Een mail van de Nederlandse flippervereniging. Of wij van Panorama aandacht willen schenken aan het Dutch Pinball Open 2025. ‘Het grootste flipperevenement van Europa’. Slagzin: ‘Flipperen verbindt generaties - nostalgie, techniek en plezier ineen’. Om zijn uitnodiging kracht bij te zetten, stuurt de voorzitter van de Nederlandse Flipper Vereniging ook maar wat cijfers mee. En die liegen er niet om. Ruim 300 flipperkasten, uitgestald op ruim 3.000 vierkante meter (‘flipperparadijs’), ruim 350 spelers ‘uit binnen- en buitenland’ die om de felbegeerde titel van flipperkoning der lage landen zullen strijden, toegejuicht door nog eens 1.200 toeschouwers. En, niet te vergeten: de spiksplinternieuwe titels Harry Potter en King Kong zullen er staan. “Nederland mag zich met trots hét flipperland van Europa noemen,” concludeert voorzitter Winfred de Ruiter in zijn persbericht. Dan volgt ook nog een kort maar krachtig lijstje met verschillende redenen wáárom Nederland zich het flipperland van Europa mag noemen:
Flipperfabriek in Roermond
Flippermuseum in Rotterdam
‘s Werelds grootste online forum uit Alkmaar
Animatie-ontwerpers uit Nijmegen
Populaire flipperpodcast uit Utrecht
Grootste flippervereniging ter wereld, met clubhuis in Veenendaal
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2Fv66T5fAps3HQpi1765878924.jpg)
“Jullie hadden mij al bij King Kong,” mail ik terug. En zo zit ik een week later, op een gure vrijdagavond in november, bij fotograaf Paul in de auto, onderweg naar het NH Koningshof in Veldhoven, voor alweer de 26ste editie van het NK Flipperen. Hij heeft er duidelijk meer zin in dan ik.
“Leuk man, flipperen! Veel gedaan vroeger. Jij ook? Nee hè, dat is natuurlijk vóór jouw tijd.” Paul, die dertig jaar ouder is dan de verslaggever, maakt deze opmerking tijdens vrijwel alle reportages die wij samen maken, maar dit keer heeft hij een punt. Ik heb in mijn leven hooguit twee keer geflipperd.
“Ja, zie je,” concludeert Paul. Om vervolgens uit te leggen hoe dat komt. “Toen de spelcomputers kwamen, verdwenen de flipperkasten. Vroeger stonden die dingen in ieder café. Mijn zakgeld ging daar ieder weekend aan op. Elk potje koste me een gulden. Veel geld hoor, in die tijd. Maar dat was nou juist de kick. Je wilde zoveel mogelijk uit die éne piek halen, weet je wel?” Ik knik van ja. Dan volgt nog een lastig te volgen verhaal over speelwijzen, flippertactieken en scores. Zijn we er al bijna?
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2F0sPI9F1YKmghUt1765878398.jpg)
Flipfluencers
In een van de 89 lobby’s van het gigantische NH Koningshof komt een bevlogen Winfred de Ruiter op ons afgelopen. “De Panorama, van harte welkom! Moesten jullie van ver komen?” Mijn antwoord maakt weinig indruk. “Deventer? O, da’s niks! We hebben hier bezoekers van overal. Duitsland, Zuid-Frankrijk, Italië. En heus niet alleen maar oude mannen, hè? De jongere generatie flippert óók. Die kennen het spelletje van de Playstation.”
Wat opvalt: flipperaars tonen niet vaak hun emoties. Soms maakt een speler een klein hupje als hij of zij de bal lekker raakt
De vraag die ik daarop stel - of er dan ook al flipfluencers actief zijn– had Winfred dan weer niet zien aankomen. “Poh. Een flipfluencer. Ik moet je eerlijk zeggen: ik zou het niet weten. Ik doe heel veel met socials, met Instagram en Facebook vooral, omdat daar onze core-doelgroep zit, maar op TikTok zit ik nog niet. We hebben wel gezegd: als we nog meer jongere kinderen willen aantrekken, dan moeten we waarschijnlijk wel op TikTok gaan.” Ik zeg dat ik het een puik idee vind, alleen al vanwege de mogelijke woordspelingen. Fliptok, Tikflop, Tokflip, tipflip….Winfred: “Eh, willen jullie koffie?”
In een gigantische conferentiehal mét systeemplafond staan honderden flipperkasten uitgestald. De logica waarmee dat is gedaan, is ver te zoeken. Winfred wijst naar drie verschillende uithoeken. “Daar beginnen ze nu met het Team Tournament. En in die hoek barst nu ongeveer de kwalificatie los voor het hoofdtoernooi. En op die kasten links kun je lekker vrij spelen. Ik zou zeggen: geniet.”
