Edwin Struis & Thomas Braun
Sport

SPORTCOLUMN: Weg met over het paard getilde voetballers!

Iedere week schrijven onze Panorama-verslaggevers een column over wat hen opvalt in de sportwereld. Deze week: voetballers.

Edwin

Heel wat mixed zones heb ik van dichtbij gezien, de afwerkplek waar spelers en pers elkaar na wedstrijden ontmoeten, maar op één uitzondering na zag ik er nooit een speler doorheen lopen met een boek in z'n handen. Veel (kop)telefoons vergezeld van moeilijke blikken, dat wel. 

Die uitzondering vond plaats in maart 2009: na het Champions League-duel tussen Liverpool en Real Madrid (4-0) schoof Xabi Alonso door het beeld met een heus boekwerk in z'n handen. Ik schrok er bijna van. Een voetballer met een boek! Ik meen dat het een thriller was uit de Millennium-reeks van Stieg Larsson, niet de meest verheven literatuur, maar dat doet er nu even niet toe. Het feit dat er een voetballer een boek leest, stemde me positief. Die gozer deugt. Ik kreeg zelfs medelijden met hem toen Nigel de Jong ruim een jaar later op hem inbeukte tijdens de WK-finale. Dat hij een uurtje later met de bokaal in handen stond, was met terugwerkende kracht niet meer dan terecht, hoewel we daar toen op de perstribune nog anders over dachten. Zo dichtbij mondiale eer waren we sinds 1978 niet meer geweest en zullen we ook niet meer zo snel komen, zeker dit jaar niet. 

Natuurlijk zou ook deze geniale voetballer uitgroeien tot een goeie coach. Dat bleek later ook wel bij Bayer Leverkusen, de club die als bijnaam Never Leverkusen had, omdat het nooit wat won, maar onder de Spanjaard tot grote hoogten steeg. Een ongeslagen reeks van 51 wedstrijden volgde met als bekroning de Duitse dubbel plus een plek in de Europa League-finale, die jammerlijk werd verloren van Atalanta. Geen wonder dat zo’n beetje alle Europese topclubs dongen naar zijn hand, die hij vorige zomer uiteindelijk uitstak naar Real Madrid.

Ze mogen zich daar graag als ‘koninklijk’ omschrijven, maar de manier waarop Xabi Alonso eerder deze maand bij het grofvuil werd gezet, verdient dat predicaat absoluut niet. Niet een overzichtelijke achterstand op Barcelona, waarvan de finale van de niet ter zake doende Spaanse Supercup werd verloren, werd hem fataal, maar de strapatsen van sterspeler Kylian Mbappé, zoals duidelijk te zien was na de finale toen de Fransman de spelers naar de catacomben dirigeerde terwijl gentleman-coach Alonso een erehaag wilde vormen. Schoorvoetend schuifelde de coach achter hem aan om een paar dagen later zijn congé te krijgen. Heerlijk dat Real na de trainerswissel meteen werd uitgeschakeld in de beker door een tweedeklasser en terecht dat de spelers werden uitgefloten door het publiek tijdens het eerstvolgende competitieduel. Over het paard getilde voetballers met megasalarissen die de dienst uitmaken bij een club, ik walg ervan. Jij ook?

'Davy Klaassen is de grootste uitblinker in deze valsspelerij'

Thomas

Ach ja, voetbal. Het stoutste jongetje van de sportklas. De etterbak op het schoolplein die denkt dat ie alles kan maken, afkijkt bij anderen, leraren uitlacht en er met het mooiste meisje vandoor gaat omdat hij het meeste zakgeld krijgt van zijn stinkend rijke ouders. En hij komt overal mee weg, hoe schandalig hij zich ook gedraagt. Jij zegt dat je walgt van die megarijke ijdeltuiten, nou walgen doe ik ook al heel wat jaartjes. Van die debiele salarissen waar die voetballers zo vreselijk van naast hun schoenen gaan lopen, maar ook tijdens de wedstrijden erger ik me vandaag de dag kapot. 

Laat ik beginnen met dat juichen. Zoals je weet was ik als kind groot fan van Rob Rensenbrink. Als hij scoorde, liep hij rustig terug, met even zijn hand omhoog zoals kinderen doen als ze de juf willen vragen of ze even naar de wc mogen. Moet je ze nu zien, de voetballers met hun enorme ego, met hun infantiele hartjes, gevormd met twee handen. Of twee duimpjes richting de naam op hun shirt om het publiek ervan te overtuigen dat zij, en zij alleen, het doelpunt maakten. De schaamte voorbij. 

En dan het theater, dat die naam niet eens verdient, het is eerder bedrog. Ze zeggen weleens: wielrenners doen alsof ze geen pijn hebben (als ze bijvoorbeeld een ravijn zijn ingestort en toch met diverse inwendige bloedingen de rit afmaken), voetballers doen alsof ze wél pijn hebben. 

Davy Klaassen is de grootste uitblinker in deze valsspelerij. Na een klein duwtje valt ie kermend op de grond, met één hand omhoog, hysterisch zwaaiend naar de bank dat ie acuut EHBO nodig heeft en met zijn andere hand stampend tegen de grond als een judoka die bijna stikt door een wurggreep. 

Ik heb ooit eens nagezocht in welke sport dat nog meer voorkomt: spelers die net doen alsof ze in levensgevaar zijn, terwijl er niets aan de hand is. Geen enkele. Het gebeurt niet bij hockey, niet bij basketbal, zelfs niet bij gemene sporten als handbal en waterpolo. 

En dan zijn ze ook zo onbereikbaar, alsof ze God zelf zijn. Ik weet nog wel dat ik zo’n 25 jaar terug Jaap Stam urenlang mocht interviewen in zijn keuken in Engeland, terwijl mevrouw Stam koffie voor ons zette en een gebakje serveerde. Kom daar nu maar eens om. Je moet als journalist op je knieën om ze überhaupt een paar minuten – in het stadion – te mogen spreken. 

En toch blijf ik kijken. Waarom? Omdat voetbal de mooiste kijksport is die er bestaat. En dat weet ie, die etterbak van het schoolplein, die overal mee wegkomt.

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct