Danny Vera, geboren en getogen in Middelburg, heeft altijd voor zich gezien dat hij zanger zou worden. Toen hij werd aangenomen op de Rockacademie in Tilburg kwam zijn droom binnen handbereik, maar al snel bleek school ook gewoon school. Op eigen kracht ontplooide hij een muzikale carrière, met optredens overal en nergens. Geld bracht dat amper in het laatje, dus hij werkte daarnaast als airbrusher, ook geen vetpot.
In 2009 kon hij via Johan Derksen, naast pratend hoofd ook en vooral muziekliefhebber, aan de slag bij Voetbal Inside, waar zijn vrouw Escha achter de bar stond. Zo werd hij voorzichtig bekender bij het grote publiek, maar de grote ommekeer kwam in de vorm van de megahit Roller Coaster in 2019. Sindsdien staat Danny stabiel op de piek van de Nederlandse muziekberg, met zijn album The Way Home als laatste wapenfeit. Danny woont nog altijd in zijn Zeeuwse geboortestad, samen met zijn vrouw, actrice en model Escha Tanihatu, en hun vijfjarige dochter.
Was het de hoogste tijd dat er een boek over jou uitkwam?
“Nou, nee joh. Er is nog nooit een boek over mij geschreven en dat was eigenlijk prima. Het is even raar als bijzonder dat er nu wel een boek is. Het is mooi geworden en ik voel me vereerd dat iemand twee jaar van zijn leven aan mij heeft besteed.”
Zei je meteen volmondig ja toen Nando Boers, de auteur van Here we go, met het idee kwam?
“Ik zei gelijk: We gaan géén biografie schrijven. Ik ben 48 en nog niet aan het einde van het leven. Maar Nando had het plan om me twee jaar lang te volgen, hoe ik reil en zeil. Er staat voorin alsnog een terugblikje, een soort introductie waar ik vandaan kom. Dat is wel handig, want veel mensen denken: hij is een succesvolle artiest, maar er zit wel een periode van 25 jaar vóór die eigenlijk niet zo succesvol was. Pas op mijn 43ste had ik m’n eerste hit en meteen ook een hele grote. Dat is heel wonderlijk, want dat gebeurt bijna niemand, snap je? Meestal breek je door als je ergens in de twintig bent en dan heb je een leuke, lange carrière. Ik heb ook een lange carrière, maar het grootste deel van de tijd kende niemand me. Dat is gek.”
‘Als ik iets maak, dan hoop ik dat mensen het mooi vinden, maar ik doe nooit water bij de wijn. Mijn vrouw is de enige naar wie ik luister’
Je zei dat je het boek ook voor je dochter Lavie hebt laten maken, zodat zij later begrijpt wat jij hebt meegemaakt. Waarom is dat belangrijk voor je?
“Als ik meewerk aan een boek, wil ik daar een reden voor hebben. Ik ga het niet doen voor de commercie, weet je wel? Het is iets blijvends dat mijn dochter kan lezen als ze daar de leeftijd voor heeft. Of niet, als ze daar geen zin in heeft, dat is ook goed. Sowieso is het een leuk boek voor mensen die iets willen najagen in hun leven. Mijn verhaal is het bewijs dat je lekker moet blijven doorgaan als het even tegenzit. Doe wat je leuk vindt, dan komt het altijd goed.”
Was je van tevoren niet bezorgd of je er wel als een leuk persoon uit zou komen? Als je twee jaar lang wordt gevolgd, heb je ook zo je mindere momenten.
“Ik heb veel zelfkennis en weet wat er leuk aan mij is en wat niet. Wat dat betreft had ik niet verwacht dat er verrassingen over mezelf in zouden staan. Ik ben gewoon in totale acceptatie van mezelf. In de loop der jaren ben ik natuurlijk wijzer geworden en doe ik dingen niet meer die ik vroeger misschien wel deed, maar mijn karakter gaat niet meer veranderen. Ik probeer gewoon een leuke man te zijn voor mijn vrouw, een goede vader voor mijn kind en een leuke artiest voor mijn publiek.”