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FUOAXmeqtSNYAer1765878509.jpg)
Het heeft er alle schijn van dat Winfred ons nu alweer gaat verlaten. “Ja sorry jongens, ik heb het vrij druk. Er staan nog een paar verslaggevers op mij te wachten. Die zijn van de televisie, dus dat heeft even voorrang.”
Een echte leuner
Enigszins beduusd kijken fotograaf Paul en ik rond. We zien eindeloze rijen flipperkasten, mannen in matchende tenues, mannen met grote baarden, mannen met buikjes, mannen met Jaws-petjes en ook een paar vrouwen. De sfeer is gemoedelijk, men heeft er veel zin in.
Het gevreesde kabaal van driehonderd kletterende flipperkasten in een grote, holle zaal valt ons alleszins mee. Het meest overheersende geluid is nog het gebrekkige Engels van een man met een microfoon. Onder bescheiden gejuich trapt hij het Team Tournament af, een spelvorm waarbij twee teamgenoten één flipperkast delen: één volwassen persoon die het linkerknopje bedient en een tweede volwassen persoon die het rechterknopje bedient. Met heel ernstige blikken. Het is een vreemd gezicht. Een enkeling draagt sporthandschoentjes. “Die draag ik omdat ik een echte leuner ben”, verklaart een man in een korte broek desgevraagd. “Zo hou ik mijn handen een beetje heel.” Én het ziet er professioneel uit. Bescheiden lachje: “Klopt.”
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FB5DLb4FutMPzy91765878935.jpg)
In een andere uithoek beginnen de kwalificaties voor het hoofdtoernooi, dat pas morgen en zondag zal worden afgewerkt. In mijn eerste halfuur op het NK Flipperen probeer ik grip te krijgen op alles wat er om mij heen gebeurt. Begrijpen wie tegen wie speelt, hoe de potjes verlopen, wie de goede en wie de minder getalenteerde flipperaars zijn, en wat men hier überhaupt staat te doen.
‘Je moet weten hoe een kast in elkaar steekt. Van binnen en buiten. Weten welke shots, ramps en holes je de meeste punten opleveren’
Dat gaat moeizaam. Wat opvalt: flipperaars tonen niet vaak hun emoties. Soms maakt een speler een klein hupje als hij of zij de bal lekker raakt, soms steekt iemand kort een gebalde vuist in de lucht, na ongetwijfeld een succesvolle flipperbeurt. Vaak staren ze in stilte naar hun eigen of elkaars flipperpotjes.
Tilten
Frustratie is er ook. “Godver!”, klinkt het ineens, pal achter mij. “Ein-de-lijk! De eerste goede bal van de avond! He-heeeee. Dát mocht even duren zeg!” De schreeuwerd stelt zich voor als Willard uit Brabant. Het is nog niet zijn avond. Met zachte g: “Jongen, ik word helemaal gek. De eerste zes potjes: allemaal verloren.” Waar schuurt het? “Ja, ik kreeg geen bonus. Dat heeft mij genekt.” Ik knik begrijpend: Ja, dat krijg je dan. “Kijk, ik ben nogal een actieve speler”, vervolgt Willard. “Ik heb die kast al vijf keer doen tilten.” Ik kijk Willard vragend aan. “Tilten!”, roept hij weer. “Dat ken je toch wel? Wanneer je te hard tegen de kast duwt. De eerste keer krijg je een waarschuwing. Dan krijg je nog een waarschuwing. Daarna ben je al je punten kwijt.”
Willard baalt stevig, want hij ‘speelt altijd om te winnen’. Een mindset waarmee hij het zichzelf erg lastig maakt in het leven, want: “Soms speel ik goed, maar meestal heel slecht.” De meeste spelers op dit NK spelen altijd goed. Willard: “Ga er maar aan staan.” Ik wens hem het beste en hoor acht seconden later, achter mij: “Godver! Tilt!”
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2Fq0Bn5o0hgMVKgr1765880795.jpg)
Autistisch
Naast Willard kijkt zijn maatje Teus toe. “Ook uit Brabant.” Teus en Willard zijn de nummers 416 en 417 van de wereld. Dat klinkt hoog. Teus: “Mwoah, valt mee. Wij zijn redelijke laagvliegers.” Hij wijst naar een Belg verderop. “Die gozer, dat is de nummer 9. Díé is pas goed.” Volgens Teus is het allemaal een ‘kwestie van kastenkennis’.
Weer een onbekende term voor de verslaggever. Teus: “Jij bent geen echte flipperaar, hè?” Ontmaskerd. Teus: “Met kastenkennis bedoelen wij: weten hoe een kast in elkaar steekt. Van binnen en buiten. Weten welke shots, ramps, missies, modes, loops, locks, inserts en holes je de meeste punten opleveren. Verschilt per kast.”
