Rob Geus
Entertainment

Rob Geus: 'Als ik weer anoniem over straat zou kunnen gaan, dan zou ik daar ook van genieten'

Na een afwezigheid van bijna acht jaar is Rob ‘Daar word ik niet vrolijk van’ Geus terug van weggeweest met het programma De hygiënepolitie. Ruim voor de eerste uitzending maakte hij al vijanden met zijn nieuwe format, in de vorm van een woeste sauna-eigenaar. Gelukkig heeft Rob sinds kort een privé-padelbaan onder zijn huis, dus hij kan eventuele frustraties van zich af meppen zonder dat er slachtoffers vallen.

Fleur Baxmeier
Rob Geus
BN'ers

Wereld van de bacteriën 
Rob Geus (15 juli 1971) rondde in 1983 de koksopleiding af en leerde daarna verder voor manager, leermeester en dieetkok. In 2002 werd hij landelijk bekend als presentator van De Smaakpolitie, daarna volgden ook nog Red mijn vakantie! en Smerige zaken. Toen SBS6 zijn contract in 2017 niet verlengde, zette hij zijn eigen restaurant op: de Wensboom, waar jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt werken en ook wordt gekookt voor het nabijgelegen verzorgingstehuis. Vanaf 19 januari is Rob op SBS6 te zien met het nieuwe programma De Hygiënepolitie. Als ervaren inspecteur duikt hij in de wereld van bacteriën, schoonmaakstandaarden en mogelijke besmettingsrisico’s. Rob is gelukkig met zijn Suzanne en heeft twee kinderen. 

Je wilde afspreken in De Wensboom, je eigen restaurant in Barendrecht. Stel: De Hygiënepolitie valt hier binnen. Zou je door de ballotage komen? 
“Jazeker, dat zou wat zijn hè, als dat niet zo was. De medewerkers weten wat ze moeten doen en ik heb natuurlijk ook wat managers die de boel hier draaiende houden, want ik woon zelf in het zuiden van het land. Eens per week ben ik hier, in mijn restaurant, en dan maak ik hetzelfde rondje als wanneer ik door een bedrijf word ingeschakeld als hygiënecontroleur. Ik kijk in de koelkast, check de frituur, controleer de afzuiger... De staat van de toiletten is natuurlijk ook veelzeggend. Als het toilet niet oké is, dan kun je ervan uitgaan dat de keuken ook niet koosjer is.”

Heb je in de afgelopen jaren, toen je televisiecarrière even op z’n gat lag, ook zelf in de keuken gestaan als kok, het beroep waarmee je je loopbaan bent begonnen?
“Op feestdagen wil ik nog wel eens bijspringen. Ik vind koken heel leuk, dus ik vind het niet erg om een handje mee te helpen. Thuis kook ik ook regelmatig, samen met mijn vrouw. Koken verveelt nooit, maar ik heb ook genoeg andere dingen te doen. Ik heb hier 35 mensen in dienst die in Nederland geen kans krijgen, omdat ze een fysieke of mentale uitdaging hebben. Toen ik op tv was, trainde ik deze mensen achter de schermen al. Samen met een compagnon die meerdere restaurants heeft, kwam ik op het idee om dit op te zetten. Zo is het gekomen.” 

‘Ik check altijd de toiletten. Als het toilet niet oké is, dan kun je ervan uitgaan dat de keuken ook niet koosjer is’

Hoe hard baalde je toen SBS6, waar je al bijna twintig jaar werkte, in 2017 bekend maakte dat je contract niet werd verlengd?
“Mwoah, dat viel mee hoor. Ik heb nooit gedacht: ik ga dertig jaar achter elkaar televisie maken. De contracten waren steeds voor twee of drie jaar. Ik heb me altijd gerealiseerd: misschien is het nu klaar. Toen dat gebeurde, baalde ik daar niet van. Ik ben in 2002 begonnen met De smaakpolitie en merkte op een gegeven moment ook wel dat ik mezelf moest opladen om het kunstje weer te doen. Dat viel samen met de overname van de zender door Talpa.

Meneer De Mol had andere ideeën met de zender, daarom werd mijn contract niet verlengd. Meneer De Mol heeft dat ook geprobeerd, met andersoortige televisie dan we van SBS6 gewend waren, maar uiteindelijk zie je dat de kijkers de realityprogramma’s toch meer omarmen. Daar past De hygiënepolitie goed bij.”

