Wie de originele Miami Vice-serie op tv heeft gezien, dus met Don Johnson en Philip Michael Thomas als Sonny Crockett en Ricardo Tubbs, zal nu waarschijnlijk een rolberoerte krijgen, maar het is deze week toch echt precies veertig jaar geleden dat Veronica de eerste aflevering uitzond. Het werd een van de populairste, zo niet dé populairste serie van de jaren 80, maar wat wil je ook. Schrijf een script waarin twee undercoveragenten infiltreren in de drugsscene van Miami, zet ze in de allersnelste Ferrari’s en speedboten, doe aan elke arm nog een lekker wijf en succes verzekerd.
Zoals bij ons de serie Mocro Maffia is gebaseerd op waargebeurde feiten, zo haalde Miami Vice ook zijn inspiratie uit de drugsoorlog die in de jaren 80 in Miami woedde. Grappig daarbij: in 1984, toen de serie voor het eerst in Amerika werd uitgezonden en twee jaar later dus bij ons, vonden de kijkers het allemaal iets te gewelddadig, om niet te zeggen ‘overdreven’.
Maar de werkelijkheid, zo lieten de cijfers zien, was nog veel erger dan de fictie, schreven we toen. In dat jaar kwamen er in Miami 170 mensen ‘op onnatuurlijke wijze’ om te leven. Ofwel: vermoord. In bijna alle gevallen was dat drugs gerelateerd. Dat klinkt niet veel als je dat afzet tegen het aantal doden in karteloorlogen in Mexico en Colombia, zeker in een tijd waarin Pablo Escobar de scepter zwaaide, maar het was toch een stijging van zo’n 20 procent ten opzichte van een jaar eerder.
Miami Vice was in het echt nog veel erger dan op tv: zakjes cocaïne in kinderlijkjes, Colombiaanse kinderen met ballonnen vol drugs in hun buikjes
In Miami werd het ook allemaal steeds gruwelijker als we de verhalen van echte undercoveragenten mochten geloven: zakjes cocaïne die in kinderlijkjes werden gevonden, Colombiaanse kinderen, amper 9 jaar oud, met ballonnen vol drugs in hun buikjes, ledematen die met kettingzagen worden afgezaagd en meer van dat soort dingen die in de serie vanzelfsprekend niet voorkwamen. En dat allemaal voor een beetje coke, wat in die tijd ‘het witte kaviaar’ werd genoemd. Door de échte Miami Vice Squad, zoals de lokale drugsopsporingseenheid heette, werd in 1984 ruim 10.000 kilo cocaïne onderschept, een jaar later was dat aantal al verdubbeld, om van die witte bergen van nu nog maar te zwijgen.
Hoe dat opeens zo explodeerde? Veel vingers wezen in de richting van Fidel Castro, de Cubaanse leider die in 1979 ‘in een zeldzame bui van goedertierenheid’ de grenzen van zijn communistische eiland wagenwijd openzette ‘voor eenieder die het niet meer naar zijn zin had op Cuba’. Maar met ‘goedertierenheid’ had dat weinig te maken: Cuba zelf ging gebukt onder tienduizenden beroepsmisdadigers, politieke tegenstanders, geesteszieken en ‘anderszins onbruikbare’ Cubanen die Castro liever kwijt dan rijk was. Ga dan maar lekker naar ‘die vervloekte overbuur’: win-win, moet hij hebben gedacht.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2026%2F01%2FAOesO8yw2VquQR1767612777.png)
Miami, waar de meeste Cubaanse criminelen naartoe gingen, zat opeens met de gebakken peren. “Op de televisie komt de Miami Vice van Sonny Crockett en Ricardo Tubbs wekelijks zegevierend uit dit Sodom van de Nieuwe Tijd,” schreven we. “Het ware Miami Vice kan ook bogen op het zo nu en dan winnen van een veldslag, maar de oorlog zullen ze nooit winnen.” Anno nu hebben ze dat inderdaad nog steeds niet.