MISDAADCOLUMN: Criminelen ronselen steeds jongere kinderen
Elke week schrijft misdaadverslaggever Henk Strootman een column over wat hem opvalt in de crimewereld. Deze week: het ronselen van kinderen door de onderwereld.
Rotterdam, kwart over twee ’s nachts. Een beveiligingscamera in het havengebied registreert een kleine gestalte. Capuchon, schichtige bewegingen, druk in de weer met zijn mobieltje. Hij is 13. Zijn begeleider wacht in een auto verderop. “Pak gewoon de blauwe tas, bro,” had hij gezegd. De jongen doet wat hem is opgedragen. Er is hem een mooie beloning in het vooruitzicht gesteld. Tien minuten later wordt hij gearresteerd.
Voor iedereen die dagelijks met jeugdcriminaliteit te maken heeft, staat deze scène allang niet meer op zichzelf. Het is de nieuwe realiteit: kinderen die midden in de nacht worden ingezet voor zwaar crimineel werk. Ze worden niet gerekruteerd via oude structuren of straatnetwerken, maar via Telegram-chats en Snapchat-berichten. Het is ronselen zonder drempel; één klik, één belofte, en een kind staat klaar.
De onlangs gelanceerde campagne ‘Praat erover’ is ervoor om dat patroon te doorbreken. Het richt zich op het voorkomen dat jongeren via sociale media worden benaderd voor criminele klusjes. De betrokken organisaties – politie, gemeenten, jongerenwerk en het Openbaar Ministerie – slaan alarm omdat het aantal minderjarigen dat betrokken raakt bij zware misdrijven blijft stijgen. En criminelen weten precies wat ze doen: ze zoeken bewust naar jongeren tussen de 12 en 16 jaar. Ze zijn beïnvloedbaar, nog weinig empathisch ontwikkeld en vallen onder het jeugdstrafrecht. Lager risico voor de Bolle Jossen, grotere gevolgen voor het kind.
Dit jaar zijn tientallen minderjarigen opgepakt voor het leggen van explosieven. Sommigen waren nog maar 11 of 12
Er zijn inmiddels genoeg voorbeelden die laten zien hoe ver dat gaat. In de Rotterdamse haven worden jongeren ingezet als uithalers, soms nog geen 14 jaar oud. In Den Haag werd een 16-jarige veroordeeld voor het plaatsen van een explosief onder een politiebusje. Het afgelopen jaar zijn tientallen minderjarigen opgepakt voor het leggen van explosieven in portieken en bij woningen. Sommigen waren 11 of 12. Daarnaast duiken er onderzoeken op waarin jongeren worden betrokken bij de voorbereiding van liquidaties: verkennen van routes, het filmen van adressen, het doorgeven van bewegingen.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2026%2F01%2FR0GBPHY8QrtXnR1767868026.jpg)
De jongen uit de haven is exemplarisch voor het probleem. Hij werd opgepikt door een volwassene, kreeg instructies via onlinekanalen en werd naar een container geleid waar een tas met cocaïne voor hem klaarstond. Precies het soort klusje dat bedoeld is als eerste stap: klein genoeg om aan te durven, groot genoeg om daarna klem te komen zitten. Want wie zo’n opdracht uitvoert, komt niet makkelijk van zijn opdrachtgevers af.
‘Praat erover’ richt zich daarom niet direct op jongeren, maar op de volwassenen om hen heen: ouders, docenten, sportcoaches. Mensen die nog dichtbij genoeg staan om invloed te hebben. Alleen is het bereiken van jongeren lastiger dan ooit. Alles wat klinkt als een waarschuwing, een belerende toon of een ‘pas op’ verdwijnt moeiteloos in hun digitale prullenmand. Jongeren filteren continu; ze zien honderden berichten per uur en alleen wat spannend, lucratief of statusverhogend is, weet de aandacht te vangen. Voor even dan.
Toch verdient de campagne onze sympathie. Jongeren die iets verzwijgen of die onder druk staan, zijn gevoelig voor iemand die doorvraagt zonder oordeel. Een gesprek maakt het probleem niet ineens kleiner of makkelijker, maar het opent voor een jongere wel ruimte om na te denken, om te aarzelen, om nee te zeggen. De essentie van preventie zit niet in technologie of in strengere maatregelen, maar in die momenten van oprechte aandacht. Het zijn kleine interventies, vaak ongemerkt, die een kind net genoeg afstand geven tot een wereld die hem niet beschermt. Als die momenten vaker ontstaan, wordt de kans kleiner dat 13-jarigen midden in de nacht in een haven staan, op weg naar een tas die hun leven kan breken.
Dat is waar ‘Praat erover’ uiteindelijk op mikt: de lokroep van criminelen doorbreken met een stem die wél te vertrouwen is.