Op de Creature from the Black Lagoon krijg ik een demonstratie. Teus: “Een goede flipperaar weet: eerst drie keer het balletje hier tegenaan, dan een keer daar tegenaan en dan een keer rondschieten.”
‘Jij controleert de bal, bepaalt waar het ding heen gaat. Ik ging eraan onderdoor toen ik die controle kwijtraakte’
Ik heb veel vragen. De meest dringende: er staan 350 kasten in deze hal, het is toch onbegonnen werk om al die apparaten in je kop te stampen? Teus: “Ha! Dat zal je nog verbazen! Vergis je niet, veel flipperaars steken hier echt héél veel tijd in.” Willard beaamt. “De échte zoeken op internet van alles op over die dingen, nog voordat ze er ook maar een bal op hebben gespeeld.” Dan ben je toch helemaal gek? Teus: “Ja. Die zijn best gek. Dat zijn de meesten hier wel een beetje, hoor. Een sommigen ook autistisch. Daar lopen er in dit wereldje ook best wel wat van rond. Dat kan een wapen zijn, om 60 keer het balletje in hetzelfde gat te blijven schieten voor extra punten. De meeste flipperaars hebben daar helemaal geen geduld voor.”
Wachtlijst
Ik loop mijn vijfde rondje door de hal en stuit op Winfred de Ruiter. “Panorama! Vermaken jullie je een beetje?” Het is indrukwekkend, zeg ik. “Jullie zouden eigenlijk het hele weekend moeten blijven. Morgen en zondag worden de echt grote wedstrijden gespeeld.”
De voorzitter van de Nederlandse flippervereniging – “Met 1600 leden de grootste van Europa!” - kijkt nog maar eens trots om zich heen. “Mooie opkomst, nu al. Moet je nagaan: de kaartverkoop startte in juni en binnen een half uur waren we al uitverkocht. Net Lowlands! Er staan ook nog zestig mensen op de wachtlijst.” En dat zijn, volgens Winfred, stuk voor stuk ‘serieuze flipperaars’. “Anders komt je niet helemaal uit Zuid-Frankrijk naar Eindhoven.”
Winfred zegt dat flipperen typisch een sport is waarvan iedereen denkt dat ie het kan. “Totdat er dus ineens een echte flipperaar tegenover je staat. Dan vraag je je ineens af: waarom kunnen zij zoveel trucjes? Waarom maken ze zulke goede shots? Dát is het verschil.” Winfred wil ook weten of ik zo’n bevlogen flipperaar ben. Ik moet hem teleurstellen. “Eh, nog maar een kopje koffie dan?”
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FXQM6pvLeEfH5C21765878695.jpg)
Door een diep dal
Langs de kant is een oudere meneer druk bezig met foto’s maken. “Martin, pleased to meet you,” zo stelt hij zich met een onvervalst Brits accent voor. Dan wijst hij naar het logootje op zijn T-shirt. Pinball News, staat er. “Mijn eigen website. Run ik al 25 jaar. Zo lang kom ik al naar dit soort flipperevenementen. Daar reis ik de hele wereld voor af. Mijn vrouw gaat vaak mee, maar die is niet zo’n flippergek als ik.”
Flippergek is de juiste term. Martin somt op wat hij allemaal doet voor het flipperen: “Ik schrijf artikelen, ik film en fotografeer evenementen, ik maak podcasts, doe onderzoek, ik volg seminars, ik maak flipperquizzen…”
En flippert hij zelf ook? Martin moet gniffelen om die vraag. “Ik was de nummer 1 van Groot-Brittannië. Vijftien jaar lang zelfs.” Dat was lang geleden. Martin is, op zijn oude dag, he-le-maal klaar met wedstrijdflipperen, vertelt hij. Als regerend flipperkampioen van Engeland ging hij door een diep dal. “Ik speelde veel toernooien, maar het ging eigenlijk nooit zoals ik wilde. De belangrijke toernooien won ik niet. De bal deed vaak niet wat ik wilde. Dat vrat me op. Flipperen draait om controle. Je controleert de bal, bepaalt waar het ding heen gaat. Zodra je die controle verliest, doe je eigenlijk maar wat. Daar ging ik aan onderdoor. Zeker toen ik steeds vaker zag hoe mijn tegenstanders wel deden wat ik wilde doen. Zó frustrerend. Ik sloeg eens een muur kapot uit ergernis. Toen ben ik er helemaal mee gekapt. Thuis speel ik nog wel. Ik heb zes flipperkasten van 1.100 euro per stuk. Na onze verbouwing wilde mijn vrouw geen flipperkast meer in de keuken, dus nu staan ze in mijn garage.”