Het programma is een soort spin-off van De Smaakpolitie, maar dan behalve restaurants ook andere openbare gelegenheden, met als leidende factor de reviews. Hoe kwam je op dat idee? 
“Een belletje van Gijs Staverman was de aanleiding. Er was al heel vaak aan me gevraagd: Rob, waarom kom je niet meer op tv? Door mensen op straat, maar ook door collega’s. Zij hebben me natuurlijk twintig jaar mijn ding zien doen. Een krap jaartje geleden belde Gijs Staverman omdat er een probleem was met het water in Nederland. Als er issues zijn op het gebied van hygiëne, dan weet iedereen in de media mij eigenlijk altijd wel te vinden.

Terwijl ik met Gijs zat te praten, stroomden de positieve reacties van luisteraars binnen, dus hij zei tegen mij: Joh, mensen vinden het zo leuk om je stem te horen, waarom ga je niet weer iets op tv doen? Toen dacht ik: nu moet ik toch eens wat ideeën gaan opschrijven. De hele wereld draait tegenwoordig om reviews, dus dat uitgangspunt was snel bedacht.”

Stonden ze bij SBS6 meteen te springen om je terug te nemen?
“Ik heb eerst mijn collega John van den Heuvel gebeld om te vragen wat hij ervan vond. Hij antwoordde: Goud. John produceert ook programma’s, dus hij zei: We gaan het maken en aanbieden bij een zender. Dat hebben we op mijn verzoek allereerst bij SBS6 gedaan, omdat dat is waar ik ben begonnen. Vervolgens bleek dat mijn naam daar al circuleerde, in de zin van: moeten we niet weer eens iets met Rob doen. We hebben een tapeje gemaakt en daar werd De Mol enthousiast van. Zo is het gegaan.” 

Als zoveel mensen zich verheugen op je terugkeer, schept dat ook bepaalde verwachtingen. Voel je veel druk om te moeten scoren?
“Nou kijk, de zender zet hoog in, met een programmering op primetime. Dat moet ik wel gaan waarmaken, maar ik had het er laatst ook nog met Alberto Stegeman over dat de televisietijd is veranderd. Het is niet meer zoals vroeger, toen Alberto en ik met Red mijn vakantie 1,3 miljoen kijkers hadden. Hij zei tegen mij: Je bent tegenwoordig de koning als je een half miljoen kijkers scoort. Met uitgesteld kijken wordt dat bij elkaar nog wel een miljoen, maar de manier van kijken is anders. Daar zal ik aan moeten wennen.” 

Het voelt een beetje als je comeback, maar je was de afgelopen jaren nog regelmatig als kandidaat te zien in allerlei programma’s: van Expeditie Robinson en Secret Duets tot Celebrity Apprentice. Vond je het fijn om op die manier toch een beetje in de picture te blijven?
“Dat vond ik zeker niet het belangrijkste. Als ik weer anoniem over straat zou kunnen gaan, dan zou ik daar ook van genieten. Maar dat is nooit gebeurd, die bekendheid is nooit overgegaan, want ik werd steeds gevraagd voor nieuwe programma’s. De reden dat ik daaraan meedeed, was omdat ik er een uitdaging in zag. Neem Expeditie Robinson. Dat is toch een bijzonder project om voor gevraagd te worden, je gaat helemaal terug naar de basis. Daar heb ik enorm van genoten. Op mijn wensenlijstje staan ook nog Wie is de mol? en Het perfecte plaatje.” 

‘Er was al heel vaak aan me gevraagd: Rob, waarom kom je niet meer op tv?’

Wat is de aantrekkingskracht van de televisiewereld op jou? 
“Dat je je kunstje voor een groter publiek kunt doen. Het is een soort uitvergroting van mijn dagelijkse werk naar heel Nederland. Mijn hoop is dat er veel mensen naar kijken, ook vanuit een soort maatschappelijke drang om te helpen. Als mensen gedupeerd worden, dan wil ik ze een steuntje in de rug geven. Stel dat ik dit restaurant niet was begonnen, dan zat de jongen die ons net bediende nu thuis. Dan zou hij zich niet kunnen ontwikkelen, wat voor zijn familie ook niet prettig is.

