Geen paniek: Nelly Frijda, we mogen ook Ma Flodder zeggen, is niet dood. Die fout maakte nu.nl eind vorig jaar toen ze een video over haar ‘overlijden’ online smeten, wat natuurlijk nooit had mogen gebeuren, zei hoofdredacteur Lindsay Mossink. Blijkbaar dacht een overijverige redacteur: Frijda zit niet in de nieuwe Flodder-serie, dus dan zal ze wel dood zijn. Niet dus. Sterker nog, Frijda hoopt later dit jaar negentig te worden.
In 1992, het jaar dat Flodder in Amerika! uitkwam, zocht onze sterverslaggever Johnny Lion haar op voor een wonderlijk interview. Wonderlijk, omdat Frijda ons een mooi inkijkje gaf in hoe het voelt om Ma Flodder te zijn. “Natuurlijk ben ik blij met de reacties van het publiek, maar dat heeft toch niet zo goed in de gaten hoe moeilijk die rol is,” zei ze. “Die is haar op het lijf geschreven, hoor ik weleens, maar dan denk ik: je zou eens moeten weten. Het ziet er wellicht uit alsof ik die rol zo maar uit mijn mouw schud, maar het is natuurlijk wél de kunst om die zó te spelen dat het lijkt alsof het me allemaal héél makkelijk afgaat.”
Eerlijk is eerlijk: ze zag er ook geloofwaardig uit als hoofd van een asociaal filmgezin, dat vond ook die zwerver in New York toen daar de tweede Flodder-film werd gedraaid. Geheel in haar rol met vieze pruik, slonzige kleren en rubberlaarzen deed ze alsof ze uit een vuilnisbak op Times Square stond te eten – “In die bak waren voor de gelegenheid een paar stukken pizza gelegd” – waarna die zwerver opeens naast haar stond. Of die prullenbak van haar was, vroeg hij vriendelijk. Toen Frijda ja zei, liep hij door: “Hij had iets in zijn houding van: dit is jouw gebied en ik kom hier heel toevallig langs, dus mocht je die pizza niet willen, dan neem ik ’m.”
‘Ma Flodder is haar op het lijf geschreven, hoor ik weleens, maar je zou eens moeten weten’
'Ik heb het gevoel dat ik altijd mensen aantrek die op zoek zijn naar een moeder'
Toen die film uitkwam, was Frijda 56 en had ze er al een roemrucht leven op zitten, vooral ook privé. Met wetenschapper Nico Frijda had ze drie kinderen toen ze verliefd werd op een vrouw met wie ze in 1975 ging samenwonen. Zij, wetenschappelijk hoofdambtenaar in Amsterdam, solliciteerde ooit naar het burgemeesterschap van de stad, wat ze ook geworden zou zijn als de gemeenteraad in 1983 niet voor Ed van Thijn had gekozen. Frijda daarover: “Ik denk weleens dat het een enige stunt zou zijn geweest, dan was ik een tijdje burgemeestersvrouw geweest.” Homohaat was in die tijd alom aanwezig, dat merkte zij ook: “Als we bijvoorbeeld in het café waren, kon het weleens gebeuren dat er werd geroepen: vieze potten! Want kijk, twee stevige dames, dat is natuurlijk sommige mensen te veel. Een niet te vatten bedreiging waardoor angst ontstaat. En dat in een stad als Amsterdam.”
Op het moment dat we haar spraken was die relatie inmiddels over. Dat vond ze overigens prima, zei ze: “Laat het maar even zo, want ik heb tóch het gevoel dat ik altijd mensen aantrek die op zoek zijn naar een moeder.” Ja, wat wil je? Je bent ‘Ma’ Flodder of je bent het niet.