Zijn antwoord op de vraag waarom hij al 50 jaar helemaal zot is van flipperen, is onverwachts filosofisch, maar vooral somber. “Een potje flipperen is net als het leven zelf: je zult altijd verliezen. We gaan allemaal dood. De kunst is om er zoveel mogelijk uit te halen terwijl je nog in leven bent. Net als met een potje flipperen.”
12-jarig supertalent
Met die vrolijke boodschap neem ik plaats achter een flipperkast met thema Queen. Want: de voormalig nummer 1 van Groot-Brittannië heeft mij zojuist uitgedaagd. Die krachtmeting verloopt zoals verwacht: mijn eerste drie ballen verdwijnen binnen drieënhalve seconde in het gat des doods en Martins eerste bal gaat eindeloos in het rond. Zijn Britse bescheidenheid neemt vervelende vormen aan. “Ik heb geen idee wat ik doe, hoor.” Dat zegt hij nog een paar keer, totdat hij zijn balletje expres laat wegglippen. De saaiste wedstrijd van het NK Flipperen is na twee minuten uitgespeeld. Tijd voor een pilsje.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2F4ZPeEUIMjfafcE1765879029.jpg)
Bij de kwalificaties staan intussen vier oudere mannen rondom een 12-jarig meisje. Zij blijkt een supertalent uit Hongarije en speelt de sterren van de hemel. Haar geheim? “Ik luister tijdens het flipperen altijd naar Metallica en Iron Maiden op mijn headphones.” De mannen achter haar mompelen veelvuldig tegen zichzelf en elkaar: “Niet normaal.” En: “Tjongejonge, die veegt iedereen van tafel.”
Twee rijen verderop moppert een speler over de ‘afstelling’ van de kasten. “Die is ronduit bruut. Ze hebben de achterkant heel hoog gezet, zodat de ballen harder naar beneden komen.”
Voor de fun
Fotograaf Paul en de verslaggever zijn na vier uur redelijk doorgeflipt. Maar voordat we gaan, moeten we zeker nog even met Roy Wils praten, vind Winfred. Roy Wils is de beste flipperaar van Nederland. Hij is 46 maar ziet eruit als 26, draagt een blauwe pet en praat graag over zijn kastenkennis. “Die is groot,” vertelt hij mij daarover, tussen zijn wedstrijdjes door. “Ik durf wel te zeggen dat ik, als ik het in een percentage zou moeten uitdrukken, 90% van de flipperkasten die hier staan aardig doorheb.”
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FjK33jDi7fzocX81765879122.jpg)
Roy Wils begon op zijn 8ste met flipperen en won daarna alles wat er te winnen valt. Of nou, bijna alles. “Alleen de wereldtitel ontbreekt nog. Ik ben wel al drie keer de kampioen van Nederlands geweest, en één keer van Europa. Ik reis de hele wereld af voor toernooien. Niet voor het geld, hoor. Als ik geluk heb, win ik een keer mijn reiskosten terug. Ik doe het voor de fun en voor de scene. Twee keer per jaar ga ik naar Amerika, naar de echte bakermat van het flipperen. Laatst was ik nog in Chicago en weet je wie daar rondliep? Jack Danger.”
Ik heb geen zin om voor de derde keer als flipperleek ontmaskerd te worden en doe alsof ik onder de indruk ben. “Ja, echt vet.”
Gaat Roy Wils zich dit weekend voor de vierde keer ’s lands beste flipperaar tonen? Zou heel goed kunnen, denkt Roy Wils zelf. “Mijn kansen zijn altijd goed. Het hangt wel af van wie ik tref. Er loopt hier bijvoorbeeld een jongen, Arvid, 16 of 17 jaar. Die speelt de sterren van de hemel en staat in de mondiale top tien. En zo zijn er nog een paar. De concurrentie is stevig.”
Het interview wordt ruw verstuurd door twee Duitse flipperaars met paardenstaarten. “Der Hollander! Gute Arbeit Mann!” roepen ze van dichtbij. Roy geniet van de aandacht. “Ja, iedereen kent mij hier wel. Al zolang ik in dit wereldje zit eigenlijk.” Roy krijgt ook veel media-aandacht. Naar flippermaatstaven dan. “Ik was gisteren nog op de radio. Of nou ja, niet ikzelf, maar Jim Jansen, de woordvoerder van de Nederlandse Flipper Vereniging. Hij had het over mij. Hij noemde mij toen ineens ‘de Johan Cruijff van het flipperen’. Ik vond dat wel grappig. Ik kan het waarderen. Al klopt het niet helemaal. Ik rook niet.”
Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct- Paul Tolenaar