Entertainment

Zanger Peter Koelewijn (85): 'Er stond ineens in de krant dat ik probeerde geld van Bonnie St. Claire af te pakken'

Oude rocker Peter Koelewijn werd net voor de jaarwisseling 85, maar is niet kapot te krijgen. Met de rust die zijn leeftijd met zich meebrengt en door uitgesproken te zijn als altijd, maakt hij duidelijk hoe hard werken, bescheiden blijven en trouw zijn aan je fans nog altijd het verschil kunnen maken.

BN'ers
Peter Koelewijn

Over Peter Koelewijn
Peter Koelewijn (Eindhoven, 29 december 1940) is een zanger, songwriter en producer die geldt als een van de grondleggers van de Nederlandstalige rockmuziek. Hij brak in 1960 door met Kom van dat dak af, een nummer dat uitgroeide tot een klassieker en generaties heeft overleefd. Naast zijn eigen carrière schreef en produceerde hij talloze hits voor andere artiesten. Koelewijn staat bekend om zijn ambachtelijke werkwijze, zijn uitgesproken mening over het artiestenvak en zijn lange staat van dienst in de muziek. Ook op latere leeftijd is hij nog altijd actief als maker, producent en performer.

De laatste jaren wordt u naar eigen zeggen steeds vaker geconfronteerd met ziekte en sterfelijkheid van mensen om u heen. Wat doet dat met u?
“Veel, zeker als je ouder wordt – ik ben net 85  - en merkt dat vrienden en bekenden om je heen een voor een wegvallen. Het is inherent aan deze levensfase, het hoort bij het leven, maar het komt wel steeds dichterbij. Je kunt dat niet meer wegduwen. Ik heb dat van heel dichtbij meegemaakt bij George Kooymans (gitarist van Golden Earring die aan ALS overleed, red). Dat was klote om te zien, en dat is nog zacht uitgedrukt. Maar wat mij vooral is bijgebleven, is dat hij tóch zichzelf bleef. Hij bleef rechtop, bleef waardig, bleef wie hij was.”

Wat raakte u daarin het meest?
“Dat je ziet hoe verschillend mensen omgaan met zo’n traject. Die ziekte was ongelijk. Je weet dat het einde vaststaat, maar je weet niet wanneer. Bij de een gaat het snel, bij de ander duurt het lang. Bij George duurde het lang. En dan ga je vanzelf nadenken. Moet je iemand in die fase vragen of hij heeft nagedacht over hoe ver hij wil gaan in zijn traject? Kun je zoiets bespreekbaar maken? Het zijn vragen die bijna niet te stellen zijn. Elk woord voelt verkeerd. Je bent altijd bang dat je iets zegt wat je niet had moeten zeggen.”

‘Als je ouder wordt, merk je dat vrienden en bekenden om je heen wegvallen. Het is inherent aan deze levensfase, maar het komt wel steeds dichterbij’

U bent een ervaren liedjesmaker en tekstschrijver, maar voor zo’n kwetsbare situatie was het zelfs voor u moeilijk om woorden te vinden.
“Ja, want wat zeg je tegen iemand van wie je weet dat hij aan zijn ziekte doodgaat? Het enige wat je kunt doen, is er zijn. En tegelijkertijd zie je dat iemand bewust kiest om het hele traject uit te zitten. Dat vraagt ongelooflijk veel moed. Dat is lef. Dat is niet iets wat je zomaar even doet en van tevoren even bedenkt.”

U bewondert die keuze?
“Ja, enorm. Het is makkelijk om te zeggen: ik zou het nooit zo ver laten komen. Maar dat is makkelijk praten zolang je er zelf niet in zit. Dat heeft alles te maken met hoe iemand aan het leven hangt. De een kan daar makkelijker afstand van doen dan de ander. Ik durf daar geen uitspraak over te doen voor mezelf. Dat weet je pas op het moment dat het zover is. Maar ik heb een mateloze bewondering voor mensen die, terwijl ze weten wat hen te wachten staat, toch zeggen: ik ga dit hele traject aan.”

