Top 2000: muzikaal eerbetoon of het afvalputje van onze emoties?
Verslaggever Thomas Braun volgt de strapatsen van de BN’ers op de voet en velt zijn oordeel. Deze week: de ergernissen rond de Top 2000., het verdriet van Humberto Tan en de oersaaie columns van Carlo en Robert.
Lijst der stijgers
Ja, het was weer zover, de lijst der lijsten. En we zaten er allemaal weer klaar voor. Op Radio 2 en in abri’s werd al weken geschreeuwd dat de muziekliefhebber weer los kan gaan, want de beste nummers aller tijden passeerden weer de revue. Nu was er toch ook wel kritiek. Ik hoorde iemand op de radio zeggen dat ze dit eens in de tien jaar moeten doen, dan blijft het leuk.
Columnist Mark Koster van De Telegraaf heeft zo zijn eigen bedenkingen. Hij vindt het niks dat er zoveel opportunisme bij komt kijken. “Als mensen het leven van artiesten niet kunnen scheiden van hun liedjes, dan blijft er alleen nog kneuterige eenheidsworst over. Dit sentiment zie je als je de Top 2000 bestudeert. De lijst is verworden tot het afvalputje van onze onverwerkte emoties.”
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FvLPXSd3HBFemPw1767183712.jpg)
Toe maar. Hij refereert natuurlijk aan de dood van Earring-gitarist George Kooymans, waardoor Radar Love ineens op 9 staat. Of aan de vrijspraak van Borsato, waardoor zijn gecancelde songs in sommige gevallen meer dan duizend plekken stegen. Suzan en Freek, natuurlijk. Koster: “Het is bezopen dat zijn (Borsato, red.) vrijspraak zijn liedjes laat stijgen in de lijst. Zijn nummers zijn niet veranderd.”
Ik heb de heer Koster hoog zitten, maar ik moet hem toch tegenspreken. Muziek kan wel mooier worden, en dus veranderen, door externe redenen. Ik had weleens gehoord van A Town Called Malice van The Jam, maar pas toen dat te horen was onder een aangrijpende scène in de film Billy Elliot, vond ik hem pas echt mooi. Ik moet altijd keihard janken om Geen kind meer van Karin Bloemen, terwijl ik er voor de dood van mijn moeder niks mee had. Dit keer moest ik wel de wekker zetten, want Bloemen stond op plaats 1595, te horen tussen 07.00 en 08.00 uur op tweede kerstdag.
Oordeel: ★★☆☆☆
Humberto’s broers-blues
Humberto Tan had twee broers. De ene, Patrice, stierf aan de gevolgen van aids. De andere, Steve, bezweek aan een hersentumor. Steve koos voor een alternatieve geneeswijze nadat hij niet meer te behandelen was door de reguliere zorg. Humberto besloot met hem mee te gaan naar Suriname. “Ik wilde bij hem zijn. Ik wilde in die fase die hele ziekte met hem meemaken. Uiteindelijk ben ik maar twee weken weggeweest en is hij kort daarna overleden. Ik heb er nog elke dag verdriet van. Elke dag.”
‘Ik ga Humberto Tan vanaf hier geen sterkte wensen, dat slaat nergens op. Hij kent me niet eens’
Tan vertelde dit allemaal in College Tour de podcast! van Twan Huys. U weet wel, de man die ooit Willem Holleeder een podium gaf in de televisieversie. Humberto Tan moest zijn broertje Patrice laten gaan nog voordat hij bij Studio Sport ging werken, en dat was in 1993, ruim dertig jaar terug dus. De presentator is een jaartje ouder dan ik en daar waar hij jonge broers had, heb ik alleen maar oudere. De oudste wordt binnenkort 68.
