Vrijdag 5 december 2025 begint in de Penitentiaire Inrichting Vught zoals zoveel vrijdagen. Het is grijs en koud. Rond het complex is weinig beweging. Binnen verlopen de dagen volgens een vaste regelmaat. Bezoekuren lopen af, werkplaatsen zijn vol in bedrijf, afdelingen schakelen langzaam over naar het avondprogramma. Voor het personeel is het een vertrouwd verloop van de dag. Just another day at the office.
Buiten de muren maakt Nederland zich op voor pakjesavond. Maar niet voor iedereen zit het heerlijk’ avondje erin, want rond drie uur wordt er persalarm gegeven. Er is ‘iets’ gaande in Vught, zo klinkt het. Media pikken het direct op. Iets later volgt er meer info: ‘Gijzeling gaande in PI Vught.’ In WhatsApp-groepen gonst het onder journalisten. “Wat is het, een uitbraakpoging? Ziet Taghi zijn kans schoon?” De eerste beelden van zwaarbewapende DSI-leden verschijnen op internet. Dat kan maar één ding betekenen: stront aan de knikker en niet zo’n beetje ook. Er volgen spannende uren. Het gebied rond de PI wordt tot in de wijde omgeving afgezet. Achter het lint verzamelen zich steeds meer cameraploegen en fotografen.
Als de beelden van zwaarbewapende DSI-leden verschijnen, weet je: stront aan de knikker en niet zo’n beetje ook
Wat zich die middag in Vught precies afspeelt, wordt pas uren later bekend via korte verklaringen en persberichten. Die schetsen het beeld van een gijzeling die relatief snel en zonder bloedvergieten is afgelopen, waarvoor de DSI uiteindelijk dus niet in actie hoefde te komen. Minder zichtbaar blijft wat zich daadwerkelijk binnen de muren heeft afgespeeld in de uren vóór en tijdens het incident. Wie waren de gegijzelden? Hoe speelde de dader het klaar om meerdere mensen voor langere tijd onder controle te houden?
Rust herstellen
Een week na de gijzeling neemt een medewerkster van de PI Vught contact op met Panorama. Zij was die dag aan het werk en maakte de gebeurtenissen van nabij mee. De vrouw zegt zich niet te herkennen in de wijze waarop het incident later in de media is beschreven en wil haar visie geven op de gebeurtenissen van die middag. Maar om problemen met haar werkgever te voorkomen wel op voorwaarde van anonimiteit. Om dit te waarborgen noemen we onze bron verder Els.
Volgens haar begon de middag zonder noemenswaardige bijzonderheden. De PI Vught is een groot complex met verschillende regimes en afdelingen. Op het terrein bevinden zich onder meer een huis van bewaring, een gevangenis, de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) en het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC). Dat laatste is bedoeld voor gedetineerden met ernstige psychiatrische problematiek. Zij krijgen er begeleiding, medicatie en toezicht, omdat functioneren binnen een reguliere detentieomgeving tijdelijk niet haalbaar is.
In het PPC wordt volgens Els gewerkt met vaste structuren. “Dagindelingen liggen vast, begeleiding en toezicht vormen de kern van het werk. Medewerkers zijn getraind om signalen te herkennen en in te grijpen wanneer dat nodig is. Daarom dragen we een pager met een rode alarmknop. Wie daarop drukt vraagt om assistentie, vergelijkbaar met het signaal ‘assistentie collega’ bij de politie, dat ervoor zorgt dat alle beschikbare eenheden zich naar de noodsituatie spoeden.”
In een PI gebeurt dit vaker dan buitenstaanders vermoeden. Het gaat meestal om situaties waarin even extra personeel nodig is om spanning te verminderen of de rust te herstellen. “Iedereen is dan alert,” zegt Els, “maar het kan nog alle kanten op. Een opstootje, intimidatie van een medewerker. Meestal is het een kwestie van de angel eruit halen en loopt het met een sisser af.”
Pammetjes
Meestal – dus niet altijd. Zoals op deze vrijdag. Rond 15.00 uur wordt er door iemand op de rode knop gedrukt. Het signaal verschijnt overal op de pagers. Toch is er nog niet meteen grote paniek. Alle medewerkers reageren volgens de afgesproken procedures. Dat verandert als kort daarna een tweede melding volgt. De status wordt opgeschaald en krijgt dan de classificatie ‘gijzeling’. Els, over dat moment: “Dan zit je opeens in een totaal andere situatie. Een gijzeling is niet niks. Niemand weet nog iets. Hoe erg is het? Om wie gaat het?”