Ze zeggen weleens: nieuw jaar, nieuwe kansen. Maar voor Marco Borsato zal dat gevoel nog wel even op zich laten wachten. Hij is vrijgesproken, maar voor een deel van Nederland is het boek nog lang niet gesloten. Sommige mensen blijven vragen opwerpen en twijfels uiten, met AD-columniste Angela de Jong – die nog steeds zoekend lijkt naar een nieuwe vorm voor haar stukjes – voorop.
Want Angela blijft er maar op terugkomen: hoe moet een vrouw of meisje in vredesnaam bewijzen wat haar is overkomen? Een terechte zorg hoor, maar het bewijst juist de complexiteit van zedenzaken. Meestal zijn er geen getuigen, camerabeelden of concrete sporen meer. Rechters moeten het doen met wat er wél ligt – doorgaans een vracht aan verklaringen, zonder steunbewijs – en niet met wat we graag zouden wíllen dat er ligt.
Misschien kijk ik anders naar deze discussie omdat ik vroeger als politieman ook de andere kant van het spectrum heb gezien. De mannen die midden in een vechtscheiding ineens worden beschuldigd van misbruik binnen het gezin. Dan lijkt alles geoorloofd, zelfs dit soort verdachtmakingen. Vaders voelen zich dan al snel gemangeld. Want hoe bewijs je dat je iets niet hebt gedaan? Of nog lastiger: hoe bewijs je dat je je baby van zes maanden níét op een ongepaste manier hebt betast, zoals je vrouw zo stellig beweert? Het kind zelf kan niets bevestigen of ontkennen. Kortom: het is een beschuldiging waar je onmogelijk iets tegenin kunt brengen.
Terwijl de feiten nog worden onderzocht, is het kwaad al geschied: baan kwijt, vrienden haken af, familie kijkt je scheef aan
Er wordt altijd gezegd dat eerst ‘de feiten moeten worden onderzocht’, maar het kwaad is dan meestal al geschied; baan kwijt, vrienden haken af, familie kijkt je scheef aan – of zelfs helemaal niet meer. Intussen mogen die mannen vaak weken of maanden hun kinderen niet meer zien. En als later blijkt dat de beschuldiging nergens op gebaseerd was, is de schade al niet meer te herstellen. Want ja, waar rook is is vuur. Youp van ’t Hek verwoordde het ooit zo: “Je durft als vader je kind niet meer op te tillen. Voor je het weet is het: Wat sta je onder dat kind te kijken?” Een grap, maar wel één die veel vaders in moeilijke situaties zullen herkennen.
Daarmee zeg ik niet dat klachten van vrouwen of kinderen niet serieus zijn. Maar het laat wel zien dat in zedenzaken aan beide kanten dezelfde ongemakkelijke vraag speelt: hoe bewijs je dat iets is gebeurd? En hoe bewijs je dat iets níét is gebeurd? In veel gevallen kan dat simpelweg niet. En het wordt nog ingewikkelder door de problematiek van herinneringen. Zeker bij kinderen worden die vaak als feit gepresenteerd, terwijl herinneringen kunnen worden beïnvloed door suggestieve vragen en sturende gesprekken.
Wat me vooral stoort in het huidige debat is hoe makkelijk sommige mensen – ook een columniste die beter zou moeten weten – een vrijspraak achteloos wegwuiven. Alsof rechters zo’n beladen zaak die al zes jaar speelt op een achternamiddag hebben afgehamerd. Ik durf te stellen dat de rechters in deze zaak, die door heel Nederland werd gevolgd en waarover iedereen een mening heeft, misschien wel extra zorgvuldig te werk zijn gegaan.
Een vrijspraak wordt nooit door iedereen met gejuich ontvangen. En ja, dat kan onbevredigend zijn. Ook voor mij. Ik heb genoeg moordzaken gezien waarbij een dader tot ieders frustratie de dans ontsprong. Maar het alternatief – veroordelen op basis van vermoedens, aannames of ‘het zal wel’ – is vele malen erger. Voor Marco is het te hopen dat 2026 hem wat rust zal brengen. En anders moet hij maar even terugdenken aan die regels uit zijn hit Rood: “Dus ik neem heel bewust het besluit. De krant leg ik weg en de tv gaat uit.”