Ik heb er nog twee en als we met z’n vieren aan een pretentieloos golftoernooi meedoen, worden we de Daltons genoemd. Vóór het golfen drinken we sterke koffie en lullen we slap, na het golfen drinken we bier en gaat het over seks. Ik praat eigenlijk nooit met mannen over seks, behalve met mijn broers. Mijn ouders zijn er allebei niet meer, mijn moeder overleed in 2003, mijn vader in 2020. Ik kan dat prima handelen. Natuurlijk mis ik ze, maar niet iedere dag en ik heb me er vrij snel, als in een natuurlijk proces, bij neer kunnen leggen. Mijn broers daarentegen, die mogen nooit doodgaan. Ik kan niet zonder geen van drieën. Ik denk ook dat ik er elke dag verdriet van zal hebben.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FyVlSaPTVr9x6ng1767001902.jpg)
Ik ga Humberto Tan vanaf hier geen sterkte wensen, dat slaat nergens op. Hij kent me niet eens. Toch wilde ik even stilstaan bij dat enorme gemis wat hij elke dag moet trotseren. En dat heeft u nu ook gedaan, waarvoor dank.
Oordeel: ★★★★★
BN’er, blijf bij je leest
Ik las laatst een tweet van ik weet niet meer wie en die ging over de boekenhandel in Nederland. Die wordt in zijn ogen nogal gedomineerd door BN’ers. Zo is er een boek over Rafael van der Vaart, over het werk van Ewout Genemans, over Cesar Zuiderwijk van Golden Earring, over Oos Kesbeke (van de augurken), over Fred van Leer en er ligt ook al weken een boek van John de Wolf, een boek over Danny Vera en dan heeft hersengoeroe Erik Scherder ook een werkje geschreven en ligt Carolien Tensen in de schappen over de overgang.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FWmbGjT25ihbIMC1767002038.jpg)
De twitteraar wil dat het snel overgaat, deze trend. Hij wil weer echte literaire werken zien en geen marketingsnoepjes. Welnu, in columnland is het ook al een tijdje schering en inslag. Zoals in de boekhandel het gezicht van de BN’er al genoeg is voor een bestseller, zo wordt in bladenland ook al jaren alleen naar de naam en het bekende smoelwerk gekeken. En vroeg of laat vallen ze door de mand, de eh... schrijvende presentatoren.
Zo stopt Carlo Boszhard na jaren met zijn column in de tv-gids Televizier. Waarom? Te druk, zegt ie. Misschien is de echte reden wel dat niemand zijn stukjes opmerkte, veel mensen wisten niet eens dat ie een column had. Het had geen impact, ging over huis-tuin-en-keukentafereeltjes. De Mediacourant volgde zijn werk wel en weet daardoor dat hij ooit door zijn enkel ging in Oxford Street in Londen, dat zijn verstandskies eruit moest, dat hij een zwak hart heeft en dat hij knallende hoofdpijn had door corona.
Maar het kan erger: collega Robert ten Brink schijnt wekelijks een stukje in Vriendin te schrijven en daar is al helemaal niet doorheen te komen. Bij hem lopen de onderwerpen uiteen van de kattenbak verschonen tot de naam van de groepsapp met zijn vele dochters. Ja, boeiende onderwerpen bedenken is een kunst en schrijven is een vak.
Wat dat betreft is het altijd aan te raden om een ghostwriter in te huren: een profi die de BN’er belt, een beetje stuurt en prikkelt, en een spraakmakend stukje schrijft met de naam van de BN’er eronder. Ik mocht dat ooit doen met Berry van Aerle, de geweldige antiheld die in 1988 Europees kampioen voetbal was geworden met Oranje. Die belde ik dan om zijn mening te vragen over Oranje op het EK van 2000 en wat vergelijkingen te trekken met 1988. Het waren best leuke stukjes en toen het klaar was, vroeg Berry of ik macaroni bij hem kwam eten. Dat was keigezellig. Ik vroeg aan tafel of hij nu zelf stukjes ging schrijven. “Neuh,” zei Berry. Dat zouden meer mensen moeten doen, neuh zeggen.
Oordeel: ★☆☆☆☆
- Panorama 01
- Ivo van der Bent, NL Beeld