Lifestyle

Week van Toen: Het is hier fanhasjtisch! (1989)

Elke week poetsen we een pareltje op uit het rijke archief van Panorama (anno 1913). Deze week, uit editie 6, 1989: ‘De Nationale Hasj-test’

Micha Jacobs
Week

Een nationale hasj-test? Dat deden we gewoon, ja. “Het uitgangspunt verschilt in opzet niet veel van de jaarlijks terugkerende pannenkoeken-, saté- en haringtesten in de landelijke ochtendbladen,” schreven we daarover in 1989. Wat zoveel betekende als: twee Panorama-verslaggevers gingen naar 34 coffeeshops verspreid over heel Nederland en testten de meest gangbare hasj van dat moment, namelijk de zogenaamde ‘blonde’, ook wel ‘lichte maroc’ genoemd. Of ketama, spiegelmaroc of zero-zero, allemaal hetzelfde. Tenminste, dat lieten we ons destijds vertellen. 

We testten niet alleen de hasj, maar ook de sfeer, hygiëne, inrichting en de koffie van een zaak, want je bent een coffeeshop of niet. We geven je alvast de winnaar: Skunk in de Stationsstraat in Sittard, een coffeeshop die overigens nog steeds bestaat. “Dé koffieshop van Nederland,” oordeelden wij. “Alles is hier oké: de palmbomen, een compleet schaakspel, schitterende cd-collectie, aantrekkelijke bediening en de allerbeste hasj van Nederland.” En de allerslechtste? The Bulldog op het Leidseplein, die overigens óók nog altijd bestaat. “Bekendste adres van Nederland, maar niet noodzakelijkerwijs het beste,” vonden wij. “De dealer is een norse, blaffende man: de bulldog zelf?”

Wat deze test extra leuk maakte: we hadden ook drie ‘gastrokers’ uitgenodigd om een paar hasj-samples te testen, te weten Henk Westbroek (toen 36), Jules Deelder (toen 44) en Barry Hay (toen 40). Westbroek werd van één sample bijna onpasselijk, bekende hij: “Wat een smerig hoofdpijnverwekkend spul. Eventjes ben ik er stoned van geweest, maar op een onprettige manier.” Had er waarschijnlijk alles mee te maken dat hij nét was gestopt met roken, maar dat geheel terzijde. Een paar dagen later pas, op een vrije dag, ging hij voor ronde twee: “Op zo’n vrije dag is het wel prettig om beneveld door het leven te gaan. Bovendien nog een stuk beter voor je lever dan alcohol, zeg ik altijd maar.”

Deelder vond als nachtburgemeester van Rotterdam dat we hem ‘redelijke stuffjes’ hadden gegeven. Die rookte hij in een stickie met Gauloises-tabak erdoorheen, zoals hij altijd deed: “Het moet wel lekker wezen.” 

Westbroek, Deelder en Hay blowden er vrolijk op los: ‘Het is wel prettig om beneveld door het leven te gaan’

Barry Hay deed ook graag mee, al rookte hij veel minder dan vroeger, zei hij: “Vroeger liep ik hele dagen stoned rond. Nooit wiet, altijd hasj. En van die hasj van jullie zijn we met z’n drieën de hele avond lekker stoned geweest.” Op de smaak van de hasj werd niet gelet. Hay: “Dat interesseert me ook niet zo. Het gaat er volgens mij om of je stoned wordt. Nou, dat werden we.” Hij en een ander rookten het, net als Deelder, met tabak; een derde rookte het door een pijpje. Blowen was gesneden koek voor Hay: “Af en toe neemt een roadie een stukje mee. Wat weet ik niet precies, Afghaanse of iets dergelijks. Dat kan hij dan goedkoop krijgen. Trouwens, als je nog wat over hebt, stuur maar op.”

Voor Westbroek leidde onze test ook tot lichte melancholie, besloot hij: “Dat je een beetje beschouwend om je heen kijkt en denkt: goh zeg, wat heeft God die boom toch prettig geschapen.” Goed spul dus, misschien moeten we die test 37 jaar later nog eens dunnetjes overdoen.

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct