Misdaad

NFI-doorbraak: gifmoord nu tot 13 weken na overlijden bewijsbaar

Nieuw onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) werpt een ander licht op wat er na de dood met stoffen in het menselijk lichaam gebeurt. Waar toxicologisch onderzoek voorheen vooral afhankelijk was van bloed, blijkt nu dat andere weefsels veel langer stabiele informatie bieden.

Florine Holtman
Onderzoek
Oxycodon

Onderzoek naar morfineconcentraties

Toxicoloog Rogier van der Hulst onderzocht met zijn team vijf personen die voor hun overlijden morfine gebruikten en hun lichaam aan de wetenschap hadden gedoneerd. Het onderzoek vond plaats op de ARISTA onderzoekslocatie naast Amsterdam UMC.

"Het klinkt misschien als een vrij luguber onderzoek, maar we doen het uiteindelijk voor mogelijke slachtoffers van een misdrijf: wij vertellen het verhaal dat zij zelf niet meer kunnen vertellen," licht de toxicoloog toe.

De onderzoekers namen op drie specifieke momenten monsters af: 24 uur, 48 uur en 13 weken na overlijden. "Dat is niet eerder gedaan. Het volgen van een stof over meerdere tijdstippen in één persoon is uniek en geeft waardevolle informatie in zaken waarbij overleden personen laat worden ontdekt," aldus Van der Hulst.

Vergiftigd of niet?

Het doel was om inzicht te krijgen in de postmortale verdeling: hoe veranderen concentraties in de loop van de tijd? Van der Hulst onderzocht of deze concentraties stegen, daalden of stabiel bleven. "Als je de concentratie ten tijde van overlijden beter kunt inschatten, kun je ook met grotere zekerheid bepalen of er tijdens het overlijden sprake was van vergiftiging."

Hersen- en spierweefsel als alternatief

Kort na het overlijden veranderen concentraties in het bloed door postmortale processen. Uit het onderzoek van het NFI is naar voren gekomen dat hersen- en spierweefsel tot wel 13 weken na overlijden een goed alternatief kunnen zijn voor onderzoek. Van der Hulst noemt de stabiliteit van de concentraties in deze weefsels "verrassend".

Dit biedt forensisch toxicologen een wetenschappelijke basis om deze weefsels te gebruiken wanneer bloedonderzoek door ontbinding bemoeilijkt wordt.

Vervolgonderzoek in 2026

Hoewel dit onderzoek zich richtte op morfine, stopt het NFI hier niet. In de loop van 2026 wordt de studie uitgebreid naar andere stoffen om te bepalen of deze dezelfde stabiliteit vertonen in hersen- en spierweefsel.

Nederlands Forensisch Instituut Adobe Stock