Haaks op de kwetsbaarheid van het leven en het verdriet dat verlies met zich meebrengt, staat uw ogenschijnlijk uitstekende gezondheid. Hoe voelt u zich?
“Het gaat over het algemeen redelijk. Ik heb onlangs een hernia gehad en die wordt met injecties onder controle gehouden, al is het nog niet helemaal voorbij. Binnenkort volgt nog een behandeling en ik ga ervan uit dat het dan echt achter de rug is. Er waren momenten dat ik nauwelijks uit bed kon komen en simpele handelingen zoals bukken, iets oprapen of mijn sokken en schoenen aantrekken ineens een hele opgave waren. Juist dan besef je hoe belangrijk zulke kleine dingen zijn. Dat had ik nooit verwacht. Gelukkig gaat het nu weer grotendeels beter. Verder merk ik af en toe wat kleine ongemakken die bij deze leeftijd horen. Je springt niet meer als een veulen door de wei, maar dat hoeft ook niet.”

Over springen gesproken: u treedt nog steeds op, óók met uw grote hit Kom van dat dak af. Hoe is dat, dat iedereen altijd weer dáárover begint?
“Dat vind ik eigenlijk helemaal niet zo lastig of ingewikkeld. Ik heb artiesten die een heel bekende hit hebben gescoord nooit begrepen als ze zeiden: dat nummer wil ik niet meer spelen. Dan denk ik serieus: wat ben jij voor een dwaas en wat ben jij eigenlijk voor een egoïst? Jij bestaat als artiest bij de gratie van het publiek. Het publiek heeft jou op het schild gehesen. Niet jijzelf. Veel mensen hebben die plaat gekocht, of tegenwoordig: gedownload of gestreamd. Zíj hebben ervoor gezorgd dat dat nummer een hit werd.”

U bent daar heel uitgesproken in.
“Ja, omdat ik het echt niet snap. Als jij als artiest met een hit ergens gaat optreden, komen die mensen daar toch ook voor? En dan ga jij zeggen: dat doe ik niet meer. Dan verloochen je de mensen die jou hebben grootgemaakt. Zo simpel is het. Dan moet je niet lullen. Dan moet je ergens tussen de schuifdeuren gaan zingen op familiefeestjes en wegblijven van theaters en grote zalen.”

Het publiek bepaalt?
“Ja. Als het publiek zich zou realiseren dat jij hen eigenlijk in de steek laat, dan keren ze je de rug toe. En dan ben je binnen een jaar iets totaal anders aan het doen, dan kun je op maandagochtend weer de wekker zetten om naar de baas te gaan. Het is geen arrogantie van het publiek, het is de realiteit van dit vak. Je mag blij zijn dat mensen komen luisteren. Je mag blij zijn dat ze jouw liedjes willen horen. En natúúrlijk bedien je hen met dat heel bekende nummer dat ze graag willen horen.”

U gebruikt ook weleens voorbeelden van grote artiesten om uw punt duidelijk te maken…
"Ik ben ooit naar de Stones geweest in de Kuip. Voor de pauze speelden ze vooral nieuw werk, ze wilden laten horen wat ze toen maakten. Maar je zag de sfeer wegzakken. Mensen gingen praten, bier halen, de magie was er gewoon niet. Na de pauze begonnen ze met Jumpin’ Jack Flash en daarna volgde hit na hit. De boel ontplófte.”

De Stones hadden het Koelewijn-statement begrepen.
“Haha, daar hadden ze mij niet voor nodig gehad gelukkig. Het is gewoon een kwestie van begrijpen waarom mensen een kaartje kopen. Mensen komen niet alleen voor jou, ze komen voor wat je voor hen betekent. Dat moet je nooit vergeten.”

‘Moet je je voorstellen hè: Peter Koelewijn uit Holland moest wereldster Cliff Richard uitleggen wat hij verkeerd deed’

Hoe kijkt u vanuit dat perspectief naar de huidige generatie artiesten?
“Er worden echt goede dingen gemaakt. Ook tekstmatig zie ik mooie ontwikkelingen in het wat stevigere gitaar-genre. En niets ten nadele van de volksmuziek, want die stroming groeit het hardst; als mensen dat leuk vinden, moeten ze dat vooral blijven doen. Het enige wat ik soms zie, is dat veel dingen op elkaar gaan lijken. Maar dat is ook van alle tijden.”

U stamt nog uit de tijd dat artiest zijn een ambacht was.
“Dat is het ook. Talent alleen is niet genoeg. Je moet leren artiest te zijn. Je moet leren hoe je op een podium moet staan, hoe je met een zaal omgaat, hoe je reageert als het tegenzit. Dat leer je niet in één klap. Dat leer je door de avonden met nauwelijks publiek, of als je op een krakkemikkig podiumpje moet zingen, of bier over je heen krijgt omdat het feest is. De moeilijke avonden waarop er van alles misgaat.”

