Voor Otha Anders was het sparen van 'pennies' (de Amerikaanse cent) niet alleen een financiële strategie, maar een spirituele praktijk. Elke keer dat hij een muntje op de grond vond of als wisselgeld kreeg, zag hij dat als een moment van bezinning en dankbaarheid. Hij hanteerde daarbij een ijzeren discipline: hij accepteerde nooit munten als cadeau.
Elk muntje in zijn collectie moest hij zelf hebben gevonden of hebben gekregen bij een legitieme aankoop. Zelfs een officieel overheidsprogramma dat extra geld bood voor het inleveren van kleingeld, kon hem niet verleiden; zijn verzameling was niet te koop.
Vijftien loodzware waterflessen
Wat begon met één potje, groeide uit tot een logistieke uitdaging van formaat. Anders vulde in totaal vijftien grote waterflessen van elk negentien liter (vijf gallon) tot de rand toe met de koperkleurige muntjes. Het gewicht van deze flessen was op een gegeven moment zo groot dat hij ze nauwelijks meer kon verplaatsen.
De verzameling werd een integraal onderdeel van zijn huis in Ruston, Louisiana, totdat hij besloot dat het na 45 jaar genoeg was. De reden was praktisch: zijn inboedelverzekering weigerde de enorme berg contanten nog langer te dekken.
De grote afrekening: 513.614 munten
De gang naar de bank was geen alledaags gezicht. Bij de Origin Bank in Ruston moesten de medewerkers een bijl gebruiken om de plastic flessen open te hakken. Vicepresident Jennie Cole verklaarde later dat ze nog nooit zoiets had meegemaakt. Het kostte het team meer dan vijf uur om alle munten door de telmachines te jagen. De machines raakten herhaaldelijk verstopt door het enorme volume aan koper.
Toen de stofwolken waren opgetrokken, stond de teller op een verbijsterend aantal van 513.614 munten. De totale waarde? Ruim 5.136 dollar. Voor velen misschien 'slechts' het bedrag van een tweedehands auto, maar voor Anders was het de bekroning op bijna een halve eeuw aan discipline. Het bewijst maar weer: wie het kleine niet eert, is het grote van ruim vijfduizend dollar blijkbaar niet waard.
- Adobe Stock