Je stond onlangs voor het eerst met een eigen show in Ahoy. Was dat een droom die uitkwam? Of ben je te nuchter voor dat soort grote woorden?
“Ik heb er nooit van gedroomd om in Ahoy te staan. Maar als je carrière lekker gaat, dan kijk je wel elke keer of je een stapje verder kunt gaan, ook om het voor jezelf uitdagend te houden. Als je elk jaar in Carré staat, dan wordt dat ook normaal, zeg maar. Heb je nog nooit Paradiso gedaan of nog nooit AFAS, dan is dat iets nieuws om naartoe te werken. Ik ben nu aan het kijken of we in België iets groter kunnen gaan. We verkopen De Roma in Antwerpen makkelijk uit, daar gaan tweeduizend man in. Misschien is het haalbaar om een keer in de Lotto Arena te spelen, voor vijf- à zesduizend mensen.”
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FdbFt9N9KAN5N9A1765883185.png)
Hoeveel avonden per week treed je eigenlijk op?
“Ik probeer het te beperken tot twee keer per week, maar het worden er ook wel eens drie. Dat is niet een half uurtje ergens meezingen met een tape, maar een show van meer dan twee uur. Ik word volgend jaar 49 en dat is gewoon een aanslag op je lijf. Ik sport veel, eigenlijk elke dag, ook omdat ik een oude vader ben. Mijn streven is om fit te blijven voor mijn kind en mijn werk. Als dat lukt, dan voel ik me veel beter, maar optreden an sich is ook slopend. Dat heeft te maken met de adrenaline die je lichaam aanmaakt voordat je het podium opgaat. Ook al ben je helemaal niet zenuwachtig en is er niets aan de hand: je lichaam bereidt zich toch voor op actie. Zodra je voor je publiek staat, gaat er een enorme stoot adrenaline door je lijf. Dat is niet echt goed voor je, maar je lichaam raakt er wel aan verslaafd. Je moet dus goed met jezelf omgaan, goed op jezelf passen, anders hou je het niet vol.”
Is jouw leven rock-’n-roll of is dat vooral het beeld dat mensen erbij hebben?
“Dat hangt er maar net vanaf wat je rock-’n-roll vindt. Wat versta jij daaronder?”
Drank, drugs, seks…. dat werk.
“Ik heb mijn eigen rum, dus die kunnen we afvinken. Seks is pas rock-’n-roll als je het met meerdere vrouwen doet, denk ik. Drugs doe ik niet. In die zin ben ik dus niet rock-’n-roll, maar voor mij is dat ook niet waar het om gaat. Rock-’n-roll is voor mij dat je onafhankelijk bent en met niemand wat te maken hebt. Ik heb geen baas, ik heb geen schulden, er is niemand die zegt: je moet dit of dat doen. Rock-’n-roll is niet dat iemand met een petticoat aan een gek dansje doet, maar dat je als muzikant je eigen keuzes kunt maken. De meeste artiesten zitten bij een platenmaatschappij die in hun nek hijgt omdat er een hit gescoord moet worden. Ik lever elke twee jaar een album af, met als enige reden: omdat ik dat leuk vind. Ik vind liedjes maken leuk, punt. Staat er een hit op dat album? I don’t give a fuck, gewoon nul. Dat is geen grootspraak. Ik geef daar geen reet om. Als ik iets maak, dan hoop ik dat mensen het mooi vinden, maar ik doe nooit water bij de wijn. Mijn vrouw is de enige naar wie ik luister. Wij bepalen alles samen.”
‘Er zit geen verschil tussen Danny op of naast het podium, behalve dat ik in het dagelijkse leven geen rare bewegingen maak met een gitaar’
Je hebt nooit de makkelijkste weg gekozen, met Americana in een land vol Nederpop en dance. Ben je nooit in de verleiding gekomen om toch een keer een commercieel album te maken, al was het maar voor het geld?