Hoe zag dat er vroeger voor u uit?
“Bikkelen, doorzetten, meters maken. Wij gingen van kroeg naar kroeg. Kleine tentjes. Met de hele band voor 125 gulden. Dat moest je met z’n vijven delen. En daar moest ook nog de huur van het busje af. Dat deed je niet één keer, dat was normaal. Elke band deed dat. Ook bands die later groot zijn geworden.”

Wat steekt een artiest daarvan op?
“Het leert je omgaan met teleurstelling. Met zalen waar te weinig mensen zijn. Met avonden waarop je denkt: hoe ga ik hier iets van maken? Dat is het vak. Daar leer je interactie. Daar leer je hoe je een publiek meeneemt, ook als het zwaar tegenzit.”

U neemt jonge artiesten hun snelle succes niet kwalijk?
“Nee, dat ligt niet bij hen. Dat ligt vaak bij de mensen om hen heen. Ze hebben meteen een manager. En die manager ziet geld. Die vraagt hoge bedragen, niet voor die artiest, maar voor zijn eigen percentage. Die artiest is vaak al blij dat hij op een podium mag staan.”

U heeft veel managers meegemaakt, wie stak er bovenuit?
“Piet Roelen, de manager van Helmut Lotti, voor wie ik heb geschreven en geproduceerd. Vanaf dag één had hij een plan. Hij stippelde een weg uit en zei: Deze weg gaan we volgen. Geen contract. Geen kleine lettertjes. Gewoon vertrouwen en discipline.

Wat maakte zijn aanpak zo sterk?
“Dat hij verder keek dan de oppervlakte. Ik herinner me een optreden in Duitsland, waar Helmut een grote show had gedaan in een joekel van een hal. Na afloop zei Piet dat we over anderhalf uur werden verwacht in een discotheek, die door platenmaatschappij EMI speciaal voor Helmut was afgehuurd. Heel belangrijk: de volledige promotieafdeling van EMI zou daar aanwezig zijn. Helmut was moe, maar we gingen toch. Daar sprak hij met allerlei grote platenbonzen en promotiemensen uit Duitsland.

Zij vonden het fantastisch dat Helmut er was en dat hij tot diep in de nacht bleef hangen. Dat waren ze niet gewend. Grote internationale artiesten uit Amerika en Engeland verdwenen na een optreden meteen het nachtleven in, op zoek naar vertier, vrouwen of coke. Maar Helmut nam de tijd voor hen. Voor die promotiemensen was dat enorm belangrijk, omdat zij met hun artiesten aan de slag wilden op radio en televisie. Met Helmut konden ze contact maken, dat werd enorm gewaardeerd. Helmut volgde de lijnen die Piet uitzette.”

En dat had effect?
“Een directeur zei daar tegen mij: Wij brengen per week legio platen uit, maar de komende weken liggen de platen van Helmut bovenop de stapels in onze winkels. Niet omdat ik het zeg, maar omdat mijn mensen dat willen. Dat zijn kleine dingen die een groot verschil maken. Ook na groot succes bleef Piet hameren op bescheidenheid. Na enorme verkoopcijfers zei hij: Morgen starten we met een nieuwe plaat en beginnen we weer bij nul. Niet naast je schoenen lopen. Want zodra je dat wel doet, verdwijnt de gunfactor. En zonder gunfactor red je het niet, hoe goed je ook bent.”

Een van de meest memorabele momenten uit uw carrière is een sessie met Cliff Richard, hoe ging dat precies?
“Wij werden door datzelfde EMI Duitsland gevraagd of Helmut een duet wilde zingen op een plaat van Cliff Richard. Die stond namelijk ook bij hen onder contract. Piet pakte het slim aan door te zeggen dat ze het met gesloten beurs zouden doen, maar wel onder één voorwaarde: dat Cliff óók een duet met Helmut op ónze plaat zou zingen. Daar kwam meteen akkoord op.”

U was erbij in de studio.
“Ja. Cliff zong een tweede stem en ik hoorde meteen: dit klopt niet. Dat zijn lastige momenten, want het is zijn productie. Maar zijn manager zag me moeilijk kijken en vroeg wat er aan de hand was. Zo voorzichtig als ik kon, legde ik uit waar de schoen wrong. Ik zong voor hoe ik dacht dat het zou moeten. Toen werd Cliff uit het opnamehokje gehaald en moest ik het uitleggen… Moet je je voorstellen hè: Peter Koelewijn uit Holland moest wereldster Cliff Richard uitleggen wat hij verkeerd deed.”

