Het is inmiddels alweer vierenhalf jaar na de moord op Peter R. de Vries (1956-2021), maar nog altijd is zijn gedachtengoed springlevend. Van de ouders van de sinds 1993 vermiste studente Tanja Groen tot de nabestaanden van de in 1995 spoorloos verdwenen, toen 7-jarige Jaïr Soares: allemaal klampen ze zich vast aan de Peter R. de Vries Foundation. Het geldbedrag dat de stichting de afgelopen jaren in talloze cold cases uitloofde voor de gouden tip gaf veel nabestaanden eindelijk weer een sprankje hoop, maar op twee uitzonderingen na – de moord op Mike Venema en de vermissing van Maria van der Zanden – leidde dat niet tot een doorbraak.
Reden genoeg om nog veel harder aan al die bomen te gaan schudden, moet Van Spanje hebben gedacht. Haar plan: zelf oud-rechercheurs en forensisch deskundigen inzetten om op zoek te gaan naar aanwijzingen in onopgeloste moord- en vermissingszaken. “Het zou kunnen dat onze mensen ook getuigen gaan horen,” vertelt de kersverse directrice aan Nieuwsuur. “Maar dat zullen alleen mensen zijn die daarvoor zijn opgeleid en die tot voor kort werkzaam waren bij de politie.”
Klinkt natuurlijk als een veelbelovend idee, al denkt ze wel dat niet iedereen staat te juichen. “Bij politie en justitie werken mensen die hier hartkloppingen van krijgen,” zegt ze. Het laatste dat ze wil is de politie voor de voeten lopen, maar desondanks beschouwt ze deze stap als onvermijdelijk. Want, zo zegt ze: “Er zijn zo ontzettend veel zaken die op de plank liggen en niet afgestoft worden. Als wij het niet doen, wie doet het dan wel?” En zo is het!