“Nee, dat kan ik niet. Dat heeft met de voorliefde voor muziek te maken. Je kunt al mijn albums terugluisteren, maar je vindt niks dat ik heb gedaan voor effectbejag. Dat komt omdat ik te veel hou van de mensen met wie ik ben opgegroeid: Elvis Presley, Roy Orbison, Johnny Cash, Frank Sinatra. Ik wil die mensen niet nadoen, maar ik probeer wel muziek te maken die zij misschien mooi hadden gevonden. Het is voor mij nog steeds raar dat ik de laatste jaren ineens een Ahoy of Ziggo Dome vul met mijn liedjes, want ik maak al decennialang hetzelfde. Ik snap ook nooit dat er muzikanten zijn die zich aanpassen aan wat er in de ‘mode’ is. Ik vind juist mensen tof die de mode creëren. Toen Elvis ging optreden met een gek jasje aan en vet in zijn haar, wilde iedereen zo’n jasje en vet in hun haren. The Beatles kwamen en kamden hun haren naar voren en droegen een ander raar jasje, toen ging iedereen dat doen. Ik ben ergens in de jaren 50 blijven hangen en hou van oudemensenmuziek, maar ik vind het veel belangrijker dat iemand eigen is dan dat je ‘met je tijd meegaat’. Harry Styles vind ik een goed voorbeeld. Hij komt uit een boyband, maar hij heeft wel een paar kneitergoede songs en doet wat hij zelf leuk vindt. Op mij komt hij best organisch over.”
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FV3ASLdaY2LfoAN1765883223.png)
Voel je veel druk om je huidige level van succes vast te houden? Of is er ook ruimte om achterover te leunen en te denken: zo, dit heb ik toch maar mooi voor elkaar gebokst?
“Ik ben de laatste tijd alleen maar aan het genieten. Tuurlijk, ik ben weleens moe als ik naar een show ga. Of er is thuis iets aan de hand, waardoor je denkt: mwoah, ik weet het niet. Maar dan gaat de band rammelen en sta ik toch weer lekker op te treden. Ik voel me thuis op het podium. Je hoort artiesten weleens zeggen dat ze tijdens optredens een rol aannemen. Ik zou het heel moeilijk vinden als ik op het podium iemand anders moest zijn dan ik ben. Er zit geen verschil tussen Danny op of naast het podium, behalve dat ik in het dagelijkse leven geen rare bewegingen maak met een gitaar.”
Maak je wel rare bewegingen met andere apparaten?
“We hebben er onlangs een pakhuisje bijgekocht in Middelburg. Dat knap ik zelf op, dus ik ben daar aan het schuren, schaven en boren. Ik hou van klussen, want ik vind het leuk om dingen te creëren die er nog niet zijn. Daar komt ook mijn liefde voor het maken van liedjes vandaan, denk ik. In je hoofd iets bedenken en dat vervolgens realiseren. Dat vind ik mooi. Ik steek veel tijd in klussen, maar ik kan ook prima niks doen. Voordat onze dochter er was, vond ik het op vakantie heerlijk om een boek te lezen, maar dat zit er niet meer in als je weggaat met een vijfjarige. Aan de ene kant jammer, maar ik moet ook zeggen dat ik best veel tijd heb besteed aan boeken waarvan ik na het lezen van de laatste bladzijde dacht: wat heb ik nu eigenlijk gelezen? Dat is zonde van je tijd eigenlijk. Als je naar een film kijkt die kut is, ben je maar anderhalf uur kwijt. Met een boek ben je toch al snel een paar dagen bezig. Dan ga ik liever met mijn dochter zwemmen of spelen in zee. We zitten vaak op Curaçao, dat eiland vind ik prettig. Maar dat gaat veranderen als mijn dochter naar school gaat, want dan heeft ze schoolplicht. Ik vind dat een moeilijk woord, ‘plicht’.”
‘Laatst was ik net te laat bij een parkeerautomaat, meteen een boete van de politie. Brrr… Daarom zit ik zo graag op Curaçao, dat is een beetje een pirateneiland’
Zou het beter zijn als ouders zelf mogen beslissen of hun kind al dan niet naar school gaat?