In dit restaurant kan ik ze iets bieden. Dat wil ik op tv ook. Als mensen van hun welverdiende centjes een camping boeken en ze komen terecht op een plek die zo vies is dat hun gezondheid in gevaar komt, dan voel ik mij daar verantwoordelijk voor. Ik zie het als mijn taak om daar een voet tussen de deur te zetten en te kijken hoe we dat kunnen oplossen. Dat is een beetje mijn karakter.” 

Hoe komt het dat hygiëne zo’n rode draad in jouw carrière is geworden? 
“Mijn vader was hoofd civiele dienst in een groot verzorgingstehuis en hij was heel streng op hygiëne. Toen ik als twaalfjarig ventje in het weekend bij hem in de leer ging als kok, zei hij vaak dat schoon werken de basis moet zijn. Zijn keuken was altijd spic en span. Daar moest je in meegaan, je had geen keuze. Dat heeft diepe indruk op mij gemaakt, dus dat nam ik mee toen ik de koksopleiding ging doen. Mijn ouders hebben altijd gezegd: doe wat je leuk vindt, maar ik wilde dat zelf, koken.

Zorgen voor anderen, dat vond ik wel iets hebben. Daarom ben ik ook niet meteen de horeca ingegaan, wat wellicht een makkelijkere weg was geweest. In een ziekenhuiskeuken is, met alle respect hoor, toch iets anders dan koken voor iemand die een feestje te vieren heeft. Je bent een soort halve dokter, want je kookt voor mensen met kanker of hartproblemen. Ik vond dat wel iets moois hebben.” 

Het was wel een plan B, want het was eigenlijk je droom om voetballer te worden…
“Ja, dat ging ook hartstikke goed. Ik was allemaal selecties aan het aflopen en had hartstikke veel talent. Laat ik het zo zeggen: ik schoot ze er lekker in. Totdat ik op mijn 16de een schop tegen mijn knie kreeg. Toen was het klaar. Alles was kapot, van het kraakbeen tot aan mijn meniscus. Het is vreselijk als je dat meemaakt. Je hebt een droom en alles gaat boven verwachting goed, maar ineens schiet iemand het licht uit je ogen. Ik heb me lang zorgen gemaakt of het überhaupt goed zou komen met mijn been. Strekken was moeilijk, ik heb heel lang therapie gehad, met krukken gelopen…”

Alsof het drama nog niet compleet was, had je een paar jaar later ook nog een gruwelijk ongeluk op Tenerife. Hoe kon dat gebeuren?
“Ik was met mijn toenmalige vriendin op een huurfiets de bergen ingegaan. Op een gegeven moment moesten we afdalen van een heuvel. Ik zei nog tegen mijn vriendin: Kijk uit, niet te hard. Zij ging voorop en we weten nog steeds niet hoe het is gekomen, maar ik denk dat mijn petje afwaaide, wat ik heb willen corrigeren. Vervolgens ben ik over de kop gegaan en ontzettend hard met mijn hoofd op het wegdek gekomen. Ik was heel snel in het ziekenhuis, waar bleek dat mijn ene kaakkopje was gebroken en de andere verbrijzeld.

Er waren ook allemaal tanden kapot, ik moest elf kronen en kon vijf maanden alleen maar vloeibaar eten. Ik zag er niet uit. Elke week ging mijn mond bij de kaakchirurg drie millimeter verder open. Ik moest opnieuw leren eten en kauwen met een kaak vol platen en schroeven. Achteraf hoorde ik dat ik door het oog van de naald ben gekropen. Als de breuk twee centimeter hoger had gezeten, was mijn schedel gebroken en dan ben je dood.”

‘Ik heb dat kanon uit Noorwegen nog maar een paar weken, maar ik zie nu al dat ik beter word als ik een padelwedstrijdje speel’

Sta je sinds die bijna-doodervaring op een andere manier in het leven?
“Nou, ik heb me wel gerealiseerd dat alles ineens anders kan zijn. Voordat je het weet, is het voorbij. Maar ik was nog jong hè, dus je pakt de draad ook gewoon weer op. Ik las vaak de Story, daar stond een kookrubriekje in, maar dat vond ik niets. Op een gegeven moment heb ik de eindredacteur opgebeld: “Je hebt een leuk blad, maar dat kookrubriekje kan veel beter. Ik denk dat ik wel weet wat vrouwen in jouw blad willen lezen, namelijk recepten met weinig calorietjes, zodat ze straks slank op het strand kunnen liggen.” De eindredacteur vond me een brutaal mannetje, maar ze gaf me een kans.

