en dat komt vooral doordat er in korte tijd veel is veranderd, zowel privé als zakelijk.”
“De hectiek begon met het overlijden van René Karst op 21 november, wat er enorm inhakte. Daarna ben ik een weekend naar Duitsland gegaan voor optredens en dacht ik even: verstand op nul en doorgaan. Maar kort daarna kreeg ik het telefoontje dat mijn vader een hartstilstand had gehad. Gelukkig is hij daar goed uitgekomen, maar hij was op dat moment op Gran Canaria. Ik ben toen samen met mijn twee zussen meteen die kant op gevlogen en heb daar een week bij hem in het ziekenhuis gezeten. Door alles wat er speelde liep ik gigantisch achter met mijn werk, mijn mail en mijn appjes. Dat probeer ik nu, richting de feestdagen, allemaal zo goed en kwaad als het kan weg te werken.”
“Gezien de omstandigheden gaat het redelijk, maar het herstel verloopt langzaam. Hij heeft veel last gehad van de reanimatie en dat heeft echt tijd nodig. Het is geen kwestie van even opstaan en doorgaan.”
“Ja, klopt. Voor het eerst sinds een heel lange tijd was hij weer eens op vakantie, en juist dan gebeurt zoiets.”
“We zijn vooral ontzettend dankbaar dat hij snel hulp heeft gekregen. Het is echt een zegen dat het gebeurde in het bijzijn van andere mensen en dat er meteen is gehandeld. Je gaat automatisch nadenken over allerlei scenario’s en dan besef je heel goed dat het ook totaal anders had kunnen eindigen. Dat maakt je extra bewust en dankbaar.”
‘Hij is 76, dus we hopen nog heel wat jaren van hem te mogen genieten.’
“Ja, een heel goede band. Dat had ik ook met mijn moeder, zij is inmiddels alweer drie jaar geleden overleden. Ze was pas 74. Natuurlijk weet je dat het leven eindig is, maar 76 voelt nog veel te jong. We zijn er nog lang niet klaar voor om afscheid te nemen.”
“Vooral de humor en de gezelligheid.”
“Het is een droge, nuchtere humor. Humor is voor ons altijd een belangrijke factor geweest, juist ook in moeilijke situaties. Zelfs in het ziekenhuis, toen het slecht ging, kwamen de grapjes weer. Dat helpt je om door zulke zware momenten heen te komen en het relativeert de situatie, hoe moeilijk die ook is.”
“De allereerste kennismaking weet ik niet meer precies, maar onze vriendschap begon al ver vóór Liever te dik in de kist. Muzikaal gezien was mijn eerste echte samenwerking met René tijdens een pilot voor een televisieprogramma. We zaten met meerdere artiesten op een boot en voeren van Lelystad naar Enkhuizen, met de opdracht om tijdens die tocht een liedje te schrijven en dat later aan elkaar voor te dragen. Dat programma is uiteindelijk nooit uitgezonden, maar het was wel mijn eerste echte muzikale ontmoeting met René. Vanaf dat moment is er een vriendschappelijke band ontstaan die tot aan zijn overlijden is gebleven.”
‘Ik kreeg ’s ochtends vroeg een telefoontje van mijn manager Menno Muis, die mij het nieuws over René bracht. Op dat moment zakt alles onder je voeten vandaan’
“Na het schrijven van Liever te dik in de kist, dat ontstond tijdens een muziekreis in Turkije, zijn we samen op een heel mooi muzikaal pad terechtgekomen. We maakten veel mee, hadden veel succes en zagen elkaar voortdurend. We grapten vaak dat we elkaar vaker zagen dan onze eigen vrouwen, omdat we continu samen op pad waren. Daardoor werd de band alleen maar hechter. We hebben samen ongelooflijk veel mooie dingen beleefd.”
“Dat klopt. We hadden plannen om samen iets in het theater te doen, een voorstelling met zijn liedjes, mijn liedjes, gezamenlijke nummers en sketches tussendoor, zoals we die ook vaak maakten tijdens muziekreisjes. Dat stond nog in de kinderschoenen, maar het idee was er. Uiteindelijk is dat verwaterd omdat René een platencontract kreeg bij Dino en veel ging schrijven voor andere artiesten. We kregen allebei drukke agenda’s en gingen muzikaal onze eigen weg, maar we zeiden altijd: wat in het vat zit, verzuurt niet.”
“Ja, heel toevallig is René voor zijn overlijden nog bij mij thuis geweest. We wilden weer samen iets muzikaals doen, maar die dag is het vooral bij bijpraten gebleven omdat we zoveel te bespreken hadden. We spraken af snel opnieuw te plannen om echt aan een nieuw liedje te werken. Dat moment is er helaas nooit meer gekomen.”
“Het was een heel hectische en vreemde dag. Ik kreeg ’s ochtends vroeg het telefoontje van mijn manager Menno Muis, die mij het nieuws bracht. Op dat moment zakt alles onder je voeten vandaan en overheerst vooral ongeloof. Vrijwel meteen daarna begon mijn telefoon onafgebroken af te gaan met appjes en telefoontjes van media. Van Privé tot De Telegraaf, van Shownieuws tot RTL Boulevard. Iedereen belde. Je krijgt eigenlijk niet eens de tijd om het nieuws tot je door te laten dringen.”