‘Ik had Bonnie alles rustig moeten uitleggen. Dat heb ik niet gedaan omdat mijn eigen ego in de weg zat. Ik had over mijn schaduw heen moeten stappen’

Hoe reageerde Cliff?
“Hij luisterde. Hij begreep het en probeerde het opnieuw. Je voelde dat hij dacht: wacht even, ik ben Cliff Richard. Wat Helmut kan, kan ik ook.”

En hij deed het.
“Met een kopstem die ik niet voor mogelijk hield. Maar bám, hij flikte het en het stond erop. Naast me hoorde ik Helmut zeggen: Potver Peer, hij krijgt het voor elkaar. Ik zei: Ja, ik ben stomverbaasd. Dus toen kwam Cliff terug bij ons in de studio en zei ik: Fantastic! Dat moment vergeet ik nooit meer.”

Er was ook een pijnlijk hoofdstuk in uw loopbaan: de breuk met Bonnie St. Claire.
“Ik heb eigenlijk nooit echt grote ruzies gehad in mijn leven. De meeste dingen heb ik altijd wel weer bijgelegd. Het waren dan ook geen echte ruzies, maar eerder zware teleurstellingen. De grootste daarvan had te maken met Bonnie St. Claire. Ik was in zekere zin haar vaderfiguur. Ik heb haar artiestennaam bedacht, haar eerste platen gemaakt en we hebben samen een hoop hits gescoord. We konden lezen en schrijven met elkaar. Dat liep fantastisch tot het moment dat het misging.”

Wat liep er scheef?
“Bonnie kreeg destijds een aanbod van een Canadese platenmaatschappij. Zij zagen in haar een internationale toekomst en wilden zelfs richting de Verenigde Staten. Dat soort kansen krijg je maar één keer in je leven. Daar stond tegenover dat er financieel wat moest worden ingeleverd en dat er optredens zouden moeten worden afgezegd. Bonnie zat op dat moment niet goed in haar vel en had last van hyperventilatie. Ik kon daar niet met haar rustig over praten en ben daarom het gesprek aangegaan met haar manager.

Die manager begon te twijfelen en te praten over risico’s en inleveren. Ik heb gezegd dat dit een unieke kans was en dat je daar soms offers voor moet brengen. Uiteindelijk liep dat gesprek helemaal verkeerd. Ik heb toen gezegd dat we Bonnie voorlopig maar even buiten alles moesten houden omdat ze met andere dingen bezig was en dat we vooral geen ruchtbaarheid moesten geven aan het verhaal.”

Maar?
“Drie dagen later stond er ineens in de krant dat ik probeerde geld van Bonnie af te pakken. Daarmee was de breuk een feit. Met de manager en daardoor ook met Bonnie. Achteraf weet ik dat ik daar een grote fout heb gemaakt. Ik had die manager terzijde moeten schuiven en rechtstreeks naar Bonnie toe moeten gaan. Gewoon bij haar moeten gaan zitten en alles rustig tot in detail moeten uitleggen. Dan weet ik zeker dat ze had gezegd: we doen het, we gaan naar Canada. Dat heb ik niet gedaan omdat mijn eigen ego in de weg zat. Ik had over mijn eigen schaduw heen moeten stappen.”

Hoe kwam het weer goed tussen jullie?
“Later hebben Bonnie en ik het uitgesproken. Zij zei dat het haar fout was dat ze iedereen had geloofd, behalve mij. Dat raakte me. We zijn daarna weer goede vrienden geworden. Ik vind haar nog steeds een van de beste zangeressen met wie ik ooit heb gewerkt. Een waanzinnige stem en muzikaal fantastisch.”

Tot slot: u staat nog steeds op het podium en kijkt vooruit.
“In de zomer treed ik meer op. Voor dit jaar staan er al dingen, waaronder twee dagen in het Philips Stadion in Eindhoven. Van mijn vrouw heb ik in Spanje een traditionele Spaanse gitaar gekregen voor mijn verjaardag, dus ik heb het gitaarspelen zelf weer wat opgepakt. Met mijn kleindochter Olivia heb ik onlangs de protestsong Bad Putin opgenomen, te vinden op Spotify. En ik denk na over een back in time-programma met andere artiesten samen. Dat kan best leuk worden, al die oude hits weer spelen.”

U klinkt ontspannen als u uw bezigheden en plannen zo schetst...
“Dat ben ik ook. Ik voel geen druk en heb geen haast. Als je 85 bent, heb je tijd zat.”

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct