Dat was ’m dus: de laatste jaarwisseling waarbij gemeenten zelf mochten bepalen of er consumentenvuurwerk mocht worden afgestoken of niet. Tijdens de jaarwisseling van 2026 op 2027 geldt er namelijk een landelijk afsteekverbod voor ál het vuurwerk, in élke gemeente, mede mogelijk gemaakt door de Wet Veilige Jaarwisseling waar Ester Ouwehand van de Partij voor de Dieren en Jesse Klaver van GroenLinks-PvdA al vijf jaar aan werkten.
Nu moet je niet denken dat de roep om zo’n verbod alleen maar uit die hoek komt: kritiek op het afsteken van vuurwerk is eigenlijk van alle tijden en bovendien breed gedragen. Al gingen de meeste mensen er tijdens de jaarwisseling van 1986 op 1987 er iets luchtiger mee om dan nu, bleek uit de reportage die we destijds maakten.
Het Nationaal Brandpreventie Instituut in Den Haag telde een jaar eerder zo’n vierhonderd ongevallen met vuurwerk, iets wat de Federatie Vuurwerk Nederland allesbehalve noemenswaardig vond. Of zoals een woordvoerster destijds tegen ons zei: “Het aantal ongevallen dat dagelijks in en om het huis gebeurt en waarbij medische hulp wordt ingeroepen is tweeduizend. Per dág, meneer! Tegen dat licht bezien, vind ik de publiciteit die aan de vierhonderd vuurwerkongevallen per jaar wordt gegeven buiten proporties. Wat niet betekent dat ik dat aantal bagatelliseer: we doen er alles aan om het nog kleiner te maken.”
‘Er zijn elk jaar weer tientallen pubers die door toedoen van een flink bosje rotjes in één klap van hun puistjes afraken’
Vuurwerk is en blijft linke soep, schreven we toen al: “Er zijn elk jaar weer tientallen pubers die door toedoen van een flink bosje rotjes in één klap van hun puistjes afraken.” Toch wilden wij van Panorama iets bijzonders doen en klopten aan bij Wim en Rietje Broekhoff, ‘de grootste dealers van oorverdovende middelen in Nederland’ zoals we hen toen omschreven. Hun vuurwerk, waarvoor ze een paar keer per jaar naar China vlogen om groots te bestellen, lag in Dronten opgeslagen, ergens tussen niks en nergens, uiteraard voor de veiligheid, maar ook omdat er dan schepen rechtstreeks vanuit de haven van Rotterdam voor hun deur konden aanmeren om de spullen te leveren.
“Kunnen jullie misschien het beeldmerk van Panorama in vuurwerk namaken?” vroegen we aan hen. “Weet je wel: rood, zwart en wit. En dan in het donker afsteken zodat wij er een dia van kunnen maken voor de voorplaat van het oud en nieuw-nummer? Dat zou toch geweldig spetterend zijn!” Wim vroeg om een nachtje bedenktijd, want dit was niet alleen een ongebruikelijk verzoek, maar ook allesbehalve een simpel klusje, wist hij. Maar de volgende ochtend belde hij ons toch met goed nieuws: “We zullen een week lang dag en nacht moeten werken, maar we proberen het.”
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FX3kOfkWVK7yUfg1767021811.png)
Iedereen ging meteen aan de slag. Duizend branders kwamen erop, samen met 400 meter lont dat honderd meter per seconde brandde. Wim: “Zeg maar tegen de fotograaf dat het zaakje precies 60 seconden licht geeft, dus hij zal moeten opschieten.” Voor regen hoefden we niet bang te zijn, zei hij: “Het materiaal kan een hoosbui van een halfuur hebben.”
Wat denk je? Op het moment suprême kwam het inderdaad met bakken uit de hemel, maar Wim had geen woord gelogen: precies 60 seconden stond ons logo in lichterlaaie, ‘het resultaat van een week rekenen, testen en timmeren’. Dat waren nog eens tijden!