“Er zit een goede kant aan hoor, dat kinderen naar school gaan. Maar ik vind dat meer een recht dan een plicht. Als je mensen iets gaat opleggen, worden ze daar naar mijn idee niet per se beter van. Het schoolsysteem is daar een goed voorbeeld van, want ik vind dat verouderd. Mijn kind moet verplicht van maandag tot en met vrijdag in een klas zitten om dingen te leren. Ik weet dat we dat altijd al zo hebben gedaan, maar toch vind ik dat een kind van 5 of 6 meer tijd zou moeten hebben om te spelen. Wat zit je daar te leren dan, wat is er zo belangrijk? Over een paar jaar moet mijn dochter uit haar hoofd weten waar een bepaalde rivier in Alaska stroomt, terwijl deze generatie opgroeit met AI. De wereld is de afgelopen twee jaar compleet veranderd, we weten nu al niet meer wat echt en nep is, waar zijn we dan over tien jaar? Wat doet AI voor jongeren die dan in de puberteit zitten? Het gros van de banen waarvoor ze nu worden opgeleid, is er dan niet meer. Ik vind het daarom soms wat overtrokken hoeveel waarde er wordt gehecht aan de schoolplicht. Als je ziet dat mensen goed zijn voor hun kind en er een weekje langer tussenuit willen omdat ze zelf een zware baan hebben: laat ze. Andersom worden wij wel verplicht om zes weken vrij te nemen in de zomer, terwijl ik liever in de winter wegga. Ik ga heel slecht op een overheid die alleen maar regeltjes oplegt en de fout altijd bij de burger zoekt en niet bij zichzelf. Daar word ik heel recalcitrant van.”
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FeC3tAFe6bHNsqt1765883361.png)
Hoe zou het anders kunnen?
“Een goed voorbeeld zijn de belastingbrieven. Daar stoor ik me zó aan, niet omdat je een deel van je inkomen moet afstaan, maar om hoe het wordt gebracht. Je opent die brief en dan zie je geen aanhef of niks, maar alleen: je moet dit en dat betalen, als het op die datum niet op onze rekening staat, dan volgt er een boete. Als ze dat nou eens zouden veranderen in: Beste meneer Vera, het is weer de tijd van het jaar om belasting te betalen. We willen jullie bedanken voor je bijdrage en gaan er weer iets goeds mee doen. Dat zou voor mij al een wereld van verschil zijn. Er hoeft niets te veranderen in het systeem, je krijgt nog steeds een boete als je niet betaalt, maar er wordt op een andere toon tegen je gepraat. Ik hou er niet van, al die druk die op je wordt gelegd. Laatst was ik net te laat bij een parkeerautomaat, een paar minuten. Maar huppakee, meteen een boete van de politie. Brrrr… Daarom zit ik zo graag op Curaçao, dat is een beetje een pirateneiland.”
Zie je jezelf Nederland ooit verlaten?
‘Ik denk er weleens over na, mijn vrouw ook. Het is alleen al heel vervelend om van eind september tot eind mei in teringweer te zitten. Veel mensen komen thuis van hun werk, halen de kinderen van de opvang, geven ze iets te eten, klappen neer op de bank en dan moeten ze alweer naar bed. Het is toch veel lekkerder als je ’s avonds nog even iets leuks kunt doen. Op Curaçao gaan we na het avondeten vaak nog even naar het strand, kijken hoe de zon in de zee zakt, een wijntje drinken of als je niet drinkt, een Spa Rood. Je leeft daar net even wat meer in het moment en hebt wat minder de gejaagdheid van Nederland. Ik ben opgegroeid in de jaren 90 en heb het idee dat het toen allemaal iets rustiger was, ook omdat we toen nog niet allemaal vergroeid waren met onze telefoon. Ik doe daar zelf ook aan mee hoor, dat sluipt er gewoon in.”
Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct- Escha Tanihatu