“Dat gebeurde tijdens die muziekreis in Turkije, in 2016. René en ik zochten elkaar daar altijd wel op en we bedachten vaak iets leuks rondom thema-avonden. Zo traden we bijvoorbeeld eens op als twee oude mannetjes en schreven een liedje over de plek waar we verbleven. Maar Liever te dik in de kist ontstond midden in de nacht, nadat de discotheek om twee uur sloot. We hadden nog geen zin om naar bed te gaan en besloten in de lobby te gaan zitten met zijn gitaar. Wat begon met een mannetje of acht, groeide uit tot zestig, zeventig mensen. Als René zijn gitaar pakte, werd het automatisch gezellig.”
“Dat kwam door een groep jongens die overdag felgroene badjassen droeg met de tekst: ‘Het leven is als een frikandel, maar je moet ’m zelf speciaal maken’. Tijdens het zingen vlogen de spreuken over tafel. René riep op een gegeven moment: Een man zonder buikje is als een flat zonder balkon. Toen zei ik voor de grap: Liever te dik in de kist, dan weer een feestje gemist. René pakte zijn gitaar en bedacht er meteen een melodie bij. We keken elkaar aan en dachten precies hetzelfde. René zei: Hier gaan we een liedje van maken.”
“We spraken af om de volgende ochtend om tien uur bij het zwembad te gaan zitten. Ik zei tegen René: Alles wat slecht is, moet erin. Roken, drinken, vet eten, noem het maar op. Binnen drie kwartier was het liedje af en namen we het op met een voicerecorder."
“We liepen ermee langs het zwembad en iedereen ging stuk. RadioNL vroeg of we het diezelfde middag live op de radio wilden doen, wat ook gebeurde. Er werd een filmpje van gemaakt en dat ging dezelfde dag viraal. Toen wisten we: dit moeten we serieus opnemen.”
‘Ik stopte met roken, stopte met drinken en liet vet eten staan. Maar op een gegeven moment dacht ik: dit past niet bij wie ik ben’
"Het gevoel bij het liedje was goed en iedereen zong het al in Turkije, maar dat het uiteindelijk een platina plaat zou worden, had ik nooit verwacht. Dat vind ik nog steeds bizar.”
“Het verdriet is enorm. Je ziet nog steeds filmpjes van René voorbijkomen waarvan je denkt dat ze gisteren zijn opgenomen. Momenten zoals in het Gelredome, waar ik een ode aan hem bracht, maken het besef keihard. Dan sta je daar alleen en weet je: hij is er echt niet meer.”
“Ja, absoluut. Renés vrouw Wendy heeft dat ook tegen mij gezegd: Je moet het blijven zingen. Het is en blijft ons grootste lied en ik zing het met trots. Alleen samen zingen kan helaas niet meer, en dat blijft de trieste kant.”
“Het maakt me zonder meer bewuster van het leven. Ik maak misschien niet radicaal andere keuzes, maar ik stel dingen minder snel uit. Zaken die ik eerder nog weleens op de lange baan schoof, pak ik nu sneller op. Tegelijkertijd vind ik het ook beangstigend. Het valt me op hoeveel mensen er juist na de coronaperiode zijn overleden. Ik vind het altijd gevaarlijk om te zeggen dat het met elkaar te maken heeft, maar het is wel iets wat je aan het denken zet.”
“Als ik eerlijk ben, is dat al jarenlang een worsteling. Ik weet dat ik een paar kilo te veel weeg en dat is al lange tijd zo. Het blijft een eeuwige strijd. Natuurlijk zou ik het liefst aan het eind van dit nieuwe jaar dertig kilo kwijt zijn, maar ik weet ook dat dit in de praktijk heel lastig is. Ik ben periodes fanatiek bezig geweest en dan viel ik twaalf kilo af, waarna ik dacht dat ik goed op weg was. Maar vervolgens kom je weer in een fase terecht waarin je veel onderweg bent en vaak buiten de deur eet. Dan kies ik toch sneller voor een kroket bij de pomp dan voor een appel. Ik weet waar het vandaan komt.”
“Zeker. Het artiestenleven is hectisch en stressvol en stress is niet goed voor je lichaam. Ik rook ook, dat is niet goed. Ik drink af en toe een biertje, dat is ook niet goed. Dus ik zeg altijd: je moet vooral genieten, maar wel weten wanneer je pas op de plaats moet maken.”
“Thuis drink ik eigenlijk helemaal niet. Ik drink vooral veel water en hooguit af en toe een frisje. Waar het bij mij misgaat, is op gezellige momenten. Als ik bijvoorbeeld met mijn schoonouders zit te kaarten en er staat kaas en worst op tafel, dan gaat dat bord leeg. Je moet mij eigenlijk niks voor mijn neus zetten, want dan eet ik door. Dat weet ik ook van mezelf.”