Ik mocht zes keer in het blad en als het aansloeg, dan zou ik een jaarcontract krijgen. Toen ik in dat blad stond, dacht ik: nu moet ik mensen enthousiasmeren, dus ik heb wat vrienden in het land gebeld. Zeg, wil jij een keer een fax met complimenten sturen naar Story, wil jij een keer bellen. Niet allemaal tegelijk, een beetje verdeeld. Dat werkte goed, de eindredacteur was helemaal verbaasd over het animo. Na drie weken heb ik een jaarcontract getekend en naar aanleiding van die receptjes werd ik gebeld door het programma Lijn 4, waar ik live in de studio ging koken.”

Een paar jaar later kwam je grote doorbraak, met De smaakpolitie. Hoe was het voor jou om in één klap een bekende Nederlander te zijn?
“Heel raar. Ik weet nog dat we tijdens de allereerste aflevering van De smaakpolitie langsgingen bij een shoarmazaak in Leeuwarden. Daar zat een kat in de keuken, nou, heel Nederland was in shock. Een kat! In de keuken! Een dag later wilde iedereen me spreken. Ik wist in het begin niet wat ik ermee moest. Overal wilden mensen iets van me. Foto’s, interviews. Dat was niet normaal. Ik had geen ervaring hè? En geen agent. Ik was hartstikke bleu. Gelukkig pakte SBS dat goed op.

Zij zeiden: We gaan met de communicatie-afdeling met je zitten om het een beetje te begeleiden. Daarna hebben we alle interviews samen gedaan. Inmiddels weet ik niet beter, want ik word al sinds 2002 dagelijks door iedereen op straat begroet. Het slaat nergens op, ze denken allemaal dat ik hun vriend ben. Prima, ik zeg wel gedag terug. Maar het is zeker niet belangrijk voor mij. Ik vind het ook lekker als ik in het buitenland ben en niemand iets tegen me zegt.”

Over De hygiënepolitie was ruim voor de eerste aflevering al veel te doen, omdat je gefilmd zou hebben in een sauna en de boer op zou zijn gegaan met je schoonmaakmiddelen. Zie je dat als een smetje?
“We hebben gefilmd op de plaats delict, dat klopt. Maar het is niet voor niets dat we bij die sauna naar binnen zijn gegaan. Als je de uitslagen van de laborant binnenkrijgt en er blijkt van alles niet te kloppen, dan moet je daar iets mee. Maar wij waren daar niet om mensen te filmen, dus dat hebben we ook niet gedaan. Over die schoonmaakmiddelen is ook al veel gezegd, die lijn heb ik al drie jaar niet meer.

Kijk, als je zo’n programma gaat opnemen als De hygiënepolitie, dan maak je niet overal vrienden. De eigenaar van deze sauna is niet blij met mij en niet blij met het programma. Dat kan gebeuren. Maar deze zaak loopt nog. De hulp die we in dit programma bieden, hebben ze nog niet aangenomen, maar wie weet gebeurt dat nog.” 

Wat is jouw uitlaatklep als je niet aan het werk bent? Je huis soppen? 
“Mensen denken vaak dat ik smetvrees heb. Dat is helemaal niet het geval. Tuurlijk maak ik thuis af en toe schoon, maar mijn vrouw houdt er ook van, gelukkig. Ik vind het lekker om met mijn gezinnetje te zijn, een beetje te sporten. Padel is mijn nieuwste hobby. Ik heb zelfs een single minibaantje onder mijn huis laten aanleggen met een kanon dat mij de ballen toespeelt.

Het is de nieuwste techniek uit Noorwegen, hij kan 150 keer schieten. Dat vind ik wel stoer, dat ik dat heb. Het is ook goed voor je techniek. Ik heb die machine pas een paar weken, maar als ik nu een wedstrijdje speel, zie ik dat ik beter word. Dat is mijn drive in het leven, ik wil mezelf continu blijven verbeteren. Als ondernemer, maar ook als presentator en wanneer ik een wedstrijdje speel.” 

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct