Iedere dag het nieuws dat echte mannen interesseert
Henk Strootman

MISDAADCOLUMN: Waarom de moderne inbreker niet wacht tot de nacht

Elke week schrijft misdaadverslaggever Henk Strootman een column over wat hem opvalt in de crimewereld. Deze week: inbrekers.

Als kind dacht ik dat een inbreker eruitzag zoals in de stripboeken: stoppelbaard, werkmanspet, masker, jutezak. Je zag hem al van een kilometer aankomen. Was het maar zo makkelijk. De moderne insluiper loopt onopgemerkt door je straat. Capuchon, handen in de zakken. Op voorverkenning. Of hopend op een buitenkansje, de moeder die even weg is om de kinderen op te halen. De enige reden dat je hem niet herkent, is dat hij eruitziet als iedereen. Als die aardige slungel van de bouwmarkt.

Ook het hardnekkige en door oerangst ingegeven idee dat inbrekers bij voorkeur ’s nachts toeslaan kan de prullenbak in. Ze houden niet van die stilte, die uren waarin iedereen slaapt. Elk huis is dan één donkere vlek. Je weet als inbreker niets: zijn de bewoners weg of liggen ze te slapen? Loopt er een bloeddorstige hond rond? Gaat er bij het naderen van het huis een oorverdovend alarm loeien? Het is pure onzekerheid. En onzekerheid mijden ze. 

Inbrekers moeten het hebben van voorspelbaarheid. Die vind je in de vroege avond. De winter is hun favoriete seizoen. Buiten is het om zes uur al nacht, maar binnen hoort het dan licht te zijn. Niemand zit in het donker te eten. Niemand hult zijn huis bewust in duisternis als hij gewoon thuis is. En bijna niemand ligt op dat uur al te slapen. De optelsom is simpel. Als een woning in die periode donker is, ligt de conclusie voor de hand: niemand thuis. Een donker huis om kwart over zeven is geen vraagteken, maar een uitroepteken. Een die zegt: kom binnen! 

De inbreker grijpt nu z’n kans

Voor een inbreker is dat dus hét signaal. De winteravond geeft hem wat de nacht niet geeft: overzicht, rust en voorspelbaarheid. Maar daar hoort nog wel wat voorbereiding bij. Wie doet elke avond rond hetzelfde tijdstip de gordijnen dicht? Waar springt dezelfde lamp telkens op dezelfde minuut aan? Waar laten ze de achterdeur vaak voor het gemak openstaan? Dat soort details zijn waardevoller dan een koevoet of zaklamp. En dan zijn er nog de rouwadvertenties. Adres, datum, tijdstip van de plechtigheid; het staat er allemaal in. Inbrekers weten precies waar en wanneer ze het huis van de kersverse weduwe leeg kunnen halen. Wij mogen het kil en immoreel vinden, voor hen is het gewoon een kwestie van planning en kansen benutten. 

De winter is het favoriete seizoen. Is een woning om kwart over zeven donker, dan weet de moderne insluiper: hier is niemand thuis

De feestdagen betekenen traditioneel overwerk voor insluipers. Vooral tweede kerstdag is populair. Hele gezinnen trekken dan naar opa en oma, schoonfamilie, vrienden. Thuis blijft de woning achter zoals inbrekers die graag zien: geen verlichting, geen beweging, geen geluid. Wat voor jou een traditie is, is voor hen een rustige werkdag. En we maken het zelf eenvoudiger dan nodig. We zetten op sociale media waar we uithangen, met foto’s en al. Je hoeft echt geen hacker te zijn om te zien waar en wanneer een huis leegstaat; het staat er vaak gewoon bij.

De misvatting dat inbrekers risico’s niet uit de weg gaan – of zelfs opzoeken – hebben we te danken aan misdaadseries. Vergeet het maar. De meesten willen helemaal geen confrontatie. Ze zoeken een object waar ze snel weg kunnen. Willen stilte en zo weinig mogelijk verrassingen. Een licht dat opeens aangaat, een stem in de hal, een schaduw achter een gordijn: het is genoeg voor onmiddellijke aftocht. 

“Stille nacht, veilige nacht?” Het is maar hoe je het bekijkt. Uiteindelijk hangt veel af van iets kleins. Niet van dure camera’s of hightech alarmsystemen, maar van een simpele schemerlamp die brandt. Het signaal dat iemand thuis is. Een detail dat een insluiper van gedachten kan doen veranderen. Soms is het verschil tussen een rustige avond en een bak ellende achteraf niet meer dan één schakelaar.

Magazine