“Ja, dat heb ik vorig jaar gedaan. Ik stopte met roken, stopte met drinken en liet vet eten staan. Maar op een gegeven moment dacht ik: dit ben ik helemaal niet. Dit past niet bij wie ik ben. Ik ben een levensgenieter, dat zit gewoon in mij. Ik hou van mijn natje en mijn droogje.”
“Ik let wel degelijk op en ik heb voor mezelf een duidelijke grens. Op dit moment zit ik op een gewicht waarvan ik zeg: dit is echt mijn maximum. Dit jaar moeten er wel weer een paar kilo’s af. Hoe ik dat precies ga doen, weet ik nog niet, want dat blijft lastig.”
“Rond de 118 kilo en ik ben niet groot van stuk, dus dat is gewoon te veel. Mijn streven is om weer richting de 100 kilo te gaan. Ik hoef geen 80 te wegen, want dan zou ik mijn hele leven drastisch moeten omgooien. Dat zie ik niet gebeuren. Maar richting de 100 kilo zou voor mij al een enorme winst zijn, vooral ook met het oog op mijn gezondheid.”
“Nee, absoluut niet. Dat is het laatste wat ik zou doen. Je ziet dat tegenwoordig veel mensen aan de Ozempic zitten en dat de kilo’s eraf vliegen, maar ik kan me niet voorstellen dat dit gezond is. Ik geloof daar niet in.”
“Ja, als ik bijvoorbeeld rigoureus zeg: ik laat alles even staan en ga meer bewegen, dan ben ik zo een paar kilo kwijt. Maar zodra die tijd er niet is, wordt het weer lastig. Ik zeg altijd gekscherend dat ik alleen al van het ruiken aan een frikandel twee kilo aankom. Die aanleg heb ik nu eenmaal.”
‘Over tien jaar wil ik alleen nog dingen doen die ik leuk vind en niet meer verplicht midden in de nacht ergens ver weg staan omdat het moet’
“Dat speelt zeker mee. Mijn oudste zoon is 21, dan heb ik er een van 20 en twee dochters van 13 en 7. Voor alle vier mijn kinderen wil ik er gewoon zo lang mogelijk zijn en alles mogen meemaken zoals bijvoorbeeld trouwen, kleinkinderen, enzovoort. Dat zorgt er toch voor dat je bewuster met jezelf omgaat.”
“Ik heb een paar jaar geleden het punt bereikt waarop ik dacht: als dit mijn plafond is, dan ben ik daar trots op. Toen ik begon met zingen had ik allerlei dromen, zoals ooit in Ahoy staan of iets anders groots doen. Maar ik ben me er ook van bewust dat de markt enorm is veranderd. Alles wat wij hebben bereikt, hebben we op eigen kracht gedaan. Er zijn geen grote campagnes geweest waarin bakken met geld zijn gestoken. Dat zie je bij andere artiesten wel. Alles is te koop, zeg ik altijd, maar ik ben juist trots op wat we zelf hebben opgebouwd.”
“Ik maak muziek voor de mensen die het waarderen, die er plezier aan beleven en er steun uit halen. Mensen die alleen maar hun gal spuwen over Nederlandstalige artiesten, daar kan ik weinig mee. Als je het niet leuk vindt, zet je de radio toch op een andere zender? Heb gewoon respect voor elkaar. Dat is voor mij de belangrijkste drijfveer om door te gaan.”
“Dat is ontstaan in de coronatijd. Ik ben toen veel gaan nadenken over wat ik had gedaan en wat ik nog wilde. Muziek uit mijn leven wegdenken is voor mij onmogelijk. Toen dacht ik: dit is misschien het juiste moment om een volgende stap te zetten en achter de schermen iets op te bouwen, zodat ik in de toekomst meer vrijheid heb. Bij Berk Music ben ik 23 jaar succesvol geweest en ik heb met Adrie van den Berk een emotioneel afscheid gehad. Met tranen, maar met veel respect. De deur staat daar nog steeds open. Ik heb het eerst aangekeken om te zien of het zou werken, en inmiddels kan ik zeggen dat het een juiste volgende stap is geweest. We zijn inmiddels druk bezig met de inrichting van ons nieuwe kantoorpand, ik neem per 1 februari een personeelslid aan en we gaan het label uitbreiden met andere artiesten. Ook starten we in mei officieel met ons nieuwe boekingskantoor Stef Ekkel Bookings. Dat zijn allemaal stappen waar ik echt naar uitkijk. Voor de korte termijn kan ik zeggen dat op 13 februari mijn nieuwe single Genieten zonder spijt verschijnt, geschreven door Jan Smit en Manfred Jongenelis. Dat is eigenlijk toevallig ontstaan tijdens een studiosessie. Ik vind het een prachtig lied en ik kijk ernaar uit om dat weer met het publiek te delen.”
“Het is niet mijn doel om te stoppen, maar om over tien of vijftien jaar zelf te kunnen kiezen wat ik nog doe. Dat ik alleen nog dingen doe die ik leuk vind en niet meer verplicht midden in de nacht ergens ver weg moet staan omdat